Overweging over eenheid van christenen en het gevaar van een te snelle zingeving (2009)

"Mogen zij allen één zijn" bidt Jezus. Diezelfde woorden vormden, maar dan in het Latijn, ook de titel van een encycliek die de vorige paus in 1995 schreef. Paus Johannes-Paulus II hield toen een pleidooi voor een goede samenwerking en voor een naar elkaar toegroeien van alle christenen. Er zijn sinds de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie, ruim 40 jaar geleden, grote stappen vooruit gezet in de oecumene. Velen van u weten denk ik nog hoe men elkaar vroeger over en weer verketterden. Nu wordt er in deze regio regelmatig samengewerkt, niet alleen op sociaal vlak, maar ook in vieringen en in het geloofsgesprek. Er zijn nu mensen die zeggen: in wezen geloven we allemaal het zelfde. We geloven allemaal in de God die liefde is. En er zijn zelfs mensen die zeggen dat alle grote wereldgodsdiensten in wezen op hetzelfde neerkomen: dat we goede mensen proberen te zijn. Ik denk dat het niet zo is dat het allemaal in wezen op hetzelfde neerkomt, ook niet onder christenen. Er zijn bij christenen onderling veel raakvlakken, en het is goed dat we daar veel meer oog voor gekregen hebben. Maar als je open wilt staan voor elkaar, en als je naar elkaar toe wilt groeien, dan is het wel zo eerlijk om ook de verschillen te zien en te benoemen. Niet als een muur, die je bij voorbaat scheidt, maar als een kledingstuk dat je dierbaar is omdat het hoort bij wie je bent. Je kunt het ook anders zeggen: wat is voor jezelf, vanuit de eigen traditie, zo wezenlijk dat je het niet kwijt wil als je toegroeit naar meer eenheid met anderen.

Komt het geloof van alle christenen in wezen op hetzelfde neer? Ik denk van niet. Neem nou die mevrouw, over wie we in de krant konden lezen. Op Koninginnedag pleegde een overspannen man, Karst T., een aanslag. Het werd een slachtpartij. Maar een mevrouw die trainingen geeft aan natuurgeneeskundig therapeuten zag er de hand van God in. Jezus, Maria en Maria Magdalena hadden haar geopenbaard dat God de band tussen het vorstenhuis en het volk wilde versterken en daarvoor gebruikte God die automobilist en een aantal toeschouwers, die door het offer van hun leven pas echt ridders in de orde van Oranje Nassau werden. Deze mevrouw Gaastra meent serieus dat het Christusbewustzijn door dit hele gebeuren toeneemt. Nu denkt u misschien "Wat een lariekoek". Maar ik vrees dat nogal wat mensen in Nederland zijn die doorgaans kritiekloos geloven wat hen als openbaring wordt meegedeeld. Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen zeggen dat ze iets door hebben gekregen uit de geestelijke wereld en dat ook wij dat voor waar moeten aannemen?

Hoe kijkt onze kerk daar tegen aan? Onze kerk ontkent niet dat er persoonlijke openbaringen kunnen zijn. Zo werd het verhaal van Bernadette Soubirous uit Lourdes diepgaand onderzocht en uiteindelijk erkend. Maar veel andere verschijningen en openbaringen worden beschouwd als wellicht waardevol voor iemands persoonlijke weg naar God. Maar voor anderen en voor de kerk zijn ze niet interessant.
Ik houd wel van die nuchterheid van onze kerk. Ze staat open voor spirituele ingevingen, en tegelijkertijd weet ze dat er veel mensen zijn met een rijke fantasie, en dat we ons wel van alles kunnen gaan verbeelden. Die combinatie van openheid en nuchterheid wil ik niet kwijt in de oecumene. In de pastorale praktijk kom ik ook tegen hoe bepaalde vormen van een meer kerkelijke geloofsbeleving echt ziekmakend kunnen zijn. En dan bedoel ik een geloofsbeleving waarin bij alles wat er gebeurt meteen een duiding wordt gegeven. Iets is of van de duivel, of God heeft er een bedoeling mee. Bij evangelicale christenen bespeur ik die neiging nogal eens. Geen ruimte voor twijfel, geen zoeken en tasten, enkel een zwart/witte waarheid, en als je die niet onderschrijft is je geloof niet groot genoeg. Achter de felle zekerheid van zo´n geloof vermoed ik veel angst en een afkeer van een leven dat zo ingewikkeld kan zijn.

Toch begrijp ik wel dat verlangen van mensen uit de wereld van New Age en van evangelicale christenen. Ze willen het leven en alles wat er gebeurt een zin geven. In de middeleeuwen geloofden mensen dat engelen en duivels intensief op hen betrokken waren. De geestelijke wereld was voor hen heel reëel. In onze tijd kunnen we doorslaan naar de andere kant. Dat doen we als we zeggen dat al het spirituele alleen maar verbeelding is. Dus dat alles wat met geloof te maken heeft alleen maar tussen onze oren zit, een menselijk bedenksel. Als we dat doen sluiten we onszelf op in ons ik, en er kan dan geen inspiratie, geen openbaring, geen goddelijke boodschap meer binnenkomen in onze ziel. Mensen uit de kringen van New Age en uit streng christelijke kring verzetten zich daar terecht tegen. En ook vanuit onze katholieke traditie kunnen we ons bij dat verzet aansluiten. Toch een soort eenheid dus.

Maar als we als christenen uit allerlei hoeken zoeken naar zin, naar waarheid, dan wil ik als katholiek wel mezelf blijven. En dat betekent bijvoorbeeld: accepteren dat heel veel dingen toevallig zijn, en zinloos, en onbegrijpelijk. Ik las in de krant dat de Vereniging van Natuurkundig Therapeuten afstand heeft genomen van mevrouw Gaastra. Gelukkig; het verstand is niet helemaal weg. Openbaringen mogen kritisch worden bezien. En neem nou dat kiezen van de opvolger van Judas bij de apostelen. Er werd wel gebeden, maar er werd geen medium bijgehaald om te kijken of het Jozef of Mattias moest worden. Er werd gewoon geloot. Veel dingen zijn een speling van het lot. Als je meteen een duiding wil geven van iets, dan houd je jezelf gauw voor de gek. Het kan best zijn dat God een bedoeling heeft met een bepaalde gebeurtenis. Maar vaak ontdekken we die bedoeling, de zin van het gebeurde pas na lange tijd, en soms na een lange worsteling. Dat wachten, die worsteling, dat staan met lege handen, die twijfel en dat onbegrip, ze horen bij ons mensenleven. En ook bij het zoeken naar waarheid en zin, waartoe Jezus ons allen oproept. Amen.