De wijnstok en de ranken

De grote tros aan de druivelaar is te danken aan de kwaliteit van de plant, de goede zorgen van de eigenaar, de keuze van een zonnige plaats, zijn aandacht om tijdig te knippen en te snoeien.  Georgië zou het oudste wijnland zijn en Meer dan 540 druivensoorten zijn in de loop der eeuwen in Georgië gecultiveerd.

De gelijkenis in het evangelie van de wijnstok en de ranken drukt de verbondenheid uit van de christenen met Jezus. Het klink tegendraads. We zijn zo gaarne onszelf en van niemand afhankelijk.

De verbondenheid is eveneens het onderwerp in de eerste brief van Johannes. We blijven in God door zijn geboden te onderhouden. Mystiek en ethiek staan niet tegenover elkaar. Jezus geeft immers een dubbele opdracht: blijf in mij en breng vruchten voort.

De geliefde wijnstok

Israël heeft door zijn aardrijkskundige ligging, zijn niveauverschillen van bergland, vlakte tot de inzinking van de Dode Zee, door zijn gevarieerd klimaat een rijke verscheidenheid aan vruchten, planten en bomen.

De wijnstok is een gegeerde plant omwille van zijn druiven en de wijn die daaruit geperst wordt. De zanger uit het Hooglied bezingt in de lente de wijnstok. “De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al en wat ruikt de bloeiende wijnstok.”

De profeten loven de zorg van de wijngaardenier. Jezus, die met open oog door de natuur ging, zag het vele drukke in de wijngaarden. De wijnstok vraagt veel zorg. Ranken worden weggeknipt en ingekort. Voor elke plant geldt dezelfde wet: Wat afgesneden is, verdort. Jezus merkt op dat vooral de ongezonde takken, deze die geen vrucht dragen, weggesneden worden. Maar zelfs de gezonden takken ondervinden het pijn van het snoeien. Groeien doet pijn. Niet het snijden, maar het afgesneden zijn.

Sotto Voce
Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet
Maar één, het afstand doen en scheiden
En niet het snijden doet zo´n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ´t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niet meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

M. Vasalis

Stevige verbondenheid

De beeldspraak van Jezus klinkt eenvoudig. Het sap van de stam geeft leven aan de ranken. Jezus  geeft geen les in tuinbouw. Hij wil doorstoten tot de verbondenheid van hemzelf en zijn leerlingen, die berust op zijn verbondenheid met de Vader. Deze is de wijnbouwer. Hij is de eerste en de laatste. De taal van Jezus heeft in deze gelijkenis een mystieke draagwijdte. Hij vraagt ons te zorgen voor de binnenkant, voor onze onzichtbare verbondenheid. De Vader is de wijngaardenier, Jezus is de wijnstok. Hij stuwt het sap doorheen gans de plant. Wij zijn in hem. Jezus en zijn Vader schenken ons hun vertrouwen. Daaraan mogen we niet twijfelen. Het hangt van ons af of we met hem verbonden blijven.

Aan al onze inspanningen gaat Gods trouw steeds vooraf. God heeft verwachtingen in ons, nl. dat we als ranken vruchten dragen. Mogen we daaraan aan toevoegen dat de bladeren, de ranken en de takken eveneens van belang zijn voor de stam?

Hoe blijven we verbonden?

Jezus kent een zuiverende kracht toe aan zijn woord. “Gij zijt al rein dankzij het woord dat ik tot u gesproken heb.” Door zijn woorden in ons op te nemen en er naar te leven, verstevigt onze verbondenheid. Vader en moeder zijn al heengegaan. Toch zijn ze aanwezig omwille van een van hun woorden die ze ons gezegd hebben en die ons oriënteren.

Een tweede weg om in Jezus te blijven is het gebed. Jezus zelf is ons hierin voorgegaan. De gelijkenis van de wijnstok en de rank is trouwens ingebed in het gebed. Gans de afscheidsrede is als een groot gebed, dat zijn hoogtepunt heeft in het zogenaamde hogepriesterlijke gebed.

Bidden is allereerst zich ontvankelijk stellen. Belgische medestudenten van Karol Wojtyla in Rome, de latere paus Johannes Paulus II, herinnerden zich vooral dat deze jonge Poolse priester veel tijd maakte voor het gebed. Het gebed verbindt. In zijn eerste encycliek schreef hij: “Jezus Christus is de hoofdweg van de Kerk. Hijzelf is onze weg naar ‘het huis van de Vader’ en ook is hij de weg voor iedere mens. Op deze weg die van Christus naar de mens voert, op deze weg waar Christus zich met iedere mens verenigt, mag de Kerk door niemand worden tegengehouden” (De verlosser van de wereld, n° 35).

Verbondenheid ondersteunen

We zijn de takken en de ranken van eenzelfde boom en stam. De Kerk is het door God samengeroepen volk. Ze leeft als een onderlinge communio. Een communio van plaatselijke kerken onder elkaar en verbonden met de kerk van Rome.

