7e zondag van Pasen (2009)

De afgelopen honderd jaar hebben geleerden geprobeerd te achterhalen hoe de bijbel tot stand gekomen is. Oude zekerheden verdwenen en een onzekere vrijheid kwam er voor terug. Een vriend van me, die bijbelwetenschappen studeerde, zegt dat je door het gepuzzel heen moet om de bijbel weer als verhaal en met je hart te kunnen lezen. Ik wil daarom beginnen met wat geleerdheid.

Geleerden zijn het er over eens dat het evangelie van Johannes ongeveer 60 jaar na het openbare leven van Jezus geschreven is. De brief van Johannes is nog wat later geschreven. Anders dan vroeger denken de meeste geleerden niet dat het evangelie en de brief geschreven zijn door de apostel Johannes zelf, wel door mensen uit zijn kring. Het evangelie is langzaam tot stand gekomen binnen wat men noemt de johanneïsche kring. In het evangelie staan veel gesprekken en toespraken weergegeven en velen van hen, en ik sluit me daar bij aan, geloven niet dat Jezus dat allemaal letterlijk zo gezegd heeft. In het evangelie wordt vaak gesproken over de helper, de heilige Geest en het evangelie geeft weer hoe zij achteraf en geholpen door de heilige Geest gingen beseffen wie Jezus was. Hun spreken over dat besef werd hen niet in dank afgenomen; dat was kennelijk nogal bedreigend voor anderen. In het evangelie wordt de kleine kring van leerlingen vaak tegenover de grote boze buitenwereld gezet. In de lezing van vandaag: "De wereld haat hen omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet tot de wereld hoor". Het evangelie beschrijft een weg van Jezus, een innerlijke weg, die mensen bevrijdt. Een weg van waarheid , die gegeven wordt. Jezus bidt God dat Hij hen heiligt door de waarheid en dat zij eenmaal geheiligd de wereld heiligen.

Het ging Johannes, ik noem hem maar zo, niet om een of andere verstandelijke waarheid. Het ging en gaat om een innerlijk zien en beleven, om een mogen zien en er in waarachigheid en ware liefde naar leven. Dat is niet gemakkelijk, de laatste stap kun je niet zelf zetten, het wordt ons uiteindelijk gegeven, we worden verlost. Maar we kunnen wel wat doen. We moeten eerst ons "dikke ik" zien kwijt te raken, dan ons "kleine ik" en dan komt, naar men zegt, ons ware zelf naar voren, dan wordt "Gods liefde in ons ten volle werkelijkheid", zoals het in de brief van Johannes staat. De ware heilige weet niet dat zij heilig is en zo weten wij ook niet wanneer Gods liefde in ons ten volle werkelijkheid wordt. Maar we kunnen dat wel bij een ander zien. Ik denk dat in velen van ons Gods liefde af en toe zichtbaar wordt. Af en toe, te vaak tobben we nog met ons kleine ik, een heimlijke trots, een gehechtheid.

Zo tobben velen, onder wie ik zelf, met de islam. Wat moeten we daar nou van vinden? Vele kerken zijn langzaam leeggelopen. Iemand ging onlangs kijken in de buurt waar ik ben opgegroeid. De ooit zo volle en levendige kerk stond leeg te wachten op een nieuwe bestemming en terwijl ze mijmerend over het kerkplein liep, riepen jongetjes plagend "Allah akbar" of zoiets. Dat is pijnlijk, ons kleine ik speelt dan op. Toen ik in Indonesie woonde, werd ik elke dag voor dag en dauw gewekt door de oproep tot gebed vanuit een stuk of tien moskeeën. De kakofonie van veel te hard afgespeelde bandjes was niet om aan te horen, maar ik herinner me ook echt gezongen oproepen, vaak mooi en ontroerend. Ik vertelde dat een keer tegen een chinese collega en zij zei weer dat alle oproepen tot gebed haar vooral deden denken aan de progroms tegen chinezen een paar jaar daarvoor. De islam heeft vele gezichten.
Er bestaat een website waarin je na kunt gaan in welke context een woord staat in de bijbel en in de koran. Ik heb een keer wat trefwoorden ingetypt en tot mijn verbazing zag ik dat het woord liefde in de koran niet voorkomt. Nog groter was mijn verbazing toen ik een paar weken terug op een islamitische website zag staan : "God is liefde", precies wat we vandaag in de eerste lezing gelezen hebben. Gods wegen zijn onnaspeurlijk.

Rooms-katholiek zijn is tegenwoordig vaak een oefening in nederigheid, een goede kans om je kleine ik kwijt te raken. Elke maand is er wel een wereldwijd schandaal, soms onterecht, maar deze maand terecht. Een aantal brothers of Charity, broeders van liefde , van liefde nota bene, zijn flink tekeergegaan in Ierland en hebben dat te lang kunnen doen omdat de slachtoffers niet gehoord werden. Onze kerk wordt in Europa door velen weggehoond en, om het met Johannes te zeggen, de wereld haat ons weer. Het dikke ik van de triomfantelijke kerk zijn we al lang kwijt, nu ons kleine ik nog. Dan worden we door God geheiligd en zullen we zonder het te weten de wereld heiligen.