Niets wat uit Liefde gebeurt is vergeefs!

Beste vrienden,

De leerlingen zijn dus terug op de plaats waar ze Jezus hebben leren kennen, daar waar alles is begonnen: In Galilea aan het meer van Genezareth. We moeten ons dat even voorstellen: Dezelfde mensen die kort daarvoor de verrezen Heer hadden ontmoet en die van Hem de belofte hadden gekregen: “ontvangt de Heilige Geest,” zijn nu teruggekeerd alsof er niets gebeurd was.

Petrus, en samen met hem ook de anderen, doen terug datgene wat ze vroeger ook al hadden gedaan. Thomas, die zelfs de wonden van de verrezen Heer had mogen aanraken, houdt zich met alledaagse profane zaken bezig, net als was er niets buitengewoons gebeurd.

Kan dat zomaar? Ik bedoel, het evangelie van vandaag begint zoals een gewoon gesprek bij ons aan de ontbijttafel: “Ik moet vandaag wat langer op school blijven!”, “Ik kom wat later thuis van bureel!”, “Ik moet vandaag nog naar …”, alleen dat Petrus, die een visser van beroep was, zegt: “Ik ga vissen.” En de anderen, ook vissers van beroep, antwoorden: “wij komen mee!”   

De verrezen Heer is hen reeds twee keer verschenen en ondanks die toch wel baanbrekende boodschap gaan ze gewoon terug naar huis, terug naar hun oude broodwinning. Maar dan, dan zitten ze daar in hun gemeenschappelijke boot en vangen niets. Een beeld van radeloosheid, zinloosheid en doelloosheid. Je kan hier niets, maar dan ook helemaal niets, voelen van de daarvoor nog duidelijk aanwezige Paasvreugde en van de daarmee gepaard gaande zekerheid. Ze vangen niets, en je zou zelfs kunnen zeggen: Ze vangen niets aan met datgene wat ze ervaren en gekregen hebben. 

Is dat zo onbegrijpelijk? Voelen wij onze parochie, onze Kerk, ons soms ook niet als in wankele boot in een donkere nacht op het meer? Waar zijn de lichtbakens? Velen hebben intussen toch ook het gevoel alsof de moderne wereld het geloof verslindt en teniet doet. Veel pastores klagen dat ze van de ochtend tot de avond zwoegen en toch alleen maar lege netten kunnen tonen. Is er in onze Kerk ook niet veel nutteloos werk, veel afjagerij zonder resