Door lijden en dood heen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Een theologische opleiding in Amerika levert, zoals zoveel andere scholen in dat land, maar ook in Europa, ieder jaar een aantal studenten af die vanuit hun studie aan het werk gaan. Sommigen worden na enige tijd priester gewijd, anderen beginnen een baan als pastoraal werker of werkster. Een van de studenten koos er voor te gaan leven met een groep verarmde mensen in het Andesgebergte. Hij werd hun pastoor. Toen hij na een vijftal jaren terugkwam voor een welverdiende vakantie nodigde zijn vroegere school hem uit om voor de staf en de leerlingen van de school eens te komen praten over zijn werk. Hij liet zich daartoe met veel moeite overhalen. Toen hij eenmaal in gesprek was met zijn oude school vertelde hij ook, waarom hij zo geaarzeld had. Hij was, zei hij, heel dankbaar voor de opleiding die hij gekregen had.

Iedereen in de zaal voelde aan, dat er op die dankbaarheid een ‘maar' moest volgen en dat klopte ook. De school had hem vooral een verrijzenis-, een paasgeloof meegegeven, en hij was daar indertijd zelf heel enthousiast voor geweest. Het gaf een blijmoedige kijk op het leven, waardoor je de zekerheid kreeg, dat het ondanks alles goed met mensen af zou lopen; en toen kwam zijn ‘maar'. Maar, zei hij, bij de mensen in het Andesgebergte kon hij met dat paasgeloof niets doen. Het duidelijkste merkte hij dat in de Goede Week. Van alle kanten kwamen ze in grote getale om Goede Vrijdag mee te vieren. Ze vereerden het kruis en met een doekje smeerden ze er zalf overheen, terwijl ze die doek naderhand mee naar huis namen, alsof het de gekruisigde zelf was. Na Goede Vrijdag bleef de kerk leeg. Op Pasen kwam er een enkeling. Wellicht, en zo besloot de jonge pastor zijn toespraak, zijn wij westerlingen voor heel veel mensen te vlug aan Pasen en de overwinning van die dag toe, terwijl zij nog midden in het lijden zitten en daar nog niet overheen kunnen kijken.

In sommige heel oude kerken bewaart men een beeld van de zogenaamde ‘Christus van de koude steen.' Het is een beeld van Jezus zittend op een koude steen, even uitrustend na de geseling, een beeld van een geslagen en doodvermoeide mens. In Oost-Europese landen hebben veel arme mensen deze afbeelding in huis, zoals wij vroeger en nu een beeld hadden en hebben van het heilig Hart of van Maria. Als de landarbeiders thuis komen na een zware en vermoeiende dag, zitten ze een ogenblik voor dat beeld van de gewonde Heer dat hun herkenning geeft en de moed om verder te gaan. Blijkbaar zijn ze nog lang niet aan Pasen toe.
Zo vergaat het de leerlingen uit het evangelie van vandaag ook. Ze zijn met hun hoofd nog te zeer bij het lijden, dat van de Heer, maar ook hij de bedreiging die henzelf benauwt. Misschien is het daarom dat Jezus zo uitdrukkelijk eerst zijn gewonde handen en voeten laat zien, dat Hij de gewone behoefte van het dagelijkse leven onderstreept van eten en drinken en zo uitgesproken de Schrift aanhaalt, waar verhaald wordt over het lijden. Want hoe we het ook draaien of keren: de overwinning van Pasen komt pas door het lijden en de dood heen en van de andere kant: alleen door de verrijzen is en het leven komt er uitzicht voor hen die nog lijden en in dood gevangen zijn.