Dit zeg Ik opdat zij mijn vreugde ten volle bezitten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
In dit afscheidsgebed stelt Jezus een serie vragen voor zijn leerlingen aan zijn Vader. Nu is het opvallend dat naast een bede om eenheid in het geloof en in de liefde nog meer een bede om vreugde centraal staat: 'Dat zij mijn vreugde ten volle mogen bezitten'. Nergens in het evangelie wordt uitdrukkelijk vermeld dat Jezus ooit gelachen heeft - al mag men dat wel veronderstellen -, terwijl er tweemaal te lezen staat dat Jezus weende. Hier, in het zicht van een gewelddadige dood spreekt Hij over mijn vreugde. En dan denken wij spontaan aan een parallel, waar Jezus zegt: 'Mijn vrede geef Ik u, niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u'. Jezus is een vreugdevolle en vredevolle mens geweest. Het lijden en het leed van de anderen heeft Hij gedeeld. Hij is bedroefd en angstig geweest, maar diep in Hem is er altijd een onvoorstelbare vreugde en vrede gebleven.

Wat bedoelde Jezus met zijn vreugde? Die vreugde raakt de kern van zijn persoonlijkheid en komt voort uit de eenheid van heel zijn wezen met zijn hemelse Vader. Jezus wist ook wel dat deze aarde de kenmerken van een tranendal draagt, maar alle boosheid en lijden van deze wereld kon Hem de vreugde van het samenzijn in liefde met de Vader niet ontnemen. Daarom bidt Hij ook voor ons 'opdat wij zijn vreugde ten volle mogen bezitten', opdat wij mogen putten uit die onuitputtelijke bron van liefde en eenheid met de Vader, die de stuwkracht moet zijn van onze opgang naar de Vader en naar onze medemensen. Jezus zendt zijn leerlingen uit opdat zij in deze wereld van haat en onenigheid deze vreugde zullen uitdragen.

Heel het heilswerk van Jezus, zijn blijde boodschap, dient tot niets anders dan 'dat zij die volmaakte blijdschap mogen hebben die Ik heb'. Dat is dan een ook een kenmerk van Jezus' leerlingen: de innerlijke vreugde.

Kan er wel een overtuigd geloof, een daadwerkelijke liefde bestaan die niet vreugdebrengend zijn? Geloof, hoop, liefde en vreugde zijn onafscheidelijk. De heiligen, die de eenheid en de liefde met God in Jezus ten volle hebben beleefd, hebben ook zijn vreugde mogen smaken en aan anderen doorgegeven.

Denk hier even aan Sint Franciscus van Assisi, die een blijer mens werd naarmate hij meer in de voetstappen van Jezus trad. Denk aan de heilige Elisabeth van Thuringen, die uit haar eigen kasteel, de Wartburg, werd verdreven en zich ten dienste van haar armste medemensen stelde. Zij wilde deze blijdschap meedelen.

Paus Johannes Paulus I, die als de lachende paus de geschiedenis is ingegaan, zei: 'Een glimlach op het gezicht van een priester is veel meer waard dan een lange preek'. Als blije, lachende mensen kunnen wij bewijzen dat de navolging van Jezus ons met vreugde vervult.

Wij mogen de kleine vreugden van de gewone dag niet verwaarlozen: een vogel die fluit, het zonnelicht dat glinstert in een dauwdruppel, een kind dat lacht. Er zijn zoveel dingen die ons vreugde kunnen schenken. Jezus heeft zelf water in vreugdewijn veranderd op een bruiloft. Hij wil dat wij leven en vreugde bezitten in overvloed.

Wie deze vreugde bezit kan niet anders dan zijn medemensen beminnen. Wie van vreugde echt genieten wil, moet ze immers kunnen delen met anderen. Willen wij op aarde gelukkig zijn, dan moeten wij anderen vreugde bereiden, want de vreugde die we uitdelen komt in dubbele mate terug in ons eigen hart. Onheil, schuld, zonde, lijden en dood zijn niet bij machte die vreugde weg te nemen.

Een mooi Russisch verhaaltje kan dit illustreren. Een gehandicapte, volledig verwaarloosde man zit aan de rand van de weg en steekt zijn hand uit naar de voorbijgangers. De meesten letten niet op hem. Een enkele blijft staan en zegt: 'Ik zou je graag wat geven, maar ik heb juist gezien dat ik geen geld op zak heb'. De bedelaar geeft hem dit wonderlijk antwoord: 'Je hebt me meer dan geld gegeven, je hebt me een stuk van je hart gegeven!'

De hartelijkheid, de vreugde van God werd hier aan mensen doorgegeven. Zijn de christenen in staat elkaar deze vreugde te geven, de vreugde die niemand ontnemen kan?