6° Paaszondag B (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Het is een beetje een gevaarlijk onderwerp om aan te roeren in een parochiekerk want ik wil u in dit verband "niet op een idee brengen" want we willen u hier niet kwijt, maar … u weet waarschijnlijk wel, dierbare parochianen en gasten … dat je ook "op de televisie naar de kerk kunt" zoals een hoogbejaarde dame maar nog zeer jong van geest het afgelopen week tegen mij noemde: Elke zondagmorgen kun je op t.v. de mis volgen zoals die op toerbeurt wordt uitgezonden vanuit zeven vaste kerken in elk van de zeven Nederlandse bisdommen. In ons bisdom gebeurt dat vanuit onze eigen Nicolaaskerk die, aan de Prins Hendrikkade, bijna letterlijk het boegbeeld van katholiek Amsterdam is, een beetje "de kathedraal van Amsterdam" in die zin …

Voorafgaand aan de televisiemis is er altijd een "geloofsgesprek". En verleden week, toen de televisiemis weer eens uit Amsterdam kwam, interviewde Leo Fijen in dat verband Leo Jacobs, één van de parochianen, 77 jaar oud nu. Leo is een oude provo. Hij heeft in '68 rond het Lieverdje gedanst en het Maagdenhuis helpen bezetten. Hij was journalist en ook directeur van Stad Radio Amsterdam, de voorloper van AT5, onze Amsterdamse televisiezender. Leo is pas op latere leeftijd tot geloof gekomen. Het gebeurde in maart 1997 tijdens een wintersportvakantie met 't hele gezin in Frankrijk.

Hij zat rond het uur van het middagmaal, als heel Frankrijk aan tafel gaat en het stil wordt op de skipistes; hij zat omstreeks die tijd in het liftje en werd opééns besprongen door een onmetelijk geluksgevoel, onbegrijpelijk ... Een púur gevoel was het, volstrekt helder. Het ging van top tot teen en door merg en been. Het was geweldig aanwézig. Hij zegt: "Ik wist 't ook meteen zeker. Ik gelóófde niet. Ik wist het zeker. Dit is God. Het was er. Ik wist alleen niet wat ik ermee aan moest. Ik kon wel janken van blijdschap … Ik weet niet hoe ik beneden ben gekomen. Ik was volkomen van de kaart. Van de ene dag op de andere geloofde ik opeens in God. Al die tijd had ik het idee: ik ben een ongelovige. God … gelul … Maar vanaf dat moment wist ik: er bestaat een God."

Hij kwam dus beneden. Hij zegt: "M'n gezin had wel in de gaten dat er wat met me was. Maar ik durfde 't niet te vertellen. Want: wij deden niet aan die dingen. Dus ik wachtte er even mee. Maar op een gegeven moment moest het hoge woord er toch uit. Tiny (zijn vrouw) vroeg: "Wat is er met je? Je bent zo aardig de laatste tijd … Heb je een nieuwe vriendin?" Nee, 't was erger. En ik zag haar al denken: Hij zal toch geen vriendje hebben? – want op een zekere leeftijd wil dat ook nog wel gebeuren. Nee, ik ben bang dat ik gelovig word. Nou ja, de hele familie dacht: dat gaat wel weer over. Hij heeft wel vaker een klap van de molen. Maar 't ging niet over …"

"Mijn jongste zoon vroeg: "Wat is dat? Concreet! Wat ís God?" – Maar ik kon 't niet uitleggen" zegt Leo. "Licht. En een geweldig … ja er is iets. Misschien zoiets als wat Ramses Shaffy zingt in dat prachtige lied: Sammy kijk toch eens omhoog. Daar is iemand die van je houdt … Zo ongeveer voelde het, zoals Ramses 't had bezongen."

Als u internet hebt kunt u het interview met Leo Jacobs bekijken. Ik raad het u aan, het is erg de moeite waard: www.rkk.nl/geloofsgesprek/uitzendingen/2/2012/d.

Wat Leo vertelde helpt mij om de schriftlezingen van deze zesde zondag van Pasen beter te begrijpen. In de eerste lezing uit het boek der Handelingen van de Apostelen wordt gesproken over een plotseling kómen van de Heilige Geest over allerlei mensen die luisteren naar een toespraak van Petrus. Die mensen zijn gedoopt en ongedoopt. Want God kent "geen aanzien des persoons" zo verwoordt Petrus het inzicht waartoe hij gekomen is. God doet zich kennen aan "de volkeren", in "alle landen", op "geheel de aarde" zingt de 98ste psalm waaruit we eveneens een stukje hebben gehoord en waarbij we samen een refrein hebben gebeden: "Zijn weldaden deed Hij ons kennen."