Paus Franciscus is vanuit een ver land naar Rome gekomen. Hij heeft van bij de aanvang van zijn opdracht als bisschop van Rome aangetoond dat de ‘communio’ tussen de kerken hem heel dierbaar is en dat hij zorg wil dragen voor de band tussen de periferie en de kerk van Rome. Het Petrusambt is een dienst aan de eenheid en de verbondenheid.

Elke rank aan de wijnstok is verschillend. Elke lokale kerk heeft een eigen gelaat. Geen enkele christen mag zich afzonderen van de andere; geen enkele kerk mag zich in zichzelf opsluiten.

Paus Franciscus gebruikt herhaaldelijk het beeld van de wijnstok en de ranken. In zijn toespraak tot de curie tijdens de advent 1214 zei hij dat de curie noch de Kerk kan leven zonder een levendige, persoonlijke, authentieke en stevige band met Christus. Een lid van de curie die niet dagelijks eet van dit brood, zal een bureaucraat worden, een formalist, een functionaris: een rank die verdort, geleidelijk afsterft om tenslotte weg geworpen te worden (Joh. 15,4-5).

“Het dagelijks gebed, de trouwe deelname aan de sacramenten, vooral aan de eucharistie en de verzoening, het dagelijks contact met het woord van God en een spiritualiteit, die zich uitdrukt in daadwerkelijke liefde, betekenen voor elk van ons levenskrachtig voedsel. Dit geldt voor elk van ons: zonder hem, kunnen we niets” (ctr Joh. 15,8).

Tegen de stroom in

In de vormselcatechese krijgt het beeld van wijnstok en de ranken zijn plaats. Wanneer paus Franciscus op 28 april 1913, de vijfde paaszondag, aan 44 gedoopten het vormsel toediende, verwees hij naar de wijnstok en de ranken. “Het is een uitnodiging tot u, vormelingen en tot u allen: blijf stevig op de weg van het geloof, met vaste hoop op de Heer. Daar ligt het geheim van onze weg! Hij geeft ons de moed om tegen de stroom in te gaan. Jongeren, luister goed: tegen de stroom ingaan; dat doet goed aan het hart, maar er is moed nodig om tegen de stroom in te gaan en Hij geeft ons die moed! Er zijn geen moeilijkheden, beproevingen, onbegrip die ons moeten afschrikken als wij met God verenigd blijven zoals ranken aan de wijnstok, als wij de vriendschap met Hem niet verliezen, als wij in ons leven altijd meer plaats voor Hem maken. Ook en vooral als wij ons arm voelen, zwak of zondig, want God geeft kracht aan onze zwakheid, rijkdom aan onze armoede, bekering en vergeving aan onze zonde. Hij is zo barmhartig de Heer: als wij naar Hem gaan, vergeeft Hij ons altijd. Laat ons vertrouwen hebben in Gods werking! Met Hem kunnen wij grote dingen doen. Hij zal ons de vreugde laten voelen zijn leerlingen en zijn getuigen te zijn. Mik op grote idealen, op grote dingen. Wij christenen, wij worden door de Heer niet gekozen voor kleinigheden; mik altijd hoger, op de grote dingen. Jongeren, zet uw leven op het spel voor grote idealen!”

Vanuit Christus vertrekken

Tijdens het congres over catechese in het jaar van het Geloof zei de paus op 27 september 2013 dat wij in ons doen en handelen vanuit Christus moeten vertrekken. “Vóór alles, opnieuw vanuit Christus vertrekken betekent met Hem vertrouwd zijn. Vertrouwelijk met Jezus omgaan. Hij vraagt dit met nadruk van zijn leerlingen tijdens het laatste Avondmaal, wanneer Hij op het punt staat de hoogste gave van de liefde te beleven, het offer op het Kruis. Jezus gebruikt het beeld van de wijnstok en de ranken. Hij zegt daar: “Blijf in mijn liefde. Blijf met mij verbonden, zoals de ranken met de wijnstok”. Wanneer we met Jezus verbonden zijn, kunnen we vruchten dragen. Een opdracht, die inhoudt om naar buiten te durven gaan. De paus weet dat dit risico’s inhoudt, maar hij aarzelt niet te vanuit zijn hart in volle overtuiging te zeggen:

“Wanneer wij christenen in onze groep, in onze beweging, in onze parochie, in ons milieu opgesloten blijven, gebeurt met ons wat gebeurt met al wat gesloten is. In een gesloten kamer komt een geur van mufheid. Wie in zo’n muffe kamer verblijft wordt ziek. Wanneer een christen opgesloten blijft in zijn groep, in zijn parochie, in zijn beweging, wordt hij ziek. Als een christen de straat opgaat, in de buitenwijken, kan hem overkomen wat elk die op straat loopt kan overkomen: een ongeluk. Ik zeg jullie: ik verkies duizendmaal een beschadigde Kerk boven een zieke Kerk! Ik verkies een Kerk, een catechist die de moed heeft, door de straat op te gaan, het gevaar van een ongeluk te lopen boven een catechist die studeert, alles weet, maar altijd gesloten blijft. Die is ziek. En soms is hij in zijn hoofd ziek…”

Het gezonde sap dat Christus als de stam naar de ranken door stuwt, zal ons genezen. Laten we mekaar in het goede bemoedigen, het goede doen en ervoor bidden.