7° Paaszondag (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Herinnert U zich nog, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; herinnert U zich nog Knut - dat schattige ijsbeerbabytje uit de dierentuin van Berlijn? Een paar jaar terug werd de hele wereld erdoor vertederd. Knut werd een echte hit dan wel hype. Een paar weken geleden was Knut opnieuw in het nieuws. Het verlangen om bij Knut te komen was bij een mevrouw zó groot geworden dat zij zich te ver voorover boog en in het bassín van het ijsberenverblijf terecht was gekomen. Zij raakte door de confrontatie met Knut en een maatje van Knut ernstig gewond. Gelukkig wisten omstanders haar omhoog te hijsen. U herinnert zich van het televisienieuws misschien de beelden.

Je, veelgeliefden, zo is dat. Knut is nu eenmaal een ijsbeer. En wat die mevrouw overkwam, dat onheil, dat kwaad, binnen ons menselijk perspectief, dat kun je in het contact met een ijsbeer verwachten. Knut en co waren - alleen maar ijsbeer ... Zij gedroegen zich eenvoudig naar hun aard van groot roofdier. Zij konden niet anders. Daar moeten we dus ook niet over zeuren. Dat snápt natuurlijk ook iedereen.

Onheil en kwaad echter, kunnen ons ook vanwege mensen ten deel vallen. Mensen kunnen het slachtoffer zijn van andere mensen. De ene mens kan de andere onrecht aandoen, beroven, verwonden, de dood injagen ... Als dat gebeurt, dan zijn de weldenkende mensen verontwaardigd. Zulke dingen, zulk onrecht, mag niet gebeuren! Anders dan de dieren, de roofdieren, ijsberen bijvoorbeeld, heeft de mens zijn en haar vrijheid. Mensen zouden beter moeten weten. Mensen zouden alleen maar goed en ondersteunend voor elkaar moeten zijn.

Ja, mensen, zo is het. Zo zou het moeten zijn. Maar we weten allemaal dat de praktijk van het leven vaak anders is. De ene mens is voor de andere een wolf zeiden de oude Romeinen al. Waarom is dat zo? Waarom deed Judas, de apostel die Jezus voor geld verraadde; waarom deed hij dat? Hoe kwam hij tot die daad? Waarom joeg hij Jezus de dood in en eveneens zichzelf - want zoals de eerste lezing van vandaag ons heel aanschouwelijk duidelijk heeft gemaakt had Judas zelf van zijn daad, van zijn verraad, géén goede bekomst.

Het antwoord op de gestelde vraag ("Waarom deed Judas wat hij deed?") wordt ons in de evangelietekst die wij hoorden gegeven: "Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan." Waarom Jezus? Waarom heb je niet óók over Judas gewaakt? Waarom moest hij, waarom moest Judas verloren gaan? Het antwoord gaf je ons al: "Opdat de Schrift in vervulling moest gaan." Wat is dat voor een naargeestig boek dan, die "Schrift", dat mensen, Judas en jij Jezus, erdoor de dood in gejaagd worden?

Is het erg aanmatigend van mij mensen, als ik zeg dat ik dat inmiddels wel zo'n beetje snap?

"God is liefde" schrijft Johannes in zijn eerste brief. Ook dát hoorden we vandaag voorlezen. Die liefde van God hebben we in Jezus ten volle leren kennen. De Vader heeft Zijn Zoon naar de wereld gezonden om de redder van de wereld te zijn. Maar die wereld, veelgeliefden, de mensen, ze wíllen helemaal niet gered worden! Gered worden? Ik? Waar is dat voor nodig? Ik ben goed zoals ik ben. Ik kan het zelf wel af. Ik heb die Jezus en die God van jou helemaal niet nodig ...

Is dat wáár veelgeliefden? Kunnen we het zonder Jezus en zonder God (voor ons valt dat samen) óók wel af? Ik betwijfel dat. Of nee, voor mij persoonlijk weet ik het zeker: ĺk kan dat niet. ĺk realiseer mij dat ík het zonder Jezus, zonder God, echt niet kán, leven. Want er is onheil, er is kwaad in de wereld. Iemand van wie je houdt is zo stom dat ze in het water bij de ijsberen valt, of krijgt een verkeersongeluk, of was op 30 april in Apeldoorn of blijkt een bedreigende ziekte onder de leden te hebben. Onheil. Kwaad. Het zit in de natuur. En het zit in de mensen. Ook wij met onze zogenaamde vrijheid, met onze verdwaasde vrijheid (denk even aan Wilders' Partij van de Vrijheid); ook wij kunnen er met onze zogenaamde vrijheid voor kiezen, voor dat onheil, voor dat kwaad. U en ik kunnen het en we doen het soms ook - met onze stomme kop en omdat we bang zijn en omdat we er zoveel moeite mee hebben om ons wérkelijk consequent door Jezus' Geest die in ons spreekt, om ons door die Geest werkelijk in alle omstandigheden helemaal te laten leiden. Wij kúnnen vaak niet geloven dat God werkelijk bestaat. En dus dúrven wij vaak niet werkelijk op Hem te vertrouwen en te bouwen. Wij kunnen ongelovige en zwakke mensen zijn.

Dat alles zien we dus in Judas. Hij verraadt zijn Heer. Wijzelf zijn er ook toe in staat. En de Schrift, die in vervulling moest en moet gaan, die "weet" dat. Het is gewoon niet te voorkomen. Het gebeurt gewoon, het kwaad, het onheil. De natuur doet 't. En de mensen doen het.

Maar Jezus staat er boven. Hij kan het aan, dat onheil, dat kwaad, alle tegenstand. Hij absorbeert het. Hij neemt het in zich op, in Zijn lichaam. Dat is gebeurd aan het kruis, terwijl het kruis werd opgericht - wat door de evangelist Johannes wordt beschreven als een soort troonsbestijging. Hóóg wordt het kruis opgericht, opdat allen het zíen. Opdat wij zien wat we doen, waar mensen mee bezig zijn - én opdat we zien hoe ermee om te gaan, hoe Jezus ermee omgaat en hoe wijzelf Hem daarin kunnen navolgen. Wereld kom maar op. Kom maar, met je kwaad, met je onheil als het moet. Wij ondergaan het wel. Jezus kan het aan. Hij staat er boven. En hopelijk wij ook. En als er in de wereld, bij de mensen, sprake is van haat ten opzichte van Jezus en ten opzichte van ons, Zijn Kerk, dan is het precies om díe reden: omdát Hij en wij er boven staan en het aankunnen, het kwaad, het onheil, dat men ons aandoet en wíj, als het goed is, ons níet ingraven in het bestaan en onze zekerheid níet zoeken in geld en goed en het vuile spel met de bonnetjes en de bonussen níet meespelen. Hij, Jezus, is niet van de wereld. En wij zijn het ook niet. Mogen wij, met Jezus, in waarheid alleen God zijn toegewijd. Amen.