Derde zondag van Pasen (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Dit weekend vieren we vier en vijf mei. Van een echt feestelijke herdenking is op veel plaatsen weinig te merken, behalve dan de traditionele dodenherdenking op de vooravond. 5 Mei herdenken we dat we onze vrijheid terugkregen, dat er weer vrede kwam, 58 jaar geleden.
Vrede en vrijheid, ergens gaan ze altijd hand in hand. Zonder vrijheid kan er geen echte vrede zijn, zonder vrede geen echte vrijheid. Maar wat betekenen vrijheid en vrede voor ons, 58 jaar na dato? Wat zou het voor ons moeten betekenen, en dat in het kader van onze christelijke geloofstraditie.
Zoals bij meerdere van zijn verschijningen, zo zijn ook in het evangelie van vandaag Jezus' eerste woorden: vrede zij u. Sjaloom, nu is dat in het oosten een hele normale groet, bijna net zoiets als "goeie dag" bij ons. Toch zit er een heel diepe betekenis is. Het is ook meer dan een wens om vrede in de wereld, dat oorlog en geweld uitgebannen worden. Het is ook meer dan een wens om vrede tussen zijn leerlingen, of tussen de mensen in het algemeen: dat er geen ruzies en onenigheden meer voorkomen. Het gaat om een vrede die diep in de mens zelf geworteld zit: een geestestoestand van rust en evenwichtigheid die van binnen zit. En het is die innerlijke vrede die een mens echt vrij maakt. Iets van die vrede kom je soms tegen bij oudere mensen: ze stralen soms een grote innerlijke rust en kracht uit, gerijpt en wijs geworden als ze zijn door de wisselvalligheden van het leven, en heel vaak ook gelouterd door wat er in hun leven gebeurd is.
Het opvallende is dat je die innerlijke vrede juist vindt bij mensen die veel hebben meegemaakt, mensen die verdriet en tegenslag gekend hebben. Daardoor juist hebben zij geleerd zich niet meer vast te klampen aan uiterlijkheden of bijkomstigheden maar hun houvast te zoeken in de diepere waarden van het leven. Daardoor worden ze ook vrij, van binnen. Ze zitten niet vast aan bijkomstigheden en uiterlijkheden, ze laten zich niet binden door wat mén zegt, mén gewoon vindt. Ze hebben geleerd dingen los te laten, dingen die ze oorspronkelijk wellicht als heel belangrijk zagen, misschien zelfs als onmisbaar, maar achteraf zeggen ze: nee daar ligt niet de waarde van mijn leven.
Die innerlijke vrede en vrijheid en de geestelijke kracht die daaruit voortkomt, heeft wezenlijk te maken met geloven. Met geloven dat het leven meer is dan een goed functionerend lichaam, dat het leven vraagt om gedeeld te worden met anderen, om saamhorigheid, verbondenheid, en dus ook dienstbaarheid. Het heeft ook te maken met geloven in God als het diepste fundament van alle leven en van alle goedheid, van zijn opdracht om in vrede te leven met elkaar, om elkaar leefruimte te geven, ruimte voor vrijheid.
De vrede die Jezus ons toewenst zit vol tegenstellingen. Het is geen vrede van met rust gelaten worden maar wel een vrede die moet uitmonden in getuigen. Het is geen vrede van jezelf in een burcht veilig weten, dat niets je raken kan, maar wel een vrede die van je vraagt dat je je kwetsbaar durft opstellen door naar buiten te gaan, naar de mensen om je heen. Het is geen vrede van: tevreden zijn met de wereld waarin je leeft, maar wel een vrede die je uitdaagt het kwaad dat je ziet minder erg te maken en het goede een beetje beter, om vrijheid te brengen aan allen die op de een of andere manier slaven zijn, geknecht, onderdrukt.
De vrede die Jezus ons toewenst heeft niets te maken met gezapigheid, het rustig op je gemak kunnen doen, je nergens druk om maken. Zijn vrede moet ons in beweging zetten, niet toegeven aan oppervlakkigheid in ons leven maar verdieping zoeken.
Pasen is geloven in het leven, maar dan wel in een leven dat meer is dan eten en drinken, dan werken en slapen. Alleen als je je verdiept in de zin van het echte leven, zullen we ook de echte vrede kennen en dus ook echte vrijheid.