Hemelvaart is dubbelheid (2009)

Beste vrienden,

Hemelvaart is altijd een feest met een dubbele betekenis.
Enerzijds vieren we dat Jezus van ons is heengegaan om thuis te komen in Gods heerlijkeheid. Hemelvaart is een afscheid. Maar ook een feest van vertrouwvolle aanbidding want Jezus zit aan de rechterhand van de Vader.
Anderzijds belijden we dat Jezus op een nieuwe manier blijvend bij zijn leerlingen en bij ons aanwezig is. ‘Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen', zingt het bekende kerklied.

Hemelvaart heeft een dubbelheid. Het zegt ons dat we moeten leven met ons hoofd in de wolken en met onze voeten op de grond.

Ik heb me laten vertellen dat je op de Olijfberg de kapel van de Hemelvaart kunt bezoeken, waar volgens de legende Jezus ten hemel werd opgenomen. (Ik wou het vijf jaar geleden zelf gaan bezoeken, maar toen begon de zoveelste Intifada en we zijn niet kunnen vertrekken.) Maar de kapel zou er als volgt uitzien. Het is een achthoekig gebouw, met een open dak. Het verwijst dus naar de hemel. In de vloer van de kapel is de naakte rots te zien, met daarin een kleine holte: ‘de voetafdruk van Jezus bij zijn hemelvaart' , zegt de traditie.
Een vrome fantasie, kan je zeggen. Ongetwijfeld. Maar wel zinvol. De achtergebleven voetindrukken zijn een vingerwijzing voor de mensen die naar boven staren. De voetindrukken zeggen ons: ‘Treed in zijn voetspoor! Zet zijn werk verder! Geloof in daadkracht. Wees zijn getuigen tot aan het uiteinde der aarde!'

Leven als christen is leven met ons hoofd in de wolken en onze voeten op de grond.

De ‘wolk' in de bijbel verwijst naar Gods aanwezigheid. Het is maar een beeld uiteraard. Wie ooit met een vliegtuig gereisd heeft, heeft gezien dat er boven de wolken geen engeltjes van wolk tot wolk lopen en rijstpap koken. Maar een wolk verwijst naar God. Zoals je een wolk niet kan vastpakken, zo kan je ook God niet ‘be-grijpen'. Als een wolk ging God zijn volk voor in de woestijn (en 's nachts als een vuur), bij de doop van Jezus sprak een stem uit de wolken, enz. Hier in het verhaal onttrekt een wolk Jezus aan het zicht van zijn leerlingen. D.w.z. Hij is bij God, Hij is thuis.

De leerlingen moeten aanvaarden dat Jezus niet meer bij hen is. Zo is het bij elk rouwproces. Je moet de doden kunnen laten rusten. Je moet niet verlangen naar dingen die er niet (meer) zijn.
De leerlingen vragen aan Jezus: "Gaat Gij nu voor ons het koninkrijk herstellen?" En Jezus ontwijkt op het eerste gezicht de vraag. ‘Het komt u niet toe om dat te weten.' Maar zijn antwoord gaat verder: ‘Jullie moeten het doen. Jullie moeten getuigen, vanaf de plaats waar je nu leeft, tot de einden der aarde'. En zover zijn ze gegaan, de leerlingen en zovele generaties missionarissen, tot Congo, tot Molokaï, tot Taiwan, tot de Eskimo's. Maar het moeilijkste missiegebied is misschien nog wel Vlaanderen, je eigen kring, je eigen gemeenschap. Daar word je naartoe gezonden. Met alle kracht en kwetsbaarheid die in jou is.
Maar je staat er niet alleen voor: je krijgt de Geest mee! We worden toegerust met de kracht van de heilige Geest. Die Geest hebben we met ons doopsel en ons Vormsel meegekregen, wij allemaal! We vergeten dat te vaak. Maar wij zijn voldoende toegerust met alles wat we nodig hebben.
Daarmee kunnen we in het voetspoor van Jezus gaan.

Laten we het samen doen! Onze talenten bundelen om van deze aarde, hier waar het te doen is, een stukje hemel te maken. We hebben alle talenten nodig! Er zijn mensen die anderen kunnen begeesteren en bezielen en overtuigen. Anderen voelen zich beter als ze iets kunnen betekenen voor kleine, zieke of kwetsbare mensen. Weer anderen hebben de gave om te organiseren en mensen bij elkaar te brengen. Nog anderen hebben de gave om te volharden in het gebed. Dat is een talent!
Al die talenten moeten we samenleggen, om in onze Sint-Anna-ten-Drieënparochie de hemel te ontdekken. Staar niet naar de hemel, hier is het te doen. Denk niet: ‘mijn tijd is voorbij, een ander zal het wel doen'. Wíj moeten het doen: ieder die is gedoopt en gevormd! Laten we gaan, in Jezus' voetspoor!

met dank aan Werkboek Weekendliturgie, Gooi en Sticht