De Hemel is zoals...

Preek voor Ons Heer Hemelvaart 2012  :                                                   Hand 1, 1-11  

                                                                                                                        Marc 16,15-20

 

- De Hemel is zoals... -

 

Beste vrienden,

 

Metaforen worden niet alleen op retraites gebruikt; ook in leerboeken godsdienst wordt er mee gewerkt opdat de scholieren een bepaald thema gemakkelijker zouden begrijpen.    

Zo vond ik in een dergelijk leerboek een metafoor over het feest dat we vandaag vieren. Wel niet direct over het “opstijgen” van Jezus, maar wel over de plaats waar Hij naartoe ging.  

Leerlingen van het derde leerjaar vervolledigden de begonnen zin “De Hemel is zoals...“ als volgt:  “De Hemel is ...  zoals een huis om in te ravotten; zoals een toffe boom om in te klimmen; zoals mijn twee cavias;  zoals geen oorlog; zoals kerstavond; zoals vakantie.

Er was zelfs een kind dat zeer zelfbewust schreef: “De Hemel is zoals ik”!

 

Hebt u zich in de ene of de andere uitspraak ook herkend? Probeer toch ook eens een dergelijke metafoor te formuleren: De Hemel is voor mij als...  – Voelt u aan hoe belangrijk het is om zelf een eigen beeld te hebben van wat de Hemel voor u is?  Pas dan kunnen we ons voorstellen wat we vandaag eigenlijk vieren.    

Ik ben ervan overtuigd dat we op deze manier terug een heel nieuwe kijk krijgen op die Hemelvaart van Jezus.  En dat is dringend nodig, want hoeveel scheefgetrokken beelden zwerven er, al was het maar door het woord “Hemelvaart”, niet rond in de hoofden van ons, christenen.   

Te beginnen met het gewoon omhoog zweven als een losgelaten ballon, tot en met de verkeerde vertaling van een Italiaan die, het Nederlands amper machtig, „Jezus’ Hemelvaart“ gewoon vertaalde met „Jezus vliegt door de lucht“.   Dan moet ik toch toegeven dat de voorstelling van de leerlingen van het derde studiejaar de hemelse werkelijkheid dichter benaderden. Denk u ook niet?

In de Handelingen van de apostelen en in het evangelie van Marcus wordt het afscheid van Jezus van de aarde zeer concreet, zeer aards weergegeven. In de Handelingen der Apostelen wordt de blik van de leerlingen terug naar de aarde gericht, want daar is meer dan genoeg werk aan de winkel. De evangelist stuurt de elf apostelen de wereld in. Die zendings- en missioneringsopdracht is dus vanaf het begin reeds een belangrijk bestanddeel van de Kerkelijke leer.   Maar toch wel niet op de manier zoals het in de middeleeuwen werd toegepast en hoe sommige hedendaagse fanatici het ook nu nog in praktijk brengen door anderen onder dwang en met geweld tot hun standpunt te bekeren.     

Neen, het woord van Jezus wordt aan iedereen in vrijheid verkondigd. En iedereen is ook vrij om het al dan niet aan te nemen of af te wijzen. Als er in het evangelie al sprake is van verdoemenis, dan wordt er niet over geweld gesproken, maar wordt gewoon de ernst van de situatie verduidelijkt.  Onze tijd op aarde is een tijd van beslissingen, en Christus wil ons met zijn boodschap niet dwingen, maar overtuigen, ieder van ons.  

Het is dus telkens weer nodig dat wij onze ogen op die Hemel richten waarin Jezus werd opgenomen en waar Hij, zo belijden we het in het Credo, zit aan de rechterhand van de Vader.

Maar opgelet! We mogen de verrezene niet zo maar op zijn troon laten zitten met de handen in de schoot. Zeker niet! De in de Hemel opgenomen Heer is Gods rechterhand. En die is overal aanwezig waar in zijn naam de blijde boodschap wordt verkondigd en gehoord. 

In het Evangelie staat: De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen”. Welke tekenen dat waren werd eerder reeds vermeld: “Ze zullen in mijn naam demonen uitdrijven; ze zullen nieuwe talen spreken; als ze slangen vastnemen of dodelijk gif drinken zullen ze er geen schade van ondervinden; en de zieken die door hen de Handen worden opgelegd zullen genezen”.  Allemaal beelden die aantonen: De genezende zielzorg van Jezus gaat in en door zijn vrienden verder. Al deze beelden zijn tekenen die zeggen: Ja, voor wie gelooft is ook het onmogelijke mogelijk! En ik ben van oordeel dat we deze beelden alleen maar naar onze tijd moeten vertalen:  

Met demonen verdrijven wordt al datgene bedoeld wat onze harten bezeten maakt. Dat is b.v. gelijk welke angst, die u zo zeer in zijn macht kan hebben dat ze u ziek maakt, verlamt en tot nietsdoen veroordeelt: of het werk, dat enerzijds veel mensen zodanig opslorpt en uitloogt dat ze eraan kapotgaan, terwijl er anderzijds veel mensen geen hoop meer hebben om ooit nog werk te vinden en zich uitgesloten, nutteloos en overtollig voelen;   of ook nog het geld, dat ons denken en handelen dikwijls meer bepaalt dan al het andere.. , enz. ..enz...

Demonen uitdrijven in de zin van het evangelie is vandaag voor mij: het voorrecht om te mogen en te kunnen mee helpen om anderen te bevrijden uit één of andere onvrijheid zodat ze terug tot levensvreugde en vertrouwen kunnen komen. 

“In nieuwe talen spreken” legt de vinger op de manier waarop wij met elkaar omgaan. Dat zou toch helemaal anders moeten klinken als wat “men” doorgaans hoort. Als gelovige christenen hebben wij het toch niet nodig om elkaar met opgeheven wijsvinger of als verkalkte moraalapostels te benaderen.  

Een beeld dat zeker verklaard moet worden is dat van het vastnemen van de slang en het drinken van gif. Ik bedoel dat we zeker geen circusnummer moeten instuderen om aan dit beeld te voldoen. Het gaat er hier vooral om dat we onaangename dingen met vertrouwen moeten aanpakken en anderen niet door onze spot of door laster mogen afmaken.  

Het laatste beeld, van het genezen van de zieken bevalt mij toch het meeste: Anderen helend nabij zijn, met een luisterend oor, door tijd met de zieke door te brengen, door hem de hand op te leggen of gewoon zijn hand vast te houden, al dan niet in gemeenschappelijk gebed.   

Over al deze beelden kan nog verder worden nagedacht en ze kunnen allemaal nog meer worden vertaald naar vandaag. Hier mogen we onze fantasie de vrije loop laten. Dat is ons geschenk voor ons christen zijn vandaag. Het enige wat van belang en beslissend is, is dat we steeds in naam van Jezus spreken en handelen.  

Om die hemelvaart bij ons allemaal bevattelijk te maken ben ik begonnen met de uitspraken van kinderen.. Ik zou willen eindigen met beelden die we kennen en die goed samenvatten wat ik u vandaag wou meedelen:

Christus heeft geen handen. Hij heeft onze handen nodig om vandaag iets te verwezenlijken. Hij heeft geen voeten. Hij heeft alleen onze voeten om vandaag mensen terug op zijn weg te zetten. Christus heeft geen lippen. Hij heeft alleen onze lippen om aan de mensen van vandaag zijn boodschap te verkondigen.  Wij zijn de enige bijbel die door de mensen van vandaag nog wordt gelezen. Wij zijn Gods laatste boodschap – geschreven in daden en woorden. Amen.