De hemel boven de aarde, Gods liefde voor ons mensen (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden

Wie weleens heeft gekampeerd, kent het gelukzalige moment als de tent eenmaal staat. Nu kan me niets meer gebeuren. Ik heb mijn plek, ik ben beschut, beschermd tegen de elementen, ik kan schuilen tegen wind en regen. Ik ben veilig. Ik kan slapen, eten, een boek lezen, er op uit trekken, leuke dingen gaan doen, genieten van het leven. En altijd weet ik: ik heb altijd dat tentdoek boven mijn hoofd waar ik op kan terugvallen. Mij kan niets gebeuren.

Zie hier het beeld, niet zomaar van een vakantie, die voor sommigen ideaal is en voor anderen niet luxe genoeg, maar het beeld van ons allemaal, het beeld van ons mensen op deze aarde ... onder Gods hemel. Dit beeld is hoe de Bijbelse mens aankijkt tegen de hemel. In het wereldbeeld van die dagen is de aarde plat, en daarboven heb je het firmament van de hemel, als een tentdoek die God daar heeft geplaatst om het leven op de aarde mogelijk te maken, te beschermen, richting te geven. Gods hemel is dus niet heel ver weg, maar omspant ons leven hier op aarde als een tentdoek, dichtbij, beschermend, geeft ons alle ruimte om te leven en te spelen, te genieten van elkaar en van de wereld. Want dat maakt dit beeld wel duidelijk: het gaat om de wereld, het gaat God om de aarde. Hemel en aarde horen bij elkaar, en daarbij is de hemel er voor de aarde.
Het is pas veel later, in de Middeleeuwen, dat een ander wereldbeeld het wint. Ons leven op aarde wordt dan maar tijdelijk en ondergeschikt aan het eeuwige leven, in de hemel bij God hierboven, of in de hel hierbeneden. Het aardse leven en wij, nietige, zondige mensen zijn een heel klein radertje in het grote gevecht tussen hemel en hel, tussen God en duivel, en in ons aardse bestaan verdienen wij ons ticket voor de enkele reis, naar boven of naar beneden, voorgoed.
Zo niet het Bijbelse beeld, dat God en zijn hemel er zijn opdat wij hier op aarde goed kunnen leven, waar de hemel een ander woord is voor God die zich richt op het geluk van zijn mensen, die als een tentdoek ons omgeeft met zijn liefde, met zijn geboden die als sterren ons richting wijzen, met zijn ontferming, vergeving, met alles wat wij nodig hebben om hier in zijn koninkrijk te mogen leven, hier op aarde onder Gods hemel.
Als we dat beeld voor ogen houden, van Gods hemel als een tentdoek uitgespannen over onze wereld, moet je eens opletten hoe allerlei teksten, Bijbelse en liturgische, gebeden en gezongen, opeens anders gaan klinken:
Ja, wat de hemel is voor de aarde,
dat is uw liefde voor hen die geloven.
Wij mogen op God vertrouwen (in de Schrift een ander woord voor geloven), en weten dat ons niets kan gebeuren.

Gij de vergeving van alle zonden,
recht en gerechtigheid voor deze wereld.
Gij kent ons toch, Gij zult niet vergeten
dat wij uw menen zijn, Gij onze God. (Psalm 103)

Heel de Schrift wordt plotseling Gods tentdoek, Gods hemel voor ons:
Hij schreef, ons tot bescherming
zijn handvest van ontferming.
Hij schreef ons vrij met eigen hand. (Schriftlied)

Wat betekent dit andere, Bijbelse wereldbeeld dan, wat heeft het voor consequenties als wij vandaag de Hemelvaart van de Heer vieren en gedenken, en - voeg ik er maar aan toe - als we nadenken over onze eigen hemelvaart, de dood van onszelf en anderen?
Allereerst dat we ook die gebeurtenissen moeten blijven bezien in het licht van dit onlosmakelijke verband tussen hemel en aarde, waarbij de hemel er is voor de aarde. Dus als Jezus van deze, onze aarde opstijgt naar Gods hemel,dan betekent dit dat hij - in het beeld van de tent boven ons hoofd - voortaan deel uitmaakt van ons tentdoek, deel uitmaakt van onze bescherming, onze richtingwijzer, als het ware zelf een ster aan de hemel is geworden, de morgenster die licht brengt in de duisternis, die leeft opdat wij leven, die ons met zijn Geest blijft bezielen en inspireren, en die - juist daarom - van deze aarde is opgestegen, om ruimte te maken voor ons, opdat wij - op deze aarde - in zijn Geest, maar op onze eigen manier en met onze eigen (on)mogelijkheden voortbouwen aan Gods koninkrijk op deze aarde.

Dat is de opdracht die hij aan de elf en aan al zijn leerlingen heeft nagelaten: om zijn blijde boodschap - van Gods koninkrijk op deze aarde - voort te zetten en in woord en daad te verkondigen aan heel Gods schepping op deze aarde, om iedereen uit te nodigen hier aan mee te doen, zich te laten dopen in zijn Geest, en daarin ons geluk te vinden, om bij te staan wie ziek zijn, om genezing te brengen waar dit op onze aarde nodig is, en steeds te blijven merken dat wij leven onder Gods hemel, dat God het is die voor ons, maar ook met ons en door ons zijn werk hier op aarde voortzet.

In de Handelingen van de apostelen horen we hoe de overgebleven leerlingen van Jezus naar de hemel staren, maar het moet hier gebeuren: op deze aarde. Ooit zal het hemel op aarde zijn, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt, maar tot die tijd is het onze aarde onder Gods hemel, en mogen wij met die eerste leerlingen vol verwachting uitzien naar de komst van Gods Geest, en meewerken aan zijn zending, ons leven lang, tot onze dood, en zelfs daaroverheen, als ook ons leven voltooid is, opgenomen in Gods hemel, als een tentdoek over deze aarde, deel van de geschiedenis die God met ons mensen schrijft en blijft schrijven:

Zijn onverganklijk testament
dat Hij ons in de dood nog kent
de dagen van ons leven
ten dode opgeschreven
ten eeuwig leven omgewend.
Schrift die mensentoekomst schrijft
Naam die trouw blijft: (Schriftlied)
Ik-zal-er-zijn
God-met-ons.