Ons Heer Hemelvaart B - 2012

Zusters en broeders,

Ons Heer Hemelvaart: feest van hemel en aarde. Er zijn optochten, er zijn toespraken en er wordt feest gevierd. En waarom is dat? Omdat de katholieke arbeidersbeweging vandaag de publicatie herdenkt van de encycliek Rerum Novarum. Paus Leo XIII was de auteur ervan, en hij schreef hem in 1891. Rerum Novarum is de eerste encycliek waarin de Kerk het opneemt voor de arbeiders, en meer in het algemeen, voor de zwakkeren in de maatschappij. Een rechtvaardig loon, het recht op eigendom en solidariteit met de zwakkeren in de maatschappij zijn de pijlers waarop de encycliek steunt. Zowel de overheid als de vakbonden moeten zich daarvoor inzetten. Dat Leo XIII in 1891 voor vakbonden pleitte, is ronduit revolutionair, niet alleen binnen de Kerk, maar ook daarbuiten. Na meer dan honderd jaar vormt zijn encycliek nog altijd de basis van de katholieke sociale leer. Hij had dan ook een immense invloed. Hij leidde tot katholieke vakbonden, katholieke politieke partijen en een hele resem katholieke sociale instellingen.

Waarom wordt Rerum Novarum - en dat betekent: ‘over nieuwe dingen’ - precies op hemelvaartsdag gevierd? Omdat Jezus op die dag hemel en aarde direct met elkaar verbonden heeft. Hij stijgt ten hemel, maar tegelijk dalen twee mannen in witte gewaden uit de hemel neer, en ze zeggen tegen de apostelen: ‘Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Ge hebt toch gehoord wat Jezus u zojuist heeft opgelegd? Ge moet zijn getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, en tot het einde van de aarde.’ Gedaan dus met verlangend, maar nietsdoend naar de hemel te staan staren. Neenee, er moet gewerkt worden. Hier, op deze aarde is het te doen. In het evangelie is Jezus al even duidelijk: Hij geeft zijn apostelen de opdracht het evangelie aan heel de schepping te verkondigen, en ze moeten daarbij geen gevaren uit de weg gaan, want Hij zal hen terzijde staan. En het evangelie dat ze moeten verkondigen, is dat ene gebod: Bemin God bovenal en uw naaste gelijk uzelf. Dat is een heel eenvoudig en ook een heel duidelijk gebod: God en onze naaste zijn dus onafscheidelijk met elkaar verbonden. Allen zijn we Gods kinderen, dus zijn we allen ook elkaars broers en zussen. En familie, die laat je toch niet in de steek?

Nee, dat kunnen we niet maken. Vandaag niet, op de dag dat hemel en aarde elkaar de hand reiken, en anders ook niet. Want solidariteit met mensen in nood behoort tot de kernopdrachten van Jezus’ opdracht. Hij heeft ons die solidariteit altijd zelf voorgeleefd. Hij ging al weldoend rond, zo wordt over Hem in de Bijbel gezegd. Dat moeten wij dus ook doen: al weldoend rondgaan. We weten hoe moeilijk het momenteel in veel landen is. Jarenlang hebben regeringen en banken ons wijsgemaakt dat het goud zomaar van de bomen te plukken was, en nu is al dat klatergoud neergedonderd, natuurlijk niet op de rijken, maar op de kleine man. Wijdverbreide armoede, wanhopige mensen en massaal veel miserie zijn er het gevolg van. Ook bij ons gaat het snel bergaf: er zijn nu al meer dan 1.500.000 armen in ons land. Dat is een verdubbeling op tien jaar tijd. Het probleem, of beter de schande van dat alles is dat de meeste rijken dat helemaal normaal vinden. Ze trakteren zichzelf op waanzinnige lonen en op nog waanzinniger bonussen, en tegelijk ontslaan ze duizenden mensen omdat ze zogezegd niet genoeg winst maken. Of nog iets anders: wereldwijd leven 40 miljoen alleenstaande kinderen op straat, in de riolen van de grootsteden, op vuilnisbelten, in vluchtelingenkampen. 40 miljoen machteloze kinderen, zonder enige toekomst. Het is te mensonwaardig voor woorden.

Zusters en broeders, wij zijn christenen. We mogen ons dus niet zomaar laten meesleuren in de jacht naar meer en nog meer. Laten we integendeel streven naar ‘nieuwe dingen’, de dingen die Jezus ons heeft voorgeleefd. In het evangelie zegt Hij dat we duivels moeten uitdrijven en slangen moeten opnemen. Duivels van onrecht en slangen van uitbuiting. We moeten ook nieuwe talen spreken: talen van solidariteit en van menselijke waardigheid. En het vergif van de jacht naar meer en nog meer moeten we onschadelijk maken door het streven naar meer welzijn en geluk voor iedereen. In één woord: onze blik moet gericht zijn op de hemel, maar onze handen en ons hart moeten die hemel hier op aarde mee helpen verwezenlijken. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een aarde op maat van alle mensen, niet alleen op maat van de rijken en de machtigen. Zoals Jezus ons heeft voorgedaan, en zoals Hij ons heeft opgedragen net voor Hij ten hemel steeg. Dat is precies wat we vandaag vieren: dat we zijn werk verder mogen zetten. Amen.