"Bewaren" - een heel veelzijdig woord!

Beste vrienden,

Bewaren – een woord met verschillende betekenissen. Wanneer je de gezichten van voetbalsupporters voor de wedstrijd bekijkt, dan kan je goed waarnemen hoe groot bij hen de wens is dat hun ploeg van de nederlaag zou worden bewaard. Bewaren in de zin van gespaard blijven of verhinderen. In een eerder zeer conservatief kerkblad van enkele jaren geleden las ik onlangs: „In een tijd waarin de Kerk zo sterk aangevallen wordt als vandaag, mogen wij katholieken toch niet twijfelen en trouw achter de Paus staan en de eenheid met hem bewaren.  Bewaren in de betekenis van „front vormen“ en „eenheid demonstreren”.  En dan denk ik spontaan ook aan die kassabediende die me, toen ik onlangs een elektrisch toestel kocht, op het hart heeft gedrukt om de kassabon te bewaren voor de garantie. Bewaren om “gelijk te kunnen krijgen” of “gerechtigheid te kunnen ervaren”.    

Deze voorbeelden maken ons duidelijk hoeveel betekenissen dat woord bewaren toch kan hebben. Omdat het in het evangelie van vandaag zelfs drie keer voorkomt vind ik dat we er best even over nadenken hoe we dat woord in het gebed van Jezus moeten begrijpen.

Bedoelt Hij hier met “bewaren”: Iets bijhouden in de zin van “we bewaren het in een lade, je weet nooit wanneer je het nog eens kan gebruiken?  Of betekent bewaren hier eerder: zo is het en zo blijft het – basta? Dus stijf aan iets vast houden, gelijk of het relevant is of niet?  Of zou bewaren hier niet bedoelen: Alle dingen van het leven en van het geloof liggen voor eens en voor altijd vast? Dan hoef je er helemaal niet meer over na te denken. Eén oogopslag in de catechismus beantwoordt dan al je vragen.  Het Evangelie van vandaag is naar de inhoud kort voor Jezus’ dood te situeren. Ook Hij is volop begaan met datgene wat ook in zijn leerlingen omgaat, namelijk de vraag: Hoe moet het nu verder met ons? En al datgene wat in Hem omgaat vat Jezus samen in een gebed tot de Vader: “Ik heb hen Uw naam geopenbaard – bewaar hen in uw naam!”

Wanneer Jezus in zijn laatste woorden die bekommernis van de leerlingen in zijn gebed opneemt, dan is dat volgens mij voor ons vandaag een aanwijzing om de grote vragen van onze tijd ook gewoon in ons gebed op te nemen: Hoe moet het verder met onze Kerk? Welke weg zullen onze jongeren inslaan?  Hoe en waarmee moet de Kerk antwoorden op de problemen van onze tijd?

Het eerste adres voor al die vragen zijn niet de kerkelijke ambtsdragers, maar eerder God zelf.  

Dit gebed van Jezus geeft ons drie belangrijke aanknopingspunten: “Bewaar hen in Uw naam!” – “Neem hen niet uit de wereld, maar behoed hen voor het kwaad!”  en  “Ik heb hen in de wereld gestuurd!”

Als we dat kernwoord „bewaren“ van nabij bekijken dan zien we dat daar ook het woord „waarheid“ in zit. Dat zou ook kunnen betekenen: de waarheid vinden, en in de waarheid blijven. Dat is niet star en ook niet doods; het is ook geen surrogaat, geen esoterisch zalfje hier, en een beetje Goeroe daar. De waarheid van God is iets levends en dynamisch. En bewaren heeft ook iets met geschiedenis te doen: met het verhaal van ieder van ons met God. Maar dan niet met blik op het verleden, maar wel gericht op de toekomst. Daarom moet er ook iets uitgeprobeerd en gewaagd worden – zelfs op het gevaar af dat we het juiste niet onmiddellijk zullen vinden.

Bij al dat nadenken is me ook bewust geworden dat diegenen die in onze Kerk alle hervormingen afwijzen met de opmerking dat we het bestaande trouw moeten bewaren, zich evenmin op dit evangelie kunnen beroepen als diegenen die denken dat het geloof best bewaard en gered kan worden door het zeer uitvoerig in ambtelijke leerstellingen en in een uitvoerige catechismus te gieten. Wie bewaart het geloof meer: Diegenen die zeggen, alles is duidelijk geregeld – of diegenen die zeggen: Daar moeten we in alle openheid over praten en samen naar oplossingen zoeken die aan Jezus’ Evangelie voldoen”?  Ik hoop dat we daar steeds weer met elkaar over kunnen praten en proberen om steeds nieuwe impulsen te brengen – gelijk of het om initiatieven van priesters, diakens, pastorale werksters of leken, van de Bisschoppenconferentie of om resultaten van dialoogprocessen gaat. Dat hoop ik en daar zouden we ook allemaal voor moeten bidden

Het tweede punt uit Jezus’ gebed luidt: “Neem hen niet uit de wereld, maar bewaar hen voor het kwade.”  Soms zou je als christen toch echt wel uit deze wereld willen emigreren. Waarom?  Wel, omdat wij allemaal, wanneer we werkelijk volgens het evangelie willen leven, duidelijk aanvoelen dat we dan toch niet gewoon op de cadans van de anderen mee kunnen lopen. Als christenen botsen we dan dikwijls en storen die cadans.

Als Kerk moeten we dan ook niet verwonderd zijn wanneer we in de media alleen nog aan het woord komen wanneer het om misbruik gaat en niet meer over die dingen waar wij het graag over zouden hebben. Zeker, op papier is er nog een christelijke meerderheid in ons land, maar die vermindert zienderogen. En christenen die nog regelmatig naar de kerk gaan en die ook in hun dagelijkse leven hun geloof leven zijn tot een kleine minderheid verworden. Kunnen wij dan nog verwachten dat ons om raad wordt gevraagd? Meestal stoten we toch op een meewarig hoofdschudden en duidelijk onbegrip. 

Maar alleen maar pruilen over de gang van de wereld, dat gaat niet. En ons terugtrekken in een religieus coconnetje gaat zeker niet. Jezus heeft toch niet gezegd: “ik vraag U om ze uit de wereld te nemen en voor hen een speciale aparte plaats bij U te voorzien”, maar wel: ”bewaar hen van het kwaad!”  En waarom? Omdat, wanneer het om kritiek en gelijk hebben, om Geld of om eer gaat, ieder van ons zeer vlug gevaar loopt om met gelijke munt terug te willen betalen of in dezelfde sleur te hervallen.  We mogen ons niet laten verleiden tot de illusie dat het kwaad altijd ergens anders op de loer ligt, maar niet bij ons. Maar met Gods hulp kunnen wij het kwaad wel afslaan. 

De derde en laatste uitspraak luidt: „ik heb hen in de wereld gestuurd”.  Als christenen zijn wij niet heimelijk op deze wereld, zeker niet!  Wij moeten ons in de discussie mengen en niet beledigd opstaan en weglopen wanneer we niet de eerste viool mogen spelen. Het gist van het Evangelie moet doorheen het deeg van deze wereld worden gemengd om Gods woord te laten rijzen. Dat kan in beroepsgesprekken, in vergaderingen op het werk, in politieke discussies of gewoon in de vriendenkring of in een babbel met de buren.

Zeker, of het deeg opgaat ligt niet helemaal aan ons alleen. Maar Gods Geest, waar we in deze tijd rond Pinksteren heel intensief om bidden, die hebben we aan onze kant. Hij motiveert ons en Hij zal er ook wel voor zorgen dat al onze moeite niet vergeefs is.   Amen.