Samenleven in vrede

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 483 niet laden

Ik reed met mijn auto volgestouwd met scouts naar huis.  Als je, zoals ik, een grote gezinsauto hebt, weten ze je altijd wel te vinden als er vervoer moet zijn.  Nu waren de jongverkenners gaan zwemmen en ik was een van de busjes van dienst. Naast mij zat een leider, een jonge gast die bij de patrouille van mijn zonen bekend staat om zijn mascotte, een opblaaskrokodil.  Bij dat beest hoort een liedje waarvan het zingen in dit huis wellicht met onmiddellijke excommunicatie zou worden bestraft.  Het ging er in de auto nogal vrolijk aan toe en de ervaringen van het zwembad werden uitbundig gewisseld.  Op een bepaald ogenblik zei een van de jongens dat er ook een groepje gehandicapten in het zwembad was geweest, een groepje mongolen om precies te zijn.  Hij had het een vieze bedoening gevonden want volgens hem kwijlden die de hele tijd in het zwembad.  Algemene hilariteit in mijn busje.  Zonder aarzelen ging de leider een gesprek aan met dat groepje.  Over hoe het was om met zo'n ploegje op stap te gaan.  Hoe heerlijk dat die gehandicapte kinderen dat vonden, en dat dat helemaal niet vies was.  Over wat echt vies was, en daar hebben ze op de scouts verstand van.  Over hoe verschillend de jongens van de scouts waren en dat ze toch ook allemaal meekonden, er bij konden horen.  Het was geen verwijtend gesprek, maar er werd gepraat en geluisterd.  Het was echt opmerkelijk hoe die leider met die kerels daarover kon praten alsof hij één van hen was, gelijk was.

Dat moment ging door mijn hoofd bij het lezen van het evangelie van vandaag.  De leerlingen van Jezus zaten er wat verslagen in de dagen na zijn dood.  Het was allemaal gedaan, voorbij.  Die betere, andere wereld zou er niet komen want de dood had hun leider weggerukt.  En dan horen ze dat die Jezus terug zou zijn en ze horen de ervaringen van die twee van Emmaüs.  Het brengt verwarring en onzekerheid.  En dan staat Jezus daar zelf.  Vrede, zegt hij hen.

We horen het alle weken in de viering, de Vrede van de Heer zij altijd met U.  Soms wordt ons gevraagd het effectief aan elkaar te wensen met een hand, een groet.  Wat betekent dat eigenlijk, die vrede van de Heer?

Bij vrede denken we in de eerste plaats aan het tegenovergestelde van oorlog, van ruzie en onenigheden onder elkaar.  Maar het gaat hier om veel meer.  Het gaat om een vrede die diep in de mens zelf zit: rust en evenwichtigheid die van binnen zit. En het is die innerlijke vrede die een mens echt vrij maakt. Het opvallende is dat je die innerlijke vrede juist vindt bij mensen die veel hebben meegemaakt, mensen die verdriet en tegenslag gekend hebben, die al veel van het leven hebben gezien. Daardoor juist hebben zij geleerd zich niet meer vast te klampen aan uiterlijkheden of bijkomstigheden, maar hun houvast te zoeken in de diepere waarden van het leven. Daar zit dan ook dat bevrijdende. Ze zitten niet vast aan bijkomstigheden en uiterlijkheden, ze laten zich niet binden door wat mén zegt, mén gewoon vindt of mén verwacht. Ze hebben geleerd sommige dingen los te laten, dingen die ze oorspronkelijk als heel belangrijk zagen, misschien zelfs als onmisbaar, maar achteraf zeggen ze: nee daar ligt niet de echte waarde van mijn leven.

Die innerlijke vrede en vrijheid en de geestelijke kracht die daaruit voortkomt, heeft te maken met geloof. Met geloven dat het leven meer is dan een goed functionerend lichaam, dat het leven vraagt om gedeeld te worden met anderen, om samenhorigheid, verbondenheid met de andere mensen, en dus ook dienstbaarheid. Het heeft ook te maken met geloven in God als het diepste fundament van alle leven en van alle goedheid, van zijn opdracht om in vrede te leven met elkaar, om elkaar leefruimte te geven, ruimte voor vrijheid.

De vrede die Jezus ons toewenst zit vol tegenstellingen. Het is geen vrede van met rust gelaten worden maar wel een vrede die moet uitmonden in getuigen. Het is geen vrede van jezelf in een burcht veilig weten, dat niets je raken kan, maar wel een vrede die van je vraagt dat je je kwetsbaar durft opstellen door naar buiten te gaan, naar de mensen om je heen. Het is geen vrede van: tevreden zijn met de wereld waarin je leeft, maar wel een vrede die je uitdaagt het kwaad dat je ziet minder erg te maken en het goede een beetje beter, om vrijheid te brengen aan allen die op de een of andere manier slaven zijn, geknecht, onderdrukt.
De vrede die Jezus ons toewenst heeft niets te maken met gezapigheid, het rustig op je gemak kunnen doen, je nergens druk om maken. Zijn vrede moet ons in beweging zetten, niet toegeven aan oppervlakkigheid in ons leven maar verdieping zoeken.
Pasen is geloven in het leven, maar dan wel in een leven dat meer is dan eten en drinken, dan werken en slapen. Alleen als je je verdiept in de zin van het echte leven, zullen we ook de echte vrede kennen en dus ook echte vrijheid.

Als we elkaar de vrede wensen, zeggen we eigenlijk tegen elkaar: zullen we er samen eens tegenaan gaan, zullen we samen eens gaan werken aan die betere wereld.  Zo zal Jezus voor altijd blijven verder leven.

Ik heb het toch gezegd dat ik terug zou komen, zegt Jezus in het evangelie van vandaag.  Waarom hebben jullie dan getwijfeld?  Dat zegt hij ook tegen ons vandaag, ik kom terug maar jullie moeten mij zien.  In de mensen rondom ons kunnen wij Hem zien.  In de kansen die we geven en krijgen van andere mensen waar we mee samenleven.  Zo getuigen we van zijn boodschap.  In die vrede samenleven was de droom van Jezus.  Een wereld waar er plaats is voor iedereen.

In die leider op die avond op weg van het zwembad naar huis, heb ik Jezus gezien en gevoeld.  In de leider van de opblaaskrokodil.  En het was een heerlijk gevoel.  Mijn hart brandde ervan, zouden de Emmaüsgangers zeggen.  Die jonge, toch wat ‘grave' gast, die een lans brak voor die gehandicapten.  Die tegen de stroom in ging en zijn jongens meenam op zijn weg.  Dat brengt ons een beetje dichter bij de droom van Jezus.  De vrede van de Heer zij dan ook altijd bij hem.