Je leven geven is liefde schenken

6e zondag van Pasen  Cyclus B         2012                            1 Joh 4, 7-10  

                                                                                                            Joh 15,9-17

 

 

- Je leven geven is liefde schenken -


Beste vrienden,


"Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden“. Het is een zin die me wel eens op de maag ligt; Jullie niet? Stel u gewoon voor dat het echt gebeurt. Daar is een moeder die in het water springt en met alle kracht die ze in zich heeft haar leven riskeert om haar verdrinkende kind te redden. Als we dat horen hebben we wel diepe bewondering voor die vrouw, maar omdat het de moeder is vinden we het toch niet zo uitzonderlijk. En waarom niet?  Of er is die brandweerman die om het leven komt nadat hij met inzet van zijn eigen leven een voor hem wildvreemde oude man uit een brandend gebouw heeft gered. Zo iemand wordt algemeen als held aanzien.   Hoe gaan we met dergelijke gebeurtenissen, die toch zeer regelmatig voorkomen, om? 

We houden plechtige toespraken, noemen hen een voorbeeld voor iedereen, zingen de lof voor hun heldhaftige daden, zorgen ervoor dat deze mensen, die voor iemand anders gestorven zijn, voldoende geëerd worden en spelden hen postuum een lintje op de borst.  Denken we maar even aan de Zwitserse helpers bij het busongeval in Sierre, aan de brandweerlui van het World Trade Center, en aan al de anonieme helpers die bij de atoomrampen van Tchernobyl en Fukushima, bij de Tsunami en bij al die andere natuurrampen hun leven riskeerden en dikwijls ook verloren.   

Staatshoofden spreken in dergelijke gevallen in roerende herdenkingstoespraken hun bewondering uit, en als het slechts om een lokaal gebeuren gaat, dat de wereldpers niet haalt, dan mogen de nabestaanden van de heldhaftige redder of redster toch altijd zeker zijn van het gemeende medeleven van een groot aantal medemensen. Er vloeien tranen die aantonen hoe zeer de mensen ermee begaan zijn. 

Maar – als we eerlijk zijn – dan weten we dat een dergelijke gebeurtenis ons maar gedurende korte tijd zeer beroert, maar dat ze al bij al toch ver van ons bed plaatsgrijpt. De beeldbuis brengt de verschrikkelijkste beelden rechtstreeks in onze woonkamer en ze beroeren ons ook, maar: we hebben er geen rechtstreekse binding mee, en daarom veranderen ze ons ook niet blijvend.  


Het verhaal van Jezus heeft in ons in wezen ook niets veranderd, alhoewel we ons toch allemaal uitdrukkelijk tot zijn volgelingen rekenen. Zelfs al diegenen die in deze meimaand op bedevaart gaan. Bij de rozenkrans bidden de meesten onder hen de zin „die voor ons aan het kruis is gestorven“ toch eerder uit gewoonte, zonder er echt bij na te denken wat hij betekent.  

Wie van ons is er zich nog echt van bewust wat die woorden “voor ons gestorven aan het kruis” werkelijk beduiden?

Als ik daar over nadenk bekruipt me dikwijls een gevoel dat lijkt op datgene wat een politicus moet voelen wanneer hij een verkiezing heeft verloren.  En dan hoor je hem voor de lopende camera’s zeggen: “we hebben ons programma niet duidelijk genoeg kunnen overbrengen”.    

Het is toch overduidelijk dat ook wij, catechisten, theologen en predikanten tot op vandaag maar zeer weinig van datgene hebben kunnen overbrengen van wat dat: “VOOR ONS gestorven aan het kruis” betekent.  Jezus heeft zich uit vrije wil tot „slachtoffer“ laten maken. Tot slachtoffer van geweld, lijden en dood. Hij heeft zich helemaal aan de kant geschaard van diegenen die altijd slachtoffer zijn.  En voor iedereen zonder onderscheid heeft HIJ op de ochtend van Pasen de zon weer laten opgaan. 

Heeft u ook al eens meegemaakt hoe op het gelaat van een lijdende, zieke of stervende mens plots „de zon opgaat“, als er iemand hem liefheeft, als iemand uit liefde “zijn leven voor hem geeft”. Neen, niet op de manier zoals ge nu misschien denkt! Het gaat er niet om voor de andere te sterven! Het gaat er gewoon om voor hem te leven! Het gaat erom, mijn LEVEN te geven, niet mijn sterven.   

Maar die houding past nu juist helemaal niet in het levensgevoel van deze tijd. In onze huidige moderne tijd gaat het er altijd om je eigen leven, jezelf te verwerkelijken. En als er dan naast mij iemand ziek is – en dan misschien gedurende jaren steeds meer aftakelt – dan kunnen wij dat niet meer aan. Daarvoor zijn er dan de pleegdiensten en de RVT’s waar we de zorg voor die zieke aan kunnen toevertrouwen.  Maar we weten ook allemaal dat een goede verpleging geld kost, zelfs zeer veel geld. In het debat om de zorgsector wordt ons dat telkens weer voorgehouden. En intussen wordt bij de pleegzorg elke handeling, elke handgreep nauwkeurig getimed en in minuten en seconden berekend. Zelfs zorgverstrekkers die hun beroep niet als “job” maar echt als een „roeping“ zien;  die al hun beschikbare tijd in dienst van de zieken willen stellen; dus echt hun leven voor de zieken zouden willen geven: ze kunnen het niet – neen – ze mogen het niet. En waarom? Omdat ze gedurig onder de dictatuur van de stopwatch en van het arbeidsreglement staan. 

Begrijpt u me niet verkeerd: ik wil niemand onder ons een verwijt maken of een slecht geweten bezorgen – zeker niet! Noch diegenen die beroepsmatig in de zorgsector staan, noch diegenen die, soms met de dood in het hart, een geliefd iemand in een RVT moeten onderbrengen. De meesten hebben ook geen andere keus. En daar juist is er iets fout. Hoe ziek is een maatschappij waarin bij mensen die pleegzorg behoeven als op de lopende band alleen de technisch noodzakelijke handelingen worden uitgevoerd en er geen tijd meer blijft voor gewoon menselijk contact en nabijheid? Hoe ziek is een maatschappij waarin een kind niet meer de keuze heeft om „zijn leven te geven“ voor ouders die pleegzorg behoeven.  Hoe ziek is een maatschappij waar de wachtlijsten voor een inrichting van begeleid wonen voor gehandicapten zo lang zijn dat vele gehandicapten overlijden voor er een plaats vrij komt. Hoe ziek is een maatschappij waar de consumptie van pijnstillers en antidepressiva alle spuigaten uitloopt en de gezondheidszorg dreigt te ruineren.

Een hervorming van de zorgsector kan daar maar weinig of geen soelaas aan bieden. Er komt op dit vlak veel te veel bijeen. Het gaat hier toch gewoon om de basishouding van onze samenleving en dus vooral ook om onze eigen basishouding. Want als wij spreken over “onze maatschappij“ – dan spreken we over ons allemaal, U en ik, zoals we hier gaande en staande zijn.   

En dan geraak ik het gevoel niet kwijt dat het niet alleen de catechisten, de theologen en de predikanten zijn die er niet in geslaagd zijn om de woorden „voor ons aan het kruis gestorven“ over te brengen. Neen, het is ons allemaal, iedereen die zich christen noemt, niet gelukt, en het lukt ons nog altijd niet om geloofwaardig en begrijpelijk door te geven wat het beduidt om in de navolging van Christus mens te zijn in de betekenis die God daar aan geeft, mens te zijn voor elkaar.  

Weet u nog dat “leven” en “liefde” dezelfde wortels in de taal hebben? Dat echt leven zonder liefde niet kan bestaan, en dat „zijn leven geven“ eigenlijk synoniem is van „zijn liefde schenken“ en dat voor de naaste, zonder onderscheid te maken tussen de personen?   Net zoals Jezus zijn leven en zijn liefde gaf zonder daarbij op het aanzien van de persoon te achten: Hij gaf zichzelf en zijn liefde weg aan een doofstomme bedelaar langs de weg, aan een door demonen bezeten sukkelaar, aan de blind geborene en aan de zondares. Zowel aan de vreemdelingen als aan de hoog geplaatste Farizeeën en zelfs aan Nicodemus, een lid van het Sanhedrin dat alleen diep in de nacht bij Hem durfde komen.  

Als we dan in het evangelie horen: „Jullie zijn mijn vrienden wanneer jullie doen wat ik jullie opdraag“, dan moeten we er wel aan denken dat er bij Jezus geen ander Gebod, geen andere opdracht bestaat dan: „Boven al bemin God, en bemin je naaste zoals jezelf!“  Die drie aspecten van de liefde vormen een ondeelbare eenheid.  Als we dat maar allemaal zou kunnen begrijpen en ook voorleven; niet alleen met ons verstand, maar ook met ons hart en met heel ons wezen! En als dat wat wij in de praktijk voorleven dan als een wervelstorm door onze samenleving zou gaan, dan zouden er geen sociale hervormingen meer nodig zijn, noch van de gezondheidszorg, noch van het pensioenstelsel. Dan zouden we al de energie en al het zweet dat in de vele betreffende commissies wordt verspild voor meer zinvolle dingen kunnen inzetten. Voor een meer menselijke maatschappij bijvoorbeeld. 

Nog één ding: Jezus spreekt in dit verband maar liefst twee keer van de vreugde, en dat Hij wenst dat onze vreugde volkomen zou zijn. Zouden we daar zelf dan niet het meeste van kunnen genieten als we zouden leren om ons leven, in de zin die Jezus er aan geeft, aan elkaar weg te geven?

Amen