Wat er precies gebeurt, waaruit dat komen van de Geest precies bestaat, dat wordt in de Handelingen niet exact duidelijk. Maar het moet in elk geval een heel duidelijk, heftig, krachtig,  zíchtbaar effect zijn: "Zijn hand deed zich krachtig gelden" zingt de psalm. Er wordt in de Handelingen in "talen gesproken" en God wordt verheerlijkt. Misschien mag je ernaast zetten wat Leo vertelde: dat hij helemaal van de kaart was, zich niet goed kon uitdrukken, misschien maar wat bazelde en dat hij vól was van God.

Het is natuurlijk een ervaring die alles met "liefde" te maken heeft. Jezus zélf voelt zich intens bemind door God die Hij Zijn Vader noemt. "Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy. Er is één die van je houdt." Vanuit die ervaring van liefde, van bemind worden, staat Jezus in het leven en gaat Hij zelf met de mensen en de dingen om. Die ervaring van liefde, van bemind worden, die wil Hij doorgeven. Hij gunt die ervaring aan iedereen. In liefde leven, in de liefde blijven, in die van God, in die van Jezus. Áls je in die liefde leeft en blijft leven, dan onderhóud je Gods geboden, die van Jezus: "dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals ik u heb liefgehad", zeg Hij.

De liefde die van Godswege in Jezus speciaal naar elk van ons toekomt, die liefde in je opnemen en die ook weer van jou laten uitgaan en laten toegaan naar in principe iedereen. Ook wij zouden wat dit betreft geen aanzien des persoons moeten kennen en geen onderscheid moeten maken tussen wie onze vriendjes en vriendinnetjes mogen zijn en wie niet. "Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden." Jezus zelf heeft dat gedaan, zelfs op de meest letterlijke manier. God "heeft ons liefgehad, (…) Hij heeft Zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen door het offer van Zijn leven" schrijft Johannes in zijn eerste brief waaruit we óók hebben horen voorlezen. Jezus – Gods geschenk voor elk van ons.

Wij "krijgen Hem", dat geschenk, bij uitnemendheid in de viering van de heilige eucharistie, in het brood en de wijn die Jezus zelf is. Dat geschenk is er in principe voor elk mens. Wie het wil kan het krijgen. Iedereen mag Zijn vriend, die van Jezus, zijn – als jouw verlangen hetzelfde is als dat van Hem, als je wilt leven zoals Hij, als ook jij je leven en je liefde wilt geven aan in principe elk mens, als iedereen ook jouw vriend of vriendin mag zijn, als je zó met mensen omgaat.

"Ik heb ontdekt", zegt Leo Jacobs, "dat je in Jezus verbonden bent met een persoonlijkheid die helemaal niet zo ver afstaat van de gevoelens die wij koesterden toen we destijds met provo probeerden een samenleving vaart te geven waarin mensen zich goed voelden, gelukkig waren. Dat dansen rond 't Lieverdje dat was Spielerei. Maar de gedachte die erachter zat, was: Je wilt je mens-zijn volledig maken. Je wilt de heelheid bereiken. Ik vind die heelheid in het geloof. Ik voel mij een gelukkig mens. Ik ben blij dat deze genade mij is geworden. Waar héb ik het aan verdiend? Waarom ik? Het is zo'n eindeloze vreugde het geloof, iets prachtigs."

In die laatste woorden kun je, opnieuw, een echo horen van het evangelie van deze zondag waar het gaat over "mijn vreugde" die "in u moge zijn" en die "volkomen moge worden". Dat wij in die vreugde, dierbare gasten en parochianen allemáál op de één of andere manier mogen delen. Jezus zegt: "Ik heb u alles meegedeeld." Hij heeft alles wat Hij bezat met ons gedeeld. En in de viering van de heilige Eucharistie houdt Hij in optima forma niet op met het te doen. Nog één keer Leo Jacobs: "Op het moment, tijdens de consecratie, dat Jezus het brood neemt … Ja kijk, Hij is er altijd, maar op dat moment weet je het zeker: Hij is er." Jezus geeft zich aan ons. Hij deelt zichzelf met ons. Laten ook wij het doen en door hoe wij zelf in het leven staan Hem laten zien en mensen van Hem mogen laten meegenieten. Amen.