7e Paaszondag

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Jezus was het bindende element in de kring van apostelen en leerlingen. In het zicht van zijn dood bidt Hij om twee dingen: ten eerste dat ze de eenheid zullen bewaren wanneer Hij er niet meer is, en ten tweede dat ze niet opgaan in de wereld. Hij be¬doelt dat ze niet zullen meedoen aan de wereld van het kwaad. ‘Ik bid niet dat Ge hen uit de wereld wegneemt, maar dat Ge hen behoedt voor het kwade'.

Judas is wél een man van de wereld. De wereld van het kwaad heeft vat op hem gekregen. Hij heeft zich namelijk laten leiden door gewin, geld, en is gaan heulen met de machthebbers, de geldschieters. Hij heeft zijn vriend verraden met een kus. In iemands gezicht mooi weer spelen, maar hem achter zijn rug uitlachen, verdacht maken, verraden, dat is van-deze-wereld-zijn. Jezus bidt dat zijn leerlingen zo niet zullen worden: omwille van het geld, eigenbelang of zelfbehoud, soms met een lach erbij, mensen verlinken; naar boven likken en naar onderen trappen, en zo mensen laten vallen. Dat bedoelt Jezus waneer Hij zegt: ‘Ik hoop, ik bid, dat ze niet van deze wereld zullen zijn'. Want dat is precies het omgekeerde van wat Hij heeft voorgedaan.

‘Zolang Ik bij hen was, heb Ik hen bewaard en over hen gewaakt'. Mensen bewaren en over hen waken, behoeden, hooghouden en nooit laten vallen. Gelukkig zijn er ook volop men¬sen die dat doen. Ze zijn niet van deze wereld, zegt Jezus. Wij zeggen vaak: Ze zijn te goed voor deze wereld.

Zo eentje zoeken ze ook - om de plaats van Judas op te vullen - als twaalfde apostel. Bovendien moet het iemand zijn die Jezus zelf nog gekend heeft, die Hem heeft meegemaakt in de voorbije jaren, van zijn doop door Johannes tot de dag waarop Hij werd weggenomen.

Het doet goed nog eens te lezen hoe zo'n nieuwe kerkleider - want dat moest hij worden - destijds werd aangesteld. Er is eerst goed overleg tussen de apostelen, met Petrus voorop, en een groot aantal leerlingen. Dat levert twee even geschikte kan¬didaten op, en voordat er gemanipuleerd kan worden, laten ze - na samen te hebben gebeden - het lot beslissen. Eerlijker kan het bijna niet. Op die manier wordt Mattias de twaalfde apostel. Hij en de andere apostelen blijven, samen met Maria - vertellen ons de schriftverhalen - en samen ook met nog andere vrouwen en mannen, in geloof bijeen. Ze doen dat om samen de dood van Jezus te verwerken, om troost te vinden bij elkaar, en om kracht op te doen in het samen bidden.

In die kring van saamhorigheid en gebed groeit het geloof in de verrijzenis, en raken ze open voor de heilige Geest die hun door Jezus is beloofd als trooster en helper.

Laten ook wij, hier bijeen tussen Hemelvaart en Pinksteren, samen bidden om bezieling door de heilige Geest, opdat wij in deze wereld niet van deze wereld zijn, elkaar niet verraden met een kus, elkaar niet met een lachend gezicht laten vallen, maar elkaar behoeden en eerbiedigen, en elkaar recht in de ogen kunnen kijken. Wie dat doen, schoppen het misschien niet ver in de wereld, maar vinden wel Gods koninkrijk.