Sta niet naar de hemel te staren (2006)

Kranten zaten gisteren met een probleem. Ze moesten aan hun lezers uitleggen dat ze vandaag niet zouden verschijnen. De een deed dat in een kort berichtje, een ander maakte er voorpagina nieuws van met als pakkende kop: Jezus voer ten hemel en wij slapen uit. Verder gaf deze krant een hele uitleg over de wettelijke bepalingen in ons land, een spoedcursus ´christelijke feesten´ en nog een korte discussie over de vraag of ook feesten van andere grote religies aanleiding zouden moeten zijn voor een vrije dag. Geïnterviewde dominees en ouderlingen gaven aan dat ze vandaag geen volle kerken verwachtten, maar alleen de doorzetters.

Het hele verhaal van Hemelvaart is voor ons een moeilijk verhaal omdat de geloofservaring die in dit verhaal wordt verteld zo sterk is gegoten in een verbeelding en verwoording die niet meer past bij onze tijd dat misverstanden onmiddellijk op de loer liggen. Het plaatje dat de schriftlezingen ons voorhouden klopt niet meer met mijn kijk op de mens, de geschiedenis, Jezus van Nazaret. Het staat in schril contrast met mijn wereldbeeld en mijn godsbeeld. Wij mensen die de eerste mens op de maan hebben beleefd en die iedere dag kunnen kijken naar het weer op Mars vormen zich óf verkeerde beelden bij uitspraken als ‘die opgevaren is ten hemel en zit aan de rechterhand van de vader' óf we kunnen er helemaal niets mee. Wij geloven niet meer in het antieke wereldbeeld van drie verdiepingen: God als een wezen boven in de hemel, de hel onder ons en wij op de aardschijf daar tussen in. Wij weten beter. Wij weten dat de boodschap van de bijbel ook niet zit in het wereldbeeld dat wordt beschreven maar dat het hulpmiddelen zijn om geloofservaringen over te dragen. Die geloofservaringen daar gaat het om. Laten we eens een poging wagen.

Toen onlangs een van onze medeparochianen overleed hadden haar kleinkinderen een heel fleurige omslag gemaakt voor het boekje van haar uitvaartliturgie. Allerlei bootjes stonden er op met feestelijk gekleurde zeilen. En als thema van de viering hadden ze gekozen: welkom thuis. Met die omslag drukte de familie van de overledene een geloof uit: (groot)moeder was na haar ziekbed, en na een lang en welbesteed leven met veel vrolijkheid, plezier en ook inspanningen voor elkaar waarin ze iemand was geworden van wie de hele familie echt hield, op haar uiteindelijke bestemming gekomen bij God. Haar uitvaart en afscheid hadden iets blijmoedigs, naast natuurlijk het verdriet om het gemis.......

Dat heb je heel dikwijls nadat iemand is heengegaan, een dubbel gevoel: goed dat er een einde is gekomen aan het lijden en tegelijkertijd nog niet kunnen vatten dat hij of zij er niet meer is en dankbaarheid voor wat de overledene betekent. Rouwen betekent dat je de tijd neemt om teruggeworpen op jezelf alles tot je te laten doordingen en op zijn ware betekenis te toetsen. Heel dikwijls getuigen mensen er dan van dat de overledene er lichamelijk niet meer is maar dat ze toch een band ervaren, die als echt en troostrijk wordt beleefd.

Ik denk dat Lucas, die het verhaal van de Hemelvaart het meest uitgebreid vertelt, in het begin van de Handelingen, de situatie waarin mensen verkeren kort nadat ze een dierbare hebben verloren, een goede vergelijking vindt om duidelijk te maken hoe het met de leerlingen ervoor stond toen werkelijk tot hen doordrong: Jezus, onze Heer, leeft niet meer tussen ons op aarde.

Natuurlijk moeten ze zich eenzaam en verlaten hebben gevoeld: verwachtingen en verlangens die ze tot dan toe hadden gekoesterd waren de bodem ingeslagen.
Maar precies in die stilte kan zich ook, tegen alle verdriet in, een warm veilig gevoel openbaren. Een gevoel dat ontstond toen de leerlingen terugdachten aan Jezus leven en aan zoveel woorden die hij sprak en dingen die hij deed juist voor de meest eenvoudige mensen: ik ga wel heen, maar ik blijf bij jullie, ik laat jullie niet als wezen achter, ik zal een helper sturen.

Een periode van rouw en stilte, maakt het mogelijk om te luisteren naar alles wat dan op je afkomt. Juist door dan eenzaam te zijn word je teruggebracht tot jezelf en degene die jou verlaten heeft, krijgt ook de kans om tot zichzelf terug te komen. Daardoor zie je uiteindelijk en ten diepste hoe rijk je bent geworden door je relatie met die ander. De vriendschap, de liefde kan in alle rijkdom zich ontplooien.

Het getuigt van wijsheid en menselijk invoelingsvermogen dat de liturgie een onderscheid maakt tussen Hemelvaart en Pinksteren. De leegte na het afscheid wordt niet onmiddellijk opgevuld met de Geest. Die komt pas later. Het wordt niet allemaal onmiddellijk dichtgetimmerd. Dietrich Bonhöffer - de Duitse dominee die zich tegen het nationaal-socialisme verzette- zei ooit: "Zolang de leegte werkelijk blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden. Het is fout te zeggen: God vult die leegte. Hij vult haar helemaal niet. Integendeel. Hij houdt die leegte leeg en helpt ons zo de vroegere gemeenschap met elkaar bewaren, zij het ook in pijn."

Het is precies die ervaring waaraan ik moet denken als ik vandaag lees hoe de leerlingen Jezus gespannen nastaarden bij zijn hemelvaart. Wat had hij hun niet gegeven? Te veel om op te noemen. Het mooiste dat iemand kan krijgen: inzicht in oorsprong van de mens en waarheen hij op weg is.
Nu waren ze hem kwijt. Maar in de afstand die er tussen Jezus en zijn leerlingen is ontstaan na zijn dood, komen ze erachter wie Jezus is geweest. In de leegte gaan ze zijn testament langzaam begrijpen. In de stilte en de verlatenheid horen ze zijn stem: ik ben toch altijd bij jullie - wat er ook gebeuren zal. Hoe zingen wij dat ook weer? "Al heeft hij ons verlaten, hij laat ons nooit alleen." Nu mag de Geest komen om de laatste angst weg te nemen en om kracht te geven.

Christen-zijn heeft iets tweeslachtigs.
Van de ene kant willen we een veilige plek, een houvast, een plaats waar we ons thuis voelen en geborgen. Van de andere kant weten we ons voortdurend door God geroepen op tocht te gaan en te getuigen. Dit is de spanning die in ons christelijk bestaan zit ingebakken.
"Vol onrust ben ik vandaag aangekomen op de plaats vanwaar ik morgen zal vertrekken", zegt een dichter. Als ik de behoefte aan de standvastigheid te sterk laat spreken en eraan toegeef, ontgaat me de stem van God en de roep van de medemens. Dan ontstaat het grote gevaar van de gearriveerde christen, die je niets meer hoeft te vertellen omdat hij alles weet.

'Here God wij zijn vervreemden door te luisteren naar uw stem' zingt een lied. Vandaag vieren we een feest waardoor duidelijk wordt gemaakt dat ik mijn thuishaven hier nooit definitief zal vinden. Ik zal er heel mijn leven naar op weg zijn. Jezus is er na zijn trektocht aangekomen. Hij is nu bij God, Hij is van God, bij God is Jezus thuis. 'Thuis zijn' is volmaakte liefde.

Nu wordt me ook duidelijk dat ik vandaag met mijn neus op de aardse werkelijkheid word geduwd. "Mensen van Galilea, wat staan jullie naar omhoog te kijken?" Ons werk is hier en nu, ga aan de mensen zeggen wat je van mij gezien en geleerd hebt, bouw verder met jouw medemensen aan het Rijk Gods. Sticht vrede, beoefen gerechtigheid, wees vol respect voor de jou toevertrouwde schepping.