7e paaszondag (2009)

Beste Dorpsgenoten,
Voor ik verder aan iets toekom, wil ik eerst zeggen hoezeer het mij treft dat de evangelist Johannes in zijn verhalen over het laatste avondmaal zo uitdrukkelijk schrijft over vreugde.
In hoofdstuk 15, vers 11 "Dit zeg ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden."
Vervolgens in hoofdstuk 16, vers 22: "wanneer ik u zal weerzien, zal uw hart zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen," en in vers 24: "Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij."
En tenslotte in hoofdstuk 17, vers 13: "Maar nu kom ik naar U toe en nog in de wereld zeg ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten."
Deze teksten geven de indruk dat de evangelist schrijft over volheid van vreugde die van Jezus onverminderd overstroomd naar zijn leerlingen.
De meesten van Johannes' teksten over het laatste avondmaal blijven voor mij ontoegankelijk. Alleen die woorden over vreugde intrigeren mij steeds meer. Zij doen mij denken aan Dietrich Bonhoeffer, die onder de oorlog, als tegenstander van Hitler, in de gevangenis zit, met de dood voor ogen.
In juli 1944 schrijft hij: "Wie ben ik? Ze zeggen me vaak: je treedt uit je cel, rustig, blij en zeker als een burchtheer uit zijn kasteel. Wie ben ik? Ze zeggen me vaak: je spreekt met je bewakers vrij, rechtuit en vriendelijk als was je hun heer.
Of ben ik alleen wat ik weet van mijzelf, ziek als een gekooide vogel, snakkend naar lucht als werd ik gewurgd...?
Wie ik ook ben, U kent mij, ik ben van u, mijn God."
Als je dat alles zo kunt voelen, dan beleef je volkomen vreugde. Dat geldt voor Jezus, dat geldt voor Bonhoeffer. Dat kan ons allemaal overkomen.
Ik stel me voor dat het woord Vader niet meer genoeg zou zijn voor Jezus als hij zou leven in onze tijd: hij zou God ontdekken in veelvoud, niet meer te vangen in één woord, zich uitsprekend in schoonheid, liefde, wetenschap, in het universum van zon, melkwegstelsel, Andromeda nevel, en al die andere stelsels die al miljarden jaren wachten om met ons in contact te komen. Jezus zou stil worden, geraakt door een werkelijkheid die niet te vangen is in woorden als God, of Jupiter, Minerva, Mars of Allah.
Zoals hij eens de naam "vader" ontdekte, tot wie hij sprak en zijn gebeden richtte en aan wie hij zich overgaf, zo zijn wij nu geroepen om toegesproken te worden en de nieuwe naam op te vangen waaronder god-in-meervoud zich aan ons openbaart.
Een nieuw talenwonder of een nieuwe theologie?