Dáárom moest de Messias lijden en op de derde dag uit de doden opstaan! (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden

Vorige week vierden negen kinderen hier in de Lucas hun Eerste Communie. Vandaag is hun tweede kans, wetend dat geen van ons in één keer kan beseffen hoe Jezus bij ons is. Daarom is het ook niet gek dat we vandaag in het evangelie opnieuw een verhaal horen dat lijkt op dat van vorige week. Het evangelie vandaag vormt in de versie van Lucas de parallel van het verhaal over Tomas van vorige week bij Johannes.

Opnieuw is het eerste woord van Jezus: 'Vrede!' Opnieuw klinkt de aansporing: 'Bekijk, betast', nu niet alleen tegen Tomas maar aan alle leerlingen. Ook nu is er de schrik die omslaat in blijdschap, de leerlingen die het nog niet kunnen geloven. Jezus helpt ze te gaan verstaan, met het hart, in liefde en vriendschap blijvend verbonden. Over de dood heen leven zij voort in zijn kracht, in zijn geest. Nu (pas) beginnen zij te leren verstaan wat hij hun gezegd had.

Zoals een docent van mij (Frits Tillmans ocd die het afgelopen jaar overleden is) het ons zei: 'In veel opzichten versta ik mijn ouders, die al vele jaren dood zijn, nu beter dan toen ik als jongen nog bij ze in huis woonde, en van dag tot dag precies zag en wist wat ze deden. Zo kan het ook gebeuren dat de leerlingen Jezus na zijn dood beter leren kennen.'

In woord en daad gaan zij van hem getuigen, door hun leven! Daarbij is vandaag opnieuw sprake van de vergeving van de zonden. Ook dit is een telkens terugkerend thema na de verrijzenis. Het lijkt mij dat hier twee redenen voor zijn. Allereerst moeten de eerste leerlingen persoonlijk in het reine komen met hun eigen rol en aandeel in de dood van Jezus. Zij hebben hem in de steek gelaten, verraden, verloochend (Petrus drie keer!). Daarnaast is de vergeving van de zonde ook voor ons een teken: als we in zijn geest verder gaan bouwen aan het koninkrijk van God, dan zal dat altijd zijn met vallen en opstaan, met de bereidheid om onszelf en elkaar te vergeven. Anders blokkeren we de boel voor onszelf en voor anderen.
Pasen is het feest van de opstanding, het is ook het feest van de vergeving, de aansporing niet terug te kijken naar de misstappen van jezelf en anderen, maar vooruit durven kijken, waar nodig de koers verleggen, nu de goede kant op durven gaan, de goede weg zoeken, en - met vallen en ópstaan - bewandelen.

In de eerste Handelingen zien we die ontwikkeling: van angstige, wegvluchtende leerlingen naar moedige getuigen. We horen het in de toespraken van Petrus, hij die bang was en Jezus zelf verloochende (!), zegt nu in zijn toespraak tot de bewoners van Jeruzalem, dat zij Jezus hebben verloochend, maar dat hij ze dat niet kwalijk neemt (dank je de koekoek!). We zien het ook in de genezing van de man die verlamd was, en die door Petrus en Johannes weer op zijn benen wordt gezet (meteen vóór de eerste lezing), precies zoals Jezus dat zelf ook steeds deed.

Dan volgt de uitleg waarom de Messias moest lijden en op de derde dag uit de doden opstaan. Die past in ditzelfde kader. Het gaat er niet om dat Jezus allerlei verwijten maakt in de richting van wie hem in de steek hebben gelaten, maar de nadruk ligt op Gods liefde en trouw: dat Jezus en God betrouwbaar zijn gebleken in de Messiaanse weg die Jezus is gegaan. Blijft de vraag waarom de Messias dan toch eerst zo moet lijden. Dit doet me denken aan de uitleg van een collega, die vertelde over een uitvaart waarbij de kinderen, broers en zussen die in onmin met elkaar leven, elkaar weer vinden na de dood van hun vader. Moest hun vader nu eerst doodgaan voordat zij weer goed met elkaar konden zijn? Kennelijk wel! Niet oorzakelijk (omdat vader dood is, gaat het weer goed tussen zijn kinderen), wellicht had het ook anders gekund, maar kénnelijk wel: in de praktijk kon het pas nadat vader overleden was en zij elkaar weer troffen. Zo zegt Jezus ook na zijn verrijzenis tegen zijn leerlingen dat de Messias zo móest lijden en op de derde dag uit de doden opstaan.

Jezus is opgestaan uit de doden, niet alleen uit de dood, maar ook uit de doden, uit wie levend dood zijn, lamgeslagen door (de pijn van) het leven. Wij, zijn leerlingen, mogen - hem achterna - delen in zijn zending: mensen weer op hun benen zetten, in zijn naam, zijn kracht, zijn geest het leven teruggeven, zoals Petrus en Johannes deden.

Hoe vaak laat ik het niet afweten, schiet ik tekort, doe ik niet mee, verloochen ik hem en zijn boodschap? Tot onze troost zegt Petrus ons dat dit gebeurt: 'in onwetendheid' (Handelingen 3, 17), dat wil zeggen: onvoldoende beseffend wie hij is, hoe wij met hem zouden kunnen leven, tot welk een grootse roeping wij bestemd en met zijn hulp in staat zijn. In zijn inaugurele rede als president van Zuid Afrika zegt Nelson Mandela dat wij als kinderen van God geroepen zijn om licht te zijn, en dat dít onze grootste angst is.

Dat we fouten maken, is geen reden om te gaan zitten treuren en om te zien naar het verleden, wel als we daar vervolgens zo verslagen over zijn, dat we in wroeging en zelfmedelijden bij de pakken neer blijven zitten. Vergelijk het met bergbeklimming: dat je af en toe struikelt, is onvermijdelijk en niet erg. Het wordt pas echt lastig als je daarna elke keer een half uur gaat zitten treuren. Wat we zouden moeten doen, moeten leren, durven, is: 'opstaan en verder gaan'. Dat laatste is zo ongeveer letterlijk wat Petrus tegen de verlamde zegt. Net als aan die verlamde man de hand wordt gereikt (Handelingen 3, 7), gebeurt dit ook aan ons. Die hand mogen we grijpen, en net als hij ópstaan (Pasen!) en verder gaan (vgl. Handelingen 3, 6). Dat is de betekenis van de oproep: 'Kom tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden worden uitgewist.'

Jezus is onze gids, onze leidsman ten leven, niet pas en niet alleen over de grenzen van de dood heen, ook in hoe wij nu zouden kunnen leven.