Met anderen samen aan het werk B (2012)

Het joodse pinksterfeest stond voor de deur.

Daar zijn de vrienden van Jesus,

in gebed bijeen.

Op het eerste gehoor komen we misschien onder de indruk

van hun vroomheid maar dat is niet nodig.

Wat was dat voor een geloofsgemeenschap? Een zeer gehavende.

Alle mannen waren ze na Jesus' gevangenneming gevlucht.

- Petrus die Hem aarzelend was gevolgd

had hem drie maal verloochend,

- Judas was weg, hij had Jesus verraden

en zich daarna opgehangen van spijt.

 

De messiaanse gemeenschap rond Jesus

was wel zeer gehavend geraakt.

Er was alle reden toe om de blik hulpeloos ten hemel te heffen

en samen eensgezind om redding te smeken.

Zouden ze anders ooit deze slag te boven kunnen komen? 

Toch gebeuren er tegelijkertijd ook wonderlijke dingen.

Het boek van de Handelingen vertelt ons vandaag

dat er 120 mensen om de 12,

- neen het zijn er nu 11 - heen staan.

 

De geschiedenis van Gods Koninkrijk,

gaat ondanks de fouten van de apostelen toch door !

 

120 Leerlingen staan te popelen

om zich bij de Jesus-beweging aan te sluiten:

de twaalf in tienvoud nota bene ! 

De gemeenschap van goedwillende nieuwelingen

vult zo aan wat er aan het college van de apostelen ontbreekt. 

 

Maar voor er verdere uitbreiding kan komen,

voor het Pinksteren kan worden

zullen toch de twaalf als kernkabinet weer compleet moeten zijn.

Hoe ? Het lot beslist.

 

Bij wijze van spreken:

iedereen had het apostelcollege kunnen aanvullen. 

 

Als we dat allemaal horen

hoeven wij ons niet minder te voelen dan die eerste christenen.

Het waren gewone mensen net als wij.

 

Het geheim zit hem niet in de voortreffelijkheid

van die mensen maar in God die met deze mensen verder zal gaan.

 

Met de twaalf -nu weer compleet-, met de 120 er omheen:

met de 4000 die zich op Pinksteren zullen aansluiten:

met allerlei soorten mensen, sterke en zwakke,

heilige en minder heilige:

met ons dus ook, met u en met mij.

 

Terug even naar de avondmaalszaal

de avond voor Jesus' lijden.

    'Vader laat hen één zijn, zoals wij'

bad Jesus.

 

Wat heeft Jesus de zijnen vooral op het hart gebonden?

Dat kun je in samenvatten in twee woorden:

NAASTENLIEFDE en eenheid.

 

Iedereen zal het je zeggen:

dat is de kern van het christelijk geloof: Naastenliefde.

 

Echte innerlijke eenheid is belangrijk..

een ander soort eenheid dan de eenheid van de macht.

 

De eenheid van de macht is de Heer een gruwel.

In een Duitsland dat zijn waarden kwijt was:

was ooit een nieuwe eenheid ontstaan rond een tiran.

Een eenheid die zeker niet de eenheid was,

waar Jesus graag over sprak.

 

De eenheid van het fascisme was de eenheid

zoals we die bijv. in het verhaal

van de toren van Babel beschreven vinden:

de eenheid van de mensen die elkaar napraten

en zeggen: 'laten we samen een toren bouwen:

Babel Babel ueber alles."

Die eenheid werd door God verstoord:

er kwam een complete verwarring

maar die was door God gewild.

Alle grote eenheidsblokken, vooral rond tirannen

zijn verdacht.

 

Zou de verdeeldheid die er is

in de wereld en in de kerk

misschien ook een diepe zin hebben?

De christelijke kerk is geen club van mensen

die samen het met elkaar in alles eens zijn

maar een groep van mensen

die samen maar één echt voorbeeld hebben:

Jesus van Nazareth.

 

Hij maakt ons eensgezind

niet in de zin van eenheid maakt macht

maar eensgezind in de liefde tot de weerloze,

tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:

eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.

Er ontstaan nieuwe verbanden in de samenleving:

oude grenzen worden gepasseerd,

een nieuwe eenheid krijgt gestalte

iedereen kan daar aan deel krijgen.

 

De oude eenheidsbindende factoren:

de eenheid van ras of natie

hebben hun relevantie verloren.

Jesus van Nazareth is het die mensen bindt:

Joden en Romeinen, armen en rijken,

jong en oud, mannen en vrouwen.

 

Naar die eenheid rond die Heer zijn mensen steeds op zoek

en die eenheid blijken mensen toch ook steeds weer te vinden.

En zo komt er een nieuw begin;

geheel tegen onze minne verwachtingen in.

Gods ruimhartigheid gaat al onze kleinhartigheid te boven;

er is ruimte voor zovelen.

 

Diezelfde Geest is op velerlei wijzen bezig,

en dan niet alleen binnen maar ook buiten de kerk.

Nieuwe beginnen kunnen er worden gemaakt

en ook vinden wij nieuwe bondgenoten op onze weg !

Van beiden geef ik voorbeelden.

 

Duitsland, het land van vroeger Deutschland Deutschland ueber alles

maakte een nieuw begin. Ik maakte dat mee in Calcutta bij moeder Theresa.

Het was al zo’n 20 jaar geleden maar toch.

In het huis van de stervenden lag een kleine oude man

hij had niet lang meer… dat kon je wel zien.

Maar een grote flinke Duitse jongen zag ik hem verzorgen

en hem een slokje water geven aan de stervende.

‘Aktion Söhnezeichen’ stond op zijn shirt:

aktie ‘tekenen van verzoening en goede wil’ na alle slechte dingen

die er in de 40er jaren van de vorige eeuw van Duitsland uit waren gegaan.

 

En de bondgenoten van Artsen zonder grenzen

(kerkelijk of niet kerkelijk) riskeren eigen leven,

gaan het gevaar niet uit de weg

gaan zieken helen waar ter wereld niet.

En er zijn mensen van Amnesty, kerkelijk of niet kerkelijk

mensen van vluchtelingenhulp,

jonge mensen, oude mensen:

vrome mensen, minder vrome mensen:

de Geest waait maar door:

 

buiten de kerk.. zei ik

maar ook daarbinnen.

 

De kerk wordt steeds wakkerder:

nieuwe ontmoetingen vinden er plaats

nieuwe initiatieven worden ter plekke ondernomen.

 

Wij van de kerk zijn er nog,

de kerk, geen machtig instituut...........

maar - als het goed is - een groep van mensen

die hun leven willen laten richten

door verbondenheid met God

van wie geschreven staat

dat Hij zijn mensen uit de tirannie had bevrijd

en met Jesus Zijn zoon

eensgezind vervuld van God.

 

Eensgezind in de liefde tot de weerloze,

tot de mens die de liefde van een ander mens nodig heeft:

eensgezind in de bescheidenheid van de dienst.

 

Rond Jesus die zei:

    'ik heb ze alles doorgegeven wat ik van U -Vader- ontvangen    

    heb, zij hebben die woorden aanvaard. Daarom bid ik

    voor hen: ze zijn van U!'

 

 ‘Wezenzondag’ heet deze 7e paaszondag,

zo tussen Hemelvaart en Pinksteren ook wel.

We voelen ons weerloos,

de Geest is er nog niet.

We kunnen ons nog even herkennen

in ontreddering van de apostelen

die samen met Maria de Heer misten

en beter is het misschien nog

ons bij hen aan te sluiten

als zij bidden om de kracht van Zijn Geest.

 

Het is tot in onze dagen troostend te bedenken

dat de Heer begonnen is op de avond van zijn lijden

voor ons te bidden:

dat Hij onze problemen kende

en bij herhaling, - voordat Hijzelf lijden moest -

gebeden heeft dat ONS geloof niet zou bezwijken.

Wij worden niet aan ons lot overgelaten,

we hoeven niet te zuchten en te kreunen

onder de zwaarte van onze levensopdrachten.

 

Altijd weer is er de mogelijkheid

dat de kracht van Gods heilige Geest het onmogelijke waar maakt.

Wij kunnen nieuwe mensen worden

zoals een modern kerklied dat bezingt:

 

    'Gezegend die weet wat recht en slecht is

    die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht

    en niet vreest, voor geen mens.

 

    Gezegend mensen die goed zijn,

    de hand die niet slaat,

    de mond die niet verraadt,

    de vriend die zijn vriend niet verloochent.

    Gezegend die onbevangen spreekt

    en onbevangen liefheeft al wat leeft.

    Gezegend zij die zo elkaar bewaren, troosten voorthelpen.'