Emmaüs - Heen en terug (2009)

In dit leesjaar, waarin vooral Marcus en Johannes ons begeleiden, komt Lucas ons andermaal groeten.  Hij deed het op de vierde Adventszondag met de groet van Gabriel aan Maria.  Hij was er op kerstmis met de boodschap aan de herders:"Vrees niet."  Hij komt nu een derde keer en brengt de paasgroet van Jezus.  "Vrede zij u.", met die wens richt Jezus zich tot elke christengemeente.

Aan Lucas danken wij het wondermooie verhaal van de leerlingen op de heen en terugweg van Emmaüs.  Velen herkennen zich erin.  Cleopas was een van de twee leerlingen.  De naam van de andere is onbekend.  In een homilie bij het huwelijk van Christine en Kris beweerde de lieve pater Michel Coune dat de tweede leerling wel eens de vrouw van Cleopas zou kunnen geweest zijn.

De twee leerlingen, ze staan voor elke gelovige die in zijn/haar leven vriendschap en ontgoocheling heeft gekend.  Zij vertegenwoordigen elkeen die lijdt en die daardoorheen een nieuw inzicht heeft verworven en mocht ontdekken dat de Heer met hem en haar meegaat.

De twee, ze zijn de leerlingen die met de Schriften omgaan en met de profeten en in de psalmen de Heer ontmoeten.  "Zoals eens op de weg naar Emmaüs" blijft Jezus met zijn volk meetrekken.  Hij sterkt en voedt het in de eucharistie (Eucharistisch gebed XI).

De twee leerlingen zijn niet in Emmaüs gebleven, wellicht hun thuisbasis.  Ze keerden met haast terug naar Jeruzalem.  "Ze zijn vol ijver om te verhalen wat er onderweg gebeurd is en op welke wijze ze Jezus hebben herkend bij het breken van het brood.  ‘Men kan de Verrezene niet ontmoeten zonder zijn verkondiger te worden: deze gedachte loopt als een leidraad doorheen al de verhalen over het paasgebeuren' (H. Grass).  De terugkeer van de leerlingen brengt duidelijk het gemeenschapskarakter van de oorspronkelijke geloofservaring aan het licht, alsmede het missionair dynamisme waartoe de reële ontmoeting met de Verrezene stuwt.  De zekerheid dat Jezus waarlijk verrezen is en tegenwoordig blijft onder de zijnen is iets dat zich voortzet.  Zulk een ervaring hebben de eerste christenen opgedaan" (A. Denaux, Lucas' verhaal van Jezus' verrijzenis, in Collationes, maart 2004).

Terug in Jeruzalem ontmoetten de twee van Emmaüs de groep van de elf met anderen erbij.  Wanneer ze met elkaar hun vreugde om de ontmoeting met de Verrezen Heer delen, komt deze opnieuw in hun midden.  De kerk is daar aan het groeien.  Wij helpen elkaar om ons geloof in de Verrezen Heer te verdiepen.  Broeder Alois schrijft in zijn brief uit Kenia: "Veel jongeren voelen zich eenzaam op hun innerlijke weg.  Met z'n tweeën of drieën kun je elkaar al helpen door samen uit te wisselen en te bidden, ook al scharen sommigen uit de groep zich meer onder de twijfelaars dan onder de gelovigen.  Zo'n uitwisseling kan veel steun ondervinden als zij wordt geïntegreerd in het leven van de lokale kerkgemeenschap.  Dat is ‘de gemeenschap der gemeenschappen', waar alle generaties elkaar ontmoeten en waarvan de leden elkaar niet uitkiezen.  De Kerk is de familie van God: een gemeenschap die ons uit ons eigen isolement haalt.  We zijn er welkom en vinden er Gods onmisbare troost.  In de Kerk wordt het ‘jawoord' dat God aan ons bestaan geeft, steeds weer realiteit.  Kerkgemeenschappen en jongerengroepen zouden allereerst plekken moeten zijn waar vertrouwen en goedheid van hart heersen; plaatsen waar wij aandacht hebben voor de zwakken en hen een warm welkom bereiden!"

In de gemeenschap van de kerk kan het gelaat van Christus zich tonen.  Lukas brengt zijn gelovigen duidelijk bij dat Jezus geen schim is.  De Heer komt in zijn verrezen lichaam.  Lukas zegt zoals de andere evangelisten dat de Verrezen Heer dezelfde Jezus is met wie zij onderweg zijn geweest en die op het kruis is gestorven.  Hij "wil de betrouwbaarheid aantonen van het geloof in Jezus' ‘lichamelijke' verrijzenis, een joods-christelijke traditie die hij ‘overlevert' aan hellenistische lezers.  Deze hadden het moeilijk dat iemand lichamelijk kan verrijzen" (A. Denaux, art. cit.).  Jezus brengt bij Lucas een drievoudige demonstratie van zijn reële lichamelijkheid.  Hij doet een beroep op al hun zintuigen: horen, zien, betasten.  Ze hebben een rol om ons de toegang tot God te ontsluiten.  "Scherp je zintuigen en je merkt sporen van God" (Anselm Grün, Wenn du Gott erfahren willst, öffne deine Sinne, Münsterschwarzach 2000).

In Jeruzalem verenigt Jezus zijn leerlingen in het geloof rond zijn Verrijzenis.  Hij geeft hun zijn testament.  Vanuit hun geloof in de Verrezene zullen ze meewerken aan alles wat in de Schriften over hem is gezegd.  Hij zelf is de sleutel om die Schriften te begrijpen.  "De verrezen Heer bezit de kracht gesloten ogen, harten, geesten en boeken open te breken" (A. Denaux, ibid.).  Als dit lukt, dan kunnen wij vanuit de Schriften belijden dat Jezus heeft geleden, dat hij stierf en uit de dood is verrezen.  Wij geloven dat dit ons dan op de weg zet van de bekering en dat zonde kan worden vergeven.

De leerlingen, van wie Jezus de ogen heeft geopend, het hart brandend gemaakt en hun verstand inzicht gegeven, zijn daarop gezonden om te getuigen.  Jezus trekt geen grens tot waar dit getuigenis moet gaan.  Het begint allereerst daar waar we zijn en leven, misschien de moeilijkste plek om dit te doen.