Derde zondag van Pasen (2009)

Inleiding

'Jubilate Deo omnis terra.' 'Jubelt voor God, alle landen der aarde; bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.' De vreugde die wij met Pasen hebben ontvangen, is iets heel bijzonders. Het is niet zo maar iets goeds dat je ten deel gevallen is, iets waar je blij om bent, de gave van het leven, maar het is de teruggave van het verlóren leven. Je was dood en je bent levend geworden. Hoewel, dat is eigenlijk ook nog niet de échte vreugde van Pasen. De echte vreugde van Pasen is dat onze Redder, die reddeloos verloren was, aan het kruis geslagen, is gered. Hij is gered door de dood heen, van achter de dood, dus vanuit een bereik waar alle kwade machten waar onze wereld zo rijk aan is, niet bij kunnen. Van daaruit heeft God een reddingsoperatie ondernomen. Hij heeft eerst onze Redder gered, en daarna allen die in zijn Naam geloven. Dat is ons paasgeloof en onze paasvreugde, maar dat is ook onze paasbekering. Wij willen ons in zijn Naam bekeren, door ons leven te stellen in de hoop op zijn Naam. Zoals we dat aan het begin van ons geloofsleven gedaan hebben. Toen hebben wij ons laten onderdompelen, net als Hij, reddeloos verloren als we waren. Dat willen wij ook nu weer aan ons laten gebeuren, om ons daarna door Hem opnieuw te laten opstaan.

Homilie

"... en hoe Jezus door hen (de twee leerlingen op de terugweg van Emmaüs) herkend werd aan het breken van het brood." Later, toen de leerlingen allemaal bij elkaar waren, herkenden zij in de Verrezene de Gekruisigde. Hij maakte hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften, om Jezus te herkennen als de vervulling van het woord van God in de geschiedenis van het volk. Herkenning! Eerst in de eucharistie: "Hoe Jezus door hen herkend werd aan het breken van het brood." Brood breken is een ander woord voor eucharistie. In de huizen van de eerste christenen werd samen de eucharistie gevierd, het breken van het brood, zo staat het in de Handelingen van de Apostelen (vgl. Hnd 2,46). Brak Jezus dan op een bijzondere manier dat brood? In het breken van het brood wordt Jezus herkend, omdat Hij in het brood breken zijn Lichaam breekt. Vóór zijn lijden en de dood, bij het Laatste Avondmaal, breekt Hij Zichzelf, en zo deelt Hij zijn Lichaam geworden brood uit als spijs voor het leven. Hij is het zelf in wat Hem de dood aandoet, en daarin bouwt Hij voor ons het leven op. Zoals voedsel het lichaam opbouwt. Dat je in Jezus de Gekruisigde herkent, dat is het eigenlijke van de paasbekering. "Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij." ... "En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten" met daarin de tekenen van het lijden. De spijkers in zijn handen en zijn voeten betekenden het einde van zijn bedrijvigheid als Bevrijder. Hij, de Bevrijder, is een gevangene, vastgespijkerd aan het kruis, en zo leeft Hij en zo staat Hij voor hen.

De eigenlijke paasbekering is, dat je door het lijden en de dood heen, door het vastlopen van de geschiedenis heen, van de andere kant van de menselijke mogelijkheden Gods hand erkent, Gods bevrijding aan je laat geschieden. Dat is wat wij een paasbekering noemen, zoals we in de tweede lezing uit de Handelingen van de Apostelen hoorden: "Bekeert u dus en hebt berouw, opdat uw zonden worden uitgewist." Bekeren is iets van doen. Dat is iets dramatisch. Je moet je zondige daden laten. Bekering leidt tot verandering van gedrag; dat is de uitwerking. Maar het begin van de bekering, de oorsprong, ligt in het hart, in de gezindheid van je hart. "Voor heel het huis van Israël", heeft Petrus gezegd in diezelfde preek waaruit we nu een ander gedeelte hebben gehoord, "voor heel het huis van Israël moet dus onomstotelijk vaststaan, dat God Jezus én Heer én Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, waren ze diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? Petrus gaf hun ten antwoord: Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. ... Hij vermaande hen: redt u uit dit ontaarde geslacht" (Hnd 2,36-38.40).

Het begon met: "Toen waren ze diep getroffen." Er staat eigenlijk een ander woord voor: 'hun hart werd doorboord'. In het Latijn: 'Compuncti corde'. U kent dat woord punctie: een punctie laten nemen; dat is voor het lichaam. Maar je kunt blijkbaar ook doorboord worden, een punctie krijgen in je hart, in je geest. In het Nederlands zeggen wij dan: vermorzeling van hart. Dat is het eerste van Pasen: een overtuiging van de eindeloze kleinheid, nietigheid, reddeloosheid van je wezen. Dat je nergens meer bent, helemaal geen steun meer hebt in jezelf, dat het allerlaatste beetje zelfgenoegzaamheid is weggevallen.

Er zijn twee manieren om iemand ervan te overtuigen dat hij niet goed bezig is, dat hij verkeerd bezig is. Ten eerste: door iemand te straffen. Misdadigers zitten hun straf uit in penitentiaire inrichtingen, boete-inrichtingen, dat wil zeggen: strafgevangenissen, en aan de lengte van de straf worden ze op een lijfelijke manier er aan herinnerd en ingeprent, in hun hart gedrukt, hoe verkeerd en hoe erg hun gedrag is. Maar u weet ook wel dat ze in de gevangenissen er dikwijls niet beter van worden. Ze worden er dikwijls nog slechter van, het raakt hun hart niet, het raakt alleen maar hun lichaam.
De tweede manier is op de wijze die de 'Geestelijke Oefeningen' aangeeft. Mensen die de 'Geestelijke Oefeningen' doen, confronteren zich een tijdlang met hoe erg de zonde is. De manier om de ernst van de zonde voor de geest te brengen, is te kijken naar de straf er voor. Naar de maat van de straf voor de zonde kun je de maat van de zonde afmeten. Dat kunnen we zien aan de zonde van Adam en Eva: een heel leven lang doorbrengen in boete. Het paradijs ruilen voor een strafkamp. Ze moesten zich in het zweet werken; de aarde bebouwen, het door de zonde geteisterde milieu met z'n distels en doornen; kinderen baren in pijn, onderdanig zijn aan je man. Hoe erg is de zonde!

Jezus echter heeft nog een andere manier om ons te laten zien dat wij verkeerd bezig zijn. Hij laat ons zien hoe het kwaad gestraft wordt, niet aan jezelf of aan anderen, maar hoe Hij zelf de straf van het kwaad draagt. Dat is voor de christenen de gewone manier om de ernst van de zonde te zien: een blik op het kruis, op de Gekruisigde. "Kijk naar mijn handen en voeten." ... "En na zo gesproken te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten." Daarom ook is er in de 'Geestelijke Oefeningen' een gesprekje met Jezus aan het kruis. 'Ik stel mij Christus onze Heer voor, vlak vóór mij en aan het kruis gehecht, en ik voer een gesprek met Hem, hoe Hij van Schepperzijn kwam tot mensworden, van eeuwig leven tot de dood in de tijd, en zo te sterven voor mijn zonden. ... En terwijl ik Hem zo zie, hangend aan het kruis, zal ik overdenken wat zich aan mij aanbiedt' (GO nr. 53). Dat is wat Jezus de leerlingen liet doen: "Kijkt naar mijn handen en voeten."
Aan het kruis zie je de afgrondelijke ernst van de zonde en die brengt een ommekeer, een ondersteboven kering in het hart teweeg, een gevoel van eindeloze kleinheid en verlorenheid. "Wee mij!", roept Jesaja uit bij het zien van de goddelijke Majesteit op zijn troon, "ik ben verloren!" Ik ben een zondig mens. "Ik ben een mens met onreine lippen, ik woon onder een volk met onreine lippen" (Js 5,5). Of zoals Petrus bij het zien van de wonderbare visvangst: "Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens" (Lc 5,8). Dát gevoel nu ligt aan de grondslag van het christelijk bestaan, van het gewone christelijk leven, en ook aan de grondslag van het moniale leven. Elke eucharistie beginnen wij met de uitnodiging ons te bekeren en onze zonden, onze schuld te belijden. Die boetvaardige gezindheid is in de christelijke traditie tot een formule gebracht, het schietgebed, het 'Jezusgebed': 'Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, zondaar.' Dat is de gezindheid van de tollenaar achter in de tempel. Hij durfde zelfs zijn ogen niet opslaan, maar bad: "God, wees mij, zondaar, genadig" (Lc 18,13).
Zonder die explosie, of liever gezegd, zonder die implosie van het hart kan God Zich niet aan je meedelen. Er moet eerst een bunker van zelfgenoegzaamheid worden afgebroken, vermorzeld, verbrijzeld, en dan kun je worden opgevangen door een eindeloos gevoel van tederheid.

"Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften." En "toen Hij zijn handen toonde en zijn zijde, waren ze vervuld van vreugde" (Joh 20,20). Dat is de vreugde die Jezus in het vooruitzicht had gesteld. Niemand kan u die vreugde ontnemen en ook niet de vrede die daarmee gepaard gaat. Een vrede die niet meer afhankelijk is van de vrede in de wereld, van de politieke verhoudingen, van de sociale verhoudingen, of mensen aardig voor je zijn, van je humeur of van hun humeur, maar een vrede die alle begrip te boven gaat: de vrede van God, de vrede van Christus, die onbegrijpelijke vrede. Dát geloven overwint de hele wereld: Gods liefde voor de zondige mens. De mens keert zich af van God, van de Bron van het leven, en als hij zich weer tot God keert, ziet hij God die Zich naar hém toekeert. Dat is ook een paasbekering, maar dan van God naar de mens. Jezus, die al onze zonden draagt in zijn medelijdend hart en in zijn lijdend lichaam.
Dat is ons heilig geloof en dat wordt dan ook uitgedrukt in de geloofsbelijdenis: Vader, Zoon en heilige Geest, en de Kerk met de vergiffenis van de zonden.