Zevende zondag van Pasen (2006)

Beste dorpsgenoten,

Naar aanleiding van de lezingen die u zo juist gehoord heeft, dacht ik terug aan vroeger, hoe ik toen de zondag beleefde. Ik kan me niet herinneren dat ik dan dacht aan de woorden van Jezus of de woorden van de predikant. De zondag was voor mij een zondags pak, zondagse schoenen, stropdas, en natuurlijk geen school. En een andere dagorde.

Wellicht kent iemand zich daarin terug.

Als ik de evangelietekst die ik u heb voorgelezen vergelijk met wat ik in de krant van gisteren aan uitdagende en inspirerende stukken gelezen heb, dan wil ik liever een paar van de boeken lezen waarover de krant schrijft dan de bijbel. De evangelietekst van deze zondag blijft een onbelangrijk raadsel voor mij. U weet wat Mennen Sjaak er over zou zeggen.

Ik wordt hoogstens geïrriteerd als ik lees dat de apostel Petrus zegt dat Judas de gids was van hen die Jezus gevangen namen en hoe hij er geen woord over vuil maakt dat hij zelf zijn meester Jezus verloochend heeft.

Hij, Petrus, de plaatsbekleder van Christus, heeft zich niet veel beter gedragen dan Judas. Drie maal ontkende hij dat hij wat met Jezus te maken had.

De paus, de opvolger van Petrus, heeft deze week van zich laten horen, vanuit Polen, in zijn ogen nog het meest katholieke land in Europa.

Zijn boodschap luidt: "Volhard in het geloof. Het grootste gevaar heden ten dage is het verlies van een duidelijk geloof. We kunnen niet accepteren dat alle religies en levensbeschouwingen gelijkwaardig zijn en dat het evangelie een van de vele manieren van leven is. Christus is de enige weg tot verlossing." Heel duidelijke woorden vergeleken bij de evangelietekst.

Iedere dag lezen of horen we wel over de grootste gevaren die de mensheid bedreigen maar nooit wordt het verlies van een duidelijk geloof daar onder gerekend.

En als we kijken naar de mogelijke gelijkwaardigheid van alle religies en levensbeschouwingen, dan kan een klein overzicht die pauselijke droom weerleggen.

Boeddhisme: "Kwets anderen niet op wijzen die je zelf kwetsend zou vinden." (500 voor Chr.).

Christendom: "Zoals jij wilt dat de mensen jou doen, doe dat ook aan hen."

Confucianisme: "Het is zeker het hoogste van liefdevolle vriendelijkheid: doe niet tegen anderen, wat jij niet wilt, dat zij tegen jou doen." (700 voor Chr.)

Hindoeïsme: "Handel met anderen, zoals jezelf behandeld wenst te worden. Doe je naaste niet, wat jij niet wenst dat jou gedaan wordt." (600 voor Chr.)

Islam: "Geen van jullie is een gelovige totdat je voor je broeder wenst wat je voor jezelf wenst." (600 na Chr.)

Jodendom: "Wat onaangenaam voor u is, doe dat ook niet tegen uw medemens. Dat is de gehele Wet, al het andere is commentaar." ( 1200 voor Chr.)

Tegen dat perspectief is er blijkbaar geen God, en zeker geen kerk en nog minder een paus nodig. Als we volgens dat perspectief zouden proberen te leven, zouden we ons wel aangesproken voelen, geraakt voelen, bemoedigd en gedragen voelen door een mysterie waar we geen naam voor hebben.

Dan zouden we ontdekken dat deze aarde onze hemel is en dat met iedere ademteug God ons in- en uitgaat.

Iets daarvan heeft u kunnen horen en mogelijk ervaren in het lied Groter dan ons hart dat het koor als tussenzang gezongen heeft. "Zoals een hert reikhalst naar levend water, doe ons verlangen naar de dag dat wij, nu nog verdeelde mensen, in Uw stad verzameld zijn, in U verenigd en voltooid, in U vereeuwigd."

Dat het zo moge worden.