Hoe moet je je de verrijzenis voorstellen?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Dit stukje evangelie is voor ons moeilijk te begrijpen. Voor wie de Schrift letterlijk leest, staat er niet wat er staat. Maar voor wie achter de woorden kan lezen, staat er veel meer dan er staat. Wij mensen gebruiken een dubbele taal, de informatieve en de evocatieve taal. Wij mogen die twee niet verwarren, want dan kunnen er grote misverstanden ontstaan. Als ik via de telefoon een bestelling doe, of een dokter roep, zal de telefoniste zeggen: ‘Ik zal het note-ren'. Zulke taal kun je informatieve of letterlijke taal noemen. Maar als een verloofde zijn meisje opbelt en zegt: ‘Ik zou een vlieg willen zijn, om bij je te kunnen zijn', of: ‘Ik zou je willen opeten', dan zal dat meisje niet antwoorden: ‘Ik zal het noteren'. Zij mag die woorden ook niet letterlijk nemen, zij moet luisteren naar datgene wat die verloofde zeggen wil, hij wil haar alleen zijn liefde verklaren.

Zo zijn de teksten van het evangelie niet altijd geschreven in een informatieve of letterlijke taal. De feiten die in het evangelie verteld worden, zijn niet altijd geschiedkundige feiten, de tekst is geen proces-verbaal van hoe de feiten zich voordeden, maar is geschreven in een evocatieve taal, het evangelie wil ons oproepen tot geloof in de Verrezene.

Zo hebben de woorden uit het evangelie vaak een veel diepere zin. Als er gezegd wordt dat Jezus binnenkwam terwijl de deuren gesloten waren, dan betekent dit dat Jezus een andere bestaanswijze heeft dan wij. Als Jezus tegen Thomas zegt: ‘Kom, leg je hand in mijn zijde', dan heeft Thomas dat niet letterlijk opgenomen, maar het was een uitnodiging om zich aan de liefde van Jezus toe te vertrouwen. Als er gezegd wordt dat de ogen van de leerlingen opengingen, wil dat zeggen dat de leerlingen alleen door de ogen van het geloof de Verrezene konden herkennen. Als er gezegd wordt dat Jezus vis gegeten heeft, wil dat zeggen, dat Hij geen geestverschijning is geweest, maar dat heel de persoon van Jezus deelt in de nieuwe bestaanswijze. Het gaat in het evangelie niet om bewijzen, maar om een Paaservaring.

Aan dit nieuwe verstaan van de Schriften moeten wij misschien nog wennen, de vele afbeeldingen van de verrijzenis hebben ons misschien wel op het verkeerde pad gebracht.

Als wij bij de verrijzenis aanwezig geweest waren met een videocamera, dan zou die niets geregistreerd hebben, er zou niets op het beeldscherm gekomen zijn. Ook de apostelen hebben aan die nieuwe bestaanswijze van Jezus moeten wennen, dat laten de evangelisten heel duidelijk uitkomen als zij zeggen dat de leerlingen twijfelden, dat Maria Magdalena meende dat het de tuinman was, dat de leerlingen van Emmaüs meenden dat het een vreemdeling was die hen vergezelde, dat de apostelen meenden dat Jezus gewoon iemand was die aan de oever stond. Hun ogen moesten opengaan bij de verklaring van de Schriften, bij het breken van het brood, bij het noemen van de naam.

Wij moeten nog altijd langs dezelfde weg tot de ervaring van de Verrezene komen als de apostelen.

Wij komen op de eerste plaats tot de ervaring van de Verrezene door de verklaring van de Schriften. Daarin wordt duidelijk gezegd dat de Mensenzoon moest lijden om zo de heerlijkheid binnen te gaan. Daarom lezen ook wij op de eerste dag van de week steeds weer de Schriften.

Wij komen ook tot de ervaring van de Verrezene bij het breken van het brood. Waar christenen eensgezind samenkomen, om met brood en beker de Heer te gedenken, daar komt Hij zelf in ons midden en mogen wij de vrede ervaren die Hij aan zijn leerlingen heeft toegezegd.

En tenslotte komen wij tot de ervaring van de Verrezene bij het noemen van onze naam. Maria Magdalena had slechts één woord nodig, om de Verrezene te herkennen: Myriam. Zij werd persoonlijk aangesproken door Christus. Zo zullen wij ook persoonlijk aangesproken worden als wij in stil gebed naar de Heer zoeken.