7e paaszondag (2009)

Homilie

Al enkele weken lezen we uit het Johannesevangelie. Dat 'jongste' evangelie - laatst geschreven rond jaar 100! - heeft een heel eigen karakter maar ook een heel eigen taal en stijl. Ieder van de vier evangelisten schrijft de Blijde Boodschap van Jezus neer op zijn manier en vooral met een heel concrete groep van mensen voor ogen naar wie die Boodschap als het ware bewerkt, vertaald moet worden opdat zij -vanuit hun cultuur en hun manier van denken- die goed zouden kunnen begrijpen. En Johannes schrijft voor een publiek van Hellenisten. Dat zijn mensen die helemaal baden in de cultuur en de gedachtenwereld van de Grieken. En die gedachtenwereld wordt heel erg bepaald door de oude Griekse filosofen. Hun taal is anders dan de gewone taal. Die filosofie heeft het voortdurend over: het zijn van het zijn, het zijn aan zich, het zijn voor zich, de zijnden van het zijn. Voor gewone mensen als wij een ongewone, bijna onbegrijpelijke manier van spreken. Dat doet Johannes ook een beetje vandaag in het evangelie. Hij heeft het over 'niet van de wereld zijn'. Jezus zegt: 'Zij (mijn leerlingen) zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben . Ik bid niet, Vader, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen (in de wereld) bewaart'. En toch zijn ze blijkbaar niet van de wereld.

Wat betekent die manier van spreken nu eigenlijk?
Natuurlijk zijn we allemaal in de wereld, net zoals Jezus toen Hij onder ons leefde in de wereld was. We kunnen niet anders, als we niet meer in deze wereld zijn, dan zijn we er niet meer, dan zijn we...dood. Maar Jezus zegt niet: Ik en zij zijn niet in de wereld, maar Hij zegt: ik en wij zijn niet VAN de wereld.
We weten allemaal dat er in de wereld goed en kwaad is. En niemand van ons is vrij van het kwaad of immuun voor het kwaad. Het kwaad in de wereld is er eenmaal en het trekt aan ons.
Dat voelen we allemaal iedere dag aan den lijve weer opnieuw. We zijn veel gemakkelijker tot het kwade geneigd - nl. datgene wat IK wil, IK graag heb, desnoods ten koste van anderen of wie of wat dan ook- dan tot het goede. Dat ervaren we allemaal.
Als we geloven in de evolutietheorie van Darwin -wat geen afbreuk doet aan het feit dat God de wereld geschapen heeft- dan begrijpen we dat het leven een soort strijd is, dat er in de loop van de vele eeuwen voortdurend veranderingen in de wereld zijn en dat datgene of diegenen die zich het gemakkelijkst aan de situatie kunnen aanpassen -en dus de sterksten- overwinnen.
Dat zien we in de natuur, in de plantenwereld, en vooral de dierenwereld: de bekende 'wet van de sterkste' of anders gezegd de 'wet van de strijd tot het zelfbehoud'. En dat gevecht tot zelfbehoud onziet heel dikwijls niets of niemand. Dat is de 'wet van de wereld ', zo werkt dat in de wereld, zo werkt de wereld. Dat zien we ook bij ons, mensen. 'Zelfbehoud' is natuurlijk belangrijk, van zelfsprekend noodzakelijk.....maar de vraag is....tot hoever? Tot hoever laten we die wet in ons leven meespelen?
Alles
in deze wereld streeft naar zelfbehoud: ieder bedrijf, iedere firma, ieder product (waar ook weer mensen achter zitten) streeft daarnaar: vandaar het aanprijzen van producten, diensten, levensstijlen, met de invloedrijke rol van de media daarin. Op zich niet slecht, maar we hebben ook het dwangmatige daarin, het overconsumeren, mensen misleiden, mensen met bijna gratise kredieten met een schuldenberg en een gebroken leven opzadelen, de soms enorme verkwisting terwijl anderen omkomen van de honger, de roofbouw op onze natuur.
Zinnelijkheid, sensualiteit, genot...op zich niet slecht.....maar we kunnen ook verleid worden tot in excessen toe, waarbij ze ons leven kunnen beheersen, ten koste van.....

Dat alles zijn krachten die in deze wereld werken, die ons kunnen maken tot mensen van de wereld, die ook het kwaad in de wereld voor lief nemen.

Daarom zegt Jezus: ik ben wel in de wereld, maar ik ben niet van de wereld,
Ik laat niet toe dat ook het kwaad van deze wereld vat op me heeft.

Daarom bidt Hij ook Zijn Vader, nu hij niet langer meer onder zijn volgelingen zal zijn, dat zij zich verbonden zouden blijven voelen met Hem, dat ze één zouden blijven met Hem, net zoals Hij één is met de Vader, opdat het geen mensen van de wereld zouden worden, maar mensen zoals Hij die het kwade in de wereld op afstand houden en alleen het goede willen in deze wereld en het goede voor alle mensen. Jezus' gebed toont geen afschuw voor de wereld, dat we de wereld moeten verachten (zoals vroeger wel eens gedacht werd). Daarom vraagt Hij ook Zijn Vader dat Hij 'zijn leerlingen niet uit de wereld wegneemt', maar dat Hij zijn volgelingen juist IN de wereld laat om Christus' strijd tegen het kwaad en het goede dat God wil, verder te zetten.

Ik persoonlijk geloof niet dat de mens van nature uit, vanuit de evolutie, vanuit zijn louter biologische en psychische gegevenheid sterk genoeg staat tegenover het kwaad van de wereld, maar dat Hij kracht kan putten bij Christus en bij God om te werken aan een wereld waar het goede het kwade overwint, dat Hij die krachtbronnen nodig heeft om te kunnen bouwen aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde of om het met Bijbelse termen te zeggen: aan het Rijk Gods, aan de droom van God met deze wereld, die er ook komt, omdat Hij ons die beloofd heeft, maar ...niet vanzelf. Daarom ook hebben wij, gelovigen, mekaar nodig, tot steun, tot aanmoediging om vol te houden. We helpen mekaar daarin als we ook één zijn in onze basishouding, onze pogingen, ons trachten en daarom bidt ook Jezus voor ons dat 'wij één mogen zijn zoals Hij één is met Zijn Vader'.

Kruisteken en inleiding

Jezus zegt al biddend in het evangelie vandaag:
de Vader en Ik zijn één,
zo moeten de mensen bijeengebracht worden tot elkaar.

Het werk van God is geen individuele opdracht,
maar een gemeenschappelijk gebeuren.

In verbondenheid met de Heer,
in verbondenheid met de mensen om ons heen,
gebeurt er bevrijding, verlossing en schenkt God nieuw leven.

Bidden we in deze viering om geloof in Gods werk,
en om de kracht in verbondenheid met elkaar er aan mee te werken.

Schuldbelijdenis

Laten we aan het begin van deze viering ons nederig tegenover God plaatsen
en uitspreken dat wij vergeving en kracht van Hem nodig hebben.

Heer, Gij wilt ons helpen en leiden,
maar als het niet lukt,
omdat het ons te moeilijk valt,
wees ons dan genadig.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, Gij die ons leven hebt gedeeld,
en de verleidingen van de wereld kent,
wees ons, mensen, genadig.
Chistus, ontferm U over ons.

Heer, onze blik op de toekomst die Gij ons aanbiedt,

wordt dikwijls verduisterd
door ons zwakke geloof en vertrouwen in U.
Heer, wij smeken U daarom:
ontferm U over ons.

Moge de barmhartige God ons onze zonden vergeven,
onze fouten en te korten niet te nauw nemen
en ons blijven begeleiden op de weg naar waarachtige en eeuwig leven.

Voorbede

Bidden wij tot de Heer, die ook voor ons gebeden heeft...

Bidden wij dat het ooit waar mag worden:
dat ons samenkomen in Jezus' naam niet vrijblijvend is,
dat ons breken en delen hier
breken en delen wordt in ons leven van elke dag.
Laten wij bidden...

Bidden wij dat het ooit waar mag worden:
genoeg brood voor allen die honger hebben,
gelijke kansen voor iedereen die in ons midden vertoeft,
mensen die zich écht verantwoordelijk weten voor elk ander.
Laten wij bidden...

Bidden wij dat het ooit waar mag worden:
warmte en bezieling die de hele Kerk doorstroomt,
van top tot grondvlak:
mannen en vrouwen, die, geïnspireerd door hetzelfde evangelie,
eenheid bevorderen in waarheid en trouw
opdat Gods droom met deze wereld kome.
Laten wij bidden...

God, onze Vader,
luister welwillend naar de gebeden van Uw volk
en geef ons de kracht om met U en Uw Zoon
blijvend verbonden te blijven
ten goede van Uw wereld. Amen.