Ik ben het zelf (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* In het zo pas beluisterde evangelie (Lc 24,35-48) horen we de twee leerlingen van Emmaüs. Na hun onvergetelijke Christuservaring waren ze op staande voet naar Jeruzalem teruggekeerd bij de apostelen en de groep. En daar vernamen ze dat Jezus ook al aan Simon-Petrus verschenen was.
* Terwijl ze er samen zijn, staat plots en onverwacht Jezus in hun midden: "Vrede zij u". De Joodse daggroet: "Shaloom". In hun schrik en verbijstering menen de leerlingen eerst een spook te zien. Maar Hij zegt tot hen: "Waarom zijt ge ontsteld en waarom komt er twijfel op in uw hart ?..."

1. Wat hier opvalt is de onwetendheid, het onbegrip en de twijfel bij de leerlingen.

- Het onbegrip is er altijd geweest, heel Jezus' aardse leven lang. In de evangeliën lezen we zelfs dit onbegrip bij Johannes de Doper (Mt 11,3). Daar was wantrouwen en aanhoudende verbazing bij leerlingen en dorpgenoten: "Kan er iets goeds uit Nazareth komen ?" (Joh 1,46); "Waar heeft Hij die wijsheid vandaan ? Woont zijn familie niet dicht bij ons !" (Mt 13,54-58); "Niemand is profeet in eigen vaderstad" (Joh 4,4). Ondanks zijn vele tekenen geloofden de meeste omstanders niet in Hem (Joh 12,37-38). "Zelfs zijn broeders geloofden in Hem niet" (Joh 7,5). Herhaaldelijk wees Hij ook zijn leerlingen op hun tekort aan geloof en vertrouwen (Mt 14,31; 17,20; Mc 9,19; Lc 8,25).
- Deze vertwijfeling en ditzelfde ongeloof bleven niet minder duren na Jezus' dood. Petrus kon het paasgetuigenis van de vrouwen eerst niet geloven: beuzelarijen. Voor de leerlingen van Emmaüs was de wereld in elkaar gestort: hun verwachtingen één puinhoop. Thomas zal de ervaring van zijn confraters niet aannemen. Saulus had er nooit in geloofd. Integendeel... tot hij later zelf met de verrezen Heer werd geconfronteerd. Wij christenen van de 21ste eeuw gelijken nog steeds op hen.

2. En Jezus zegt verbluffend: "Kijk naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijk: een geest heeft geen vlees en beenderen...."

- Hij toonde hun zijn handen en zijn voeten. Een week later zal Hij aan Thomas ongeveer hetzelfde zeggen: "Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde..." (Joh 20,27). Meer nog, Jezus vraagt of ze voor Hem iets te eten hebben. Daarop geven ze Hem geroosterde vis die Hij voor hun ogen opeet. Zoiets lezen we ook na de wonderbare visvangst. Jezus zelf legt een houtskoolvuur aan met vis en brood. Daarvan heeft Petrus later getuigd in Cesarea n.a.v. de bekering van de heiden Cornelius: "God heeft Hem op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen, die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan..." (Hand 10,40-41). De paasverschijningen waren geen visioenen. Men eet niet met een persoon in een visioen. Kon de verheerlijkte Jezus dan nog honger hebben en dorst ? Dat komt ons toch voor als illusie ! Met deze lichamelijke signalen heeft Jezus laten blijken dat Hij dezelfde is, die ze eerst op aarde, in Galilea, Samaria en Judea hadden gekend. De kerkvaders, onder wie vooral Irenaeus, kwamen er steeds op terug: hiermede liet Jezus verstaan dat Hij steeds "de Eén en Dezelfde was". De Christus van het paasgeloof is dezelfde als de historische Christus.
- De verrijzenis van Jezus was niet een wonderbare reanimatie zoals dit was bij de zoon van de weduwe van Naïn, bij het dochtertje van Jaïrus of bij de opwekking van Lazarus. Deze mensen werden gewoon tot het aardse leven teruggeroepen om eens weer en definitief te sterven. Het is ook niet een gewoon overleven van de ziel los van het lichaam. Bij Jezus gaat het om het binnentreden in een totaal nieuwe bestaansvorm, in de heerlijkheid die Hij mag bezitten met de Vader en de Geest, en waarbij ook zijn lichaam, getransformeerd, deelt in deze onsterfelijke glans.

3. LET WEL: JEZUS GING IN HUN MIDDEN STAAN.

- Hoewel verheerlijkt en in een totaal andere bestaansvorm opgenomen, blijft Hij intiem verbonden met zijn Godsvolk, met de Kerk. De verrijzenis is niet zomaar een gebeuren dat zich tweeduizend jaar geleden op een bepaald moment voordeed en daarmee af was en voorbij. Het is een blijvende toestand. De verrezen Heer blijft bij ons, Hij leeft in zijn Kerk, Hij leeft met en in ons: "Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld." (Mt 28,20). De Kerk, wij, wij zijn zijn lichaam.
- Deze aanwezigheid voltrekt zich individueel in iedereen van ons. De grote invalspoort is de Heilige Eucharistie. Zij is de bron van dit Leven aan ons gegeven. Daarin geeft Hij zich aan ons als spijs en drank, opdat er een osmose, een assimilatie met Hem zou gebeuren. Hij maakt ons aan Hem gelijk. Hoe meer wij met Hem verbonden zijn, en één in Hem, zijn we in staat zijn boodschap uit te dragen: "Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen." Daarom is de Kerk gegroeid rond dit "Sacrament van de liefde". Waar de Eucharistie verdwijnt, verschrompelt Jezus' Kerk of valt ze uiteen. We zagen al te lang de zondagsmis als een taaie en saaie verplichting, en niet als een geschenk van onschatbare waarde. Maar dan moeten we gelovig, met hart en ziel de Eucharistie beleven met Christus die voor ons gestorven en verrezen is. Hij leeft! Alleluja! Alleluja!