Hemelvaart (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Ik wil u vragen om samen eens naar de tekening te kijken die op de voorkant van uw boekje staat. Die tekening, vol symboliek, heeft ons veel te zeggen. Er zijn twee dingen op te zien: Bovenaan zie je de figuur van Jezus kleiner worden en verdwijnen achter een wolk. Vóóraan zie je drie figuren die omkijken naar die vervagende Jezus en tegelijk duidelijk op weg gaan, stok in de hand, een boek bij zich, het boek van de bijbel, tenminste dat mogen we wel veronderstellen.
Als iemand gestorven is dan onttrekt die persoon zich aan het zicht. Zijn of haar dierbaren bewaren allerlei beelden en herinneringen, vaak zien ze die heel scherp voor ogen, en tegelijk vervaagt toch dat beeld met de tijd. Dat is ook Jezus' leerlingen overkomen. Jezus heeft zich aan hun ogen onttrokken: ze zitten vol van hem, en tegelijk vervaagt zijn beeld.
We moeten ook niet vergeten dat deze verhalen pas tientallen jaren na Jezus' dood opgeschreven zijn. Toen was voor de meeste gelovigen Jezus als een figuur uit het verleden. En dat is ook zeker de werkelijkheid waar wij nu mee te maken hebben.
We zijn christenen, d.w.z. die persoon van Jezus is uiterst belangrijk voor ons, heel ons gelovig zijn is op Hem geënt, wordt door Hem gevoed. En tegelijk is Hij iemand uit een grijs verleden en weten we eigenlijk heel weinig van Hem: we hebben maar een vaag beeld, ons door de eeuwen heen overgeleverd, vage herinneringen, veel onduidelijkheden, veel vragen.
Maar, juist als de leerlingen toen ook wij moeten in beweging komen op de weg die Hij gewezen heeft: ook wij moeten aan het werk om zijn boodschap waar te maken in onze tijd. Dat is precies wat die drie figuren op de tekening doen. En let wel: het zijn geen bisschoppen of pastoors, het zijn heel gewone mannen en vrouwen, geen rijke lui, maar eenvoudige mensen op blote voeten.
We hebben namelijk allemaal de opdracht om in naam van die Jezus actief bezig te zijn in de wereld van vandaag. Dat is niet alleen de taak van bisschoppen en pastoors. Maar om die taak goed te kunnen vervullen moeten we wel steeds omzien naar die Jezus, naar die mens die 2000 jaar geleden op aarde rondtrok en die toen de grondslag legde van het huidige christendom.
Maar dat omzien naar die Jezus moet betekenen dat je alles doet om zijn boodschap zo goed mogelijk te begrijpen, om je je steeds weer door Hem te laten inspireren. Je kunt niet echt gelovig zijn in de christelijke traditie als je geen beeld hebt van Jezus, van wat Hem bezielde.
Tegelijk mag het niet blijven bij terugkijken We moeten op weg, we moeten in beweging komen, geïnspireerd door die Jezus en door het boek van de bijbel. Alleen zo kunnen we echt christenen zijn in de wereld van vandaag.
In de eerste lezing hoorden we hoe de leerlingen Jezus stond na te staren, en hoe zij toen te horen kregen: wat staan jullie naar de hemel te staren: en daarin klinkt door: kijk om je heen, daar vlak bij jou moet je Jezus zoeken, kijk naar de mensen om je heen, samen met hen en voor hen moet je die vertrokken Jezus weer levend maken.
Vroeger was de eerste vraag van de catechismus: waartoe zijn we op aarde. En het antwoord was: we zijn op aarde om in de hemel te komen. We hopen wel op een hemel na dit leven, maar ons werkterrein ligt hier en nu in dit aardse leven, onze opdracht hier en nu is om hier een beetje hemel op aarde te bewerken, om te werken aan een wereld waarin mensen wat geluk kunnen vinden, een samenleving waarin mensen elkaar gelukkig maken, voor zover dat mogelijk is met al onze aardse en menselijke beperkingen.
En als we Jezus opdracht tot dienstbaarheid aan elkaar, tot zorg en aandacht voor de mens aan de zijlijn, de mens met verdriet, de mens die in de knel zit, als we die boodschap invullen, ieder naar zijn eigen mogelijkheden, dan komt Jezus weer tot leven in ons midden, dan kan ook die hemel op aarde een beetje werkelijkheid worden.