Evangelieprikje (2009)

Er was eens ... zo beginnen veel sprookjes. Eigenlijk weten we al op voorhand hoe het zal eindigen: " ze leven nog lang en gelukkig". Ziedaar het wonder van sprookjes: ze lopen altijd goed af. En toch luisteren wij geboeid naar een sprookjesverhaal om te weten wat er allemaal gebeurt en hoe het gaat aflopen, want een goed einde kan op verschillende manieren ingevuld worden. Waarom vertellen we die verhalen door? Naar het schijnt zijn ze ontstaan om mensen te waarschuwen tegen bepaalde gevaren. Dit moge dan de bedoeling geweest zijn, sprookjes worden ook graag verteld en beluisterd omdat ze hoop in zich dragen, net omwille van dat goed einde. Zo bekeken heeft het einde van het evangelie iets sprookjesachtig, want ook dit verhaal loopt na een verschrikkelijk drama voor Jezus en Zijn leerlingen, uit op een "happy-end". Die "happy-end" is echter meer dan het einde van een verhaal, het gaat hier om een beschrijven, met beelden weliswaar, van iets wat de eerste christenen ervaren hebben. Het evangelie is geen verzonnen hoopgevend verhaal, het is gebaseerd op getuigenissen van mensen die er soms hun leven voor op het spel zetten. Dat Gods liefde het uiteindelijk haalt van haat, kleinmenselijkheid, ... is zo goed nieuws dat veel mensen vandaag niet meer durven geloven dat het waar zou kunnen zijn: "het is te mooi om waar te zijn". Sommigen gaan zelf zo ver te zeggen dat ze jaloers zijn op gelovigen omdat zij altijd kunnen blijven hopen en betreuren dat zij die stap niet meer kunnen zetten. Zij zien over het hoofd dat geloof en twijfel met elkaar verbonden zijn, bijna een Siamese tweeling zijn. Ook binnen de Kerk is er twijfel geweest en is er nog twijfel. Het evangelie van vandaag getuigt daar net als vorige week van.

"Waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?" Hebben jullie ook de indruk dat dit ene zinnetje uit het evangelie misschien wel voor ons geschreven is? We kennen allemaal de verrijzenisverhalen uit het evangelie, we zien hoe kleine mensen onvoorstelbare dingen doen als zij zo kunnen geloven dat ze leven en werken vanuit Gods kracht ... en toch geloven we het niet. We belijden met de mond dat Jezus aanwezig is in de eucharistie, maar leeft de belijdenis ook diep in ons hart? De verrijzenis ... het blijft een moeilijk iets. Dat hoeft ons niet te verwonderen, blijkbaar was er ook in de eerste Kerk twijfel. Getuige daarvan de vele verrijzenisverhalen en de twijfel die opgemerkt wordt door Jezus én door de schrijvers van het evangelie. Het verhaal van vandaag situeert zich na dat prachtverhaal van de Emmaüsgangers. Twee ontmoedigde mensen verlaten de oude godsdienst met zijn tempel en veroordeling van Jezus en gaan op weg naar Emmaüs. Onderweg sluit een vreemde zich bij hen aan die de gebeurtenissen van de voorbije weken vanuit een ander hoekpunt bekijkt, niet louter menselijk, maar vanuit de teksten van het Oude Verbond. En opeens krijgt het gebeurde een nieuwe invulling en wordt de vreemdeling bij het breken van het brood, teken van het nieuwe verbond, herkend als de Verrezene. Christus midden onder ons en we herkennen Hem niet. De leerlingen zijn door het dolle heen, keren terug naar Jeruzalem en vertellen de anderen wat er hen overkomen is. En zelfs na dit ongetwijfeld enthousiast verhaal is er twijfel wanneer de Verrezene opnieuw verschijnt in hun midden. En dan schildert Lucas ons een tafereel dat elke twijfel zou moeten doen verdwijnen: Jezus is niet zomaar een verschijning, een geest, een spook, het is Hijzelf: zie, Hij eet. Hiermee zou zelfs de grootste twijfelaar moeten kunnen overtuigd worden. Misschien heeft dat trucje een paar eeuwen bewezen dat het effectief is, vandaag de dag komt het als bewijs minder over. Meer dan ooit weten we dat verrijzen eerst en vooral te maken heeft met geloven, er bestaan geen keiharde, onweerlegbare bewijzen voor. Toch is geloven in de verrijzenis voor mensen van vandaag ook geen complete sprong in het duister. De gelovige die daarin gelooft zet zich in een eeuwenlange traditie van mensen die er, in extreme gevallen, zelfs hun leven voor veil hadden om te getuigen van die verrijzenis. Het feit dat vandaag de dag steeds meer volwassenen zich laten dopen, kan daarbij een krachtig signaal zijn, al was het maar om mensen duidelijk te maken dat geloven niet stopt na je vormsel waarbij je vaak blijft steken in een kinderlijk geloof dat makkelijk belachelijk kan gemaakt worden.

Misschien moeten we in deze Paastijd het geloof het voordeel van de twijfel geven. Eens dat geloof er is, zal de eucharistie anders worden, want dan wordt het niet zomaar een bijeenkomst van een paar mensen, maar eerst en vooral een ontmoeting met de verrezen Christus. God is geen verre God, Hij zoekt contact: Hij spreekt met ons via de lezingen, via de stilte, in de diepte van ons hart. Hij toont ons elke week weer dat er nog een andere wereld is dan die van het grijpen: de wereld van het breken, delen opdat men voedsel wordt voor elkaar. Wij mogen die liefde beantwoorden met een schamel gebed en een oprecht "dank u". Als we geloven zullen we vlug ontdekken dat er meer zit achter dit leven, we zullen Christus ontmoeten in een eenzame bejaarde in een rusthuis, bij een gepeste jongere maar ook bij de pestkop die geen andere manier vindt om zijn frustratie kwijt te geraken. We zullen Christus horen in de noodkreet van mensen, in de vreugde van een verliefd paar, ... Het leven is meer dan wat we empirisch kunnen waarnemen. Daarom hebben we gidsen nodig die ons dieper laten kijken. Maar zelfs de beste gids kan niet verder als we er geen tijd voor maken, want dingen die dieper gaan, vragen meer tijd. Maar zelfs als we er meer tijd voor maken, kan de gids niet verder als we niet geloven. Een kus wordt toch maar mooi als we geloven dat hij spreekt van liefde, een geschenk wordt toch maar waardevol als het een waardering uitdrukt, ... Laten we eens geloven ... you never know ...