3e zondag in de paastijd

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Een jonge missionaris trok naar het Andesgebergte in Peru. Het leven van de mensen was daar heel primitief en heel erg zwaar. De levensweg was daar voor bijna iedereen een echte kruisweg. Met de boodschap van Pasen over de verrezen Heer kon ik daar - zo vertelde hij later - niet veel beginnen. Met Goede Vrijdag kwamen de mensen van heinde en ver naar de kerk om het kruis te vereren. De kerk zat dan vol. Maar met Pasen kwam er nauwelijks iemand. Niet in de vreugde van Pasen, maar in het lijden van Goede Vrijdag herkenden zij zich, en daarom hadden ze zo' n grote devotie voor het kruis. Ze vereerden het kruis door watten in olijfolie te dompelen en daarmee Jezus op het kruis te zalven. Die watten namen ze mee, en bewaarden ze thuis eerbiedig. Niet in de verrezen Heer van Pasen, maar in de lijdende Jezus herkenden zij zich.

Ik vertel dit omdat bij alle alleluja's en blije paasgezangen rondom Jezus' verrijzenis niet vergeten mag worden dat Hij eerst door het lijden heen is moeten gaan. Lucas vertelt dat Hij daarom met de littekens van zijn lijden aan zijn leerlingen verschijnt. Die leerlingen denken de ene keer een spook te zien, de andere keer een geest. Ze konden niet zomaar geloven dat Hij werkelijk uit de dood was opgestaan, en weer leefde. Dat is in hen gegroeid, zoals het in sommigen van ons gegroeid is of nog groeien moet.

Ik ben het echt, zegt Hij. Kijk maar naar de wonden in mijn handen en voeten, en leg je hand maar in de wonde in mijn zijde. Ik ben het echt: de gekruisigde, door God opgewekt ten leven. Zo maakt Hij aan zijn leerlingen en aan ieder van ons duidelijk dat de weg naar het leven pijn kost, en dat wie probeert te leven zoals Jezus deed, niet ongehavend uit de strijd zal kunnen komen. Wie Hem echt achterna leeft, zal ook gewond worden, want als christen leven is vaak tegen de draad van de wereld ingaan. Daar spelen eigenbelang en jezelf redden de be-langrijkste rol.

Hem werd spottend toegeroepen op het kruis: ‘Anderen heeft Hij geholpen, maar zichzelf redden kan Hij niet'. Fout dus. Hij kon het misschien wel, maar Hij wilde het niet. Heel tegendraads dacht Hij eerst aan anderen, en pas daarna aan zichzelf. De Romeinse soldaat kreeg het door: ‘Zo één moet wel Zoon van God zijn'.

Omdat Hij het altijd opnam voor anderen, heeft God het ten slotte opgenomen voor Hem. Hij kwam in opstand tegen onrecht, en God schonk Hem de opstanding. ‘Kijk maar naar mijn handen en voeten', zegt de verrezen Heer. Dat betekent dat wij onze eigen opstanding mogen verwachten als ook wij in opstand komen - met alle pijn, met alle wonden vandien - tegen on-recht.

We hoeven daarbij niet allereerst te denken aan verzet tegen het onrecht in onze wereld. Niet iedereen voelt zich daartoe geroepen of is daartoe in staat. Maar we mogen daarbij wel denken aan het onrecht dat ieder van ons in zijn directe omgeving laat voortbestaan. Binnen het gezin, het huwelijk, de werkkring. Daar het bestaande onrecht opheffen zal altijd inleveren van eigenbelang betekenen. Opstanding kan niet volgen op een leven in gemakzuchtige rust, waarin men niet van tijd tot tijd is opgestaan voor het recht van een ander. Tegen ons, die makkelijk opstaan om ons eigen belang te verdedigen, en maar moeilijk opstaan om anderen te redden, zegt Jezus vandaag: ‘Kijk naar mijn handen en voeten, en weet dat het pijn kost mijn leerling te zijn'.