Wat Jezus aan het hart ligt

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Als een mens zijn stervensuur voelt naderen, zegt hij vaak wat hem bijzonder op het hart ligt. Dat heeft ook Jezus gedaan toen Hij bij het laatste avondmaal voor het laatst met zijn leerlingen samen was. De evangelist Johannes heeft later deze afscheidswoorden van Jezus neergeschreven. Toen op dit ontroerend moment van afscheid, konden de apostelen deze woorden nog niet begrijpen, pas na de verrijzenis, verlicht door de heilige Geest, kwamen de leerlingen tot het volle begrip van alles wat Jezus voor zijn lijden gezegd en gedaan heeft. Johannes zegt ons dat Jezus bij het laatste avondmaal niet alleen tot de apostelen gesproken heeft, maar ook over hen met zijn Vader, dat wil zeggen dat Hij voor hen heeft gebeden. Een fragment van dit hogepriesterlijk gebed horen wij vandaag in het evangelie. Dit gebed van Jezus was niet alleen van belang voor zijn leerlingen, maar ook voor ons. We willen even stilstaan bij deze laatste woorden van Jezus, die Hij tot zijn Vader richt: "Bewaar hen in uw naam!" Jezus zelf had zijn apostelen bij hun naam geroepen, Hij had ze uitverkoren en bewaard voor het kwade. Even zo wil God ook ons bewaren van het kwa¬de. In het Onze Vader bidden wij: "Verlos ons van het kwade, maar wij nemen de werkelijkheid van het kwaad vaak niet ernstig genoeg. Dikwijls knipogen wij naar het kwaad en laten het binnen in ons hart. Wij sluiten compromissen met het kwaad en bieden niet voldoende weerstand. Dikwijls wordt het kwaad zelfs bijna als modern, als vooruitgang of als nuttig aangeprezen. Het is moeilijk om tegenwoordig het goede van het kwade te onderscheiden. Dit te kunnen is een gave Gods en om die gave heeft Jezus voor ons gebeden.

"Heilig hen!" Met de bede, bewaar hen voor het kwaad, hangt deze tweede vraag van Jezus om de heiliging van zijn leerlingen samen. Jammer genoeg verlangen de meeste mensen van onze tijd niet meer naar heiligheid. Men stelt zich tevreden met een goed mens, een behoorlijke christen te zijn. Wij behoren liever tot de middelmaat van onze omgeving. Wij passen ons aan, om niet op te vallen als bijzonder braaf of te kerkelijk. Zo bewijzen wij noch ons zelf, noch de Kerk of de wereld een dienst. De Kerk biedt ons dag na dag de hulpmiddelen aan tot heiligheid: de sacramenten, Gods Woord, troost en kracht. Maar om al die gaven bekommeren wij ons niet. Het is goed dat Jezus voor ons gevraagd heeft, dat de Vader zelf ons zou heiligen.

Jezus heeft ook gebeden om eenheid. "Opdat zij één mogen zijn!" Ondanks alle oecumenische inspanningen van de kant van de kerkelijke leiders is de scheiding in de Kerken nog altijd een pijnlijke werkelijkheid. En dat is te begrijpen, want eenheid moet groeien van onder af. En wat doen wij zelf daar voor? Bidden wij ook, zoals Jezus, om die eenheid? Leven wij zo dat onze levenshouding aanstekelijk kan werken op hen die zich van de Kerk vervreemd hebben? Juist in deze tijd voor Pinksteren is het zinvol en ook noodzakelijk om te bidden voor deze "eenheid". Zoals Maria, die samen met de apostelen gebeden heeft voor het komen van Gods Geest over de Kerk, zo moeten wij dat doen in deze dagen. De eenheid onder zijn volgelingen was een hartenwens van Jezus, waarvoor Hij vlak voor zijn dood uitdrukkelijk gebeden heeft.
De Kerk legt ons dit gebed van Jezus in de mond vlak voor het pinksterfeest. Zo nodigt ze ons uit om samen met Jezus te bidden en ons open te stellen voor de gaven van de Geest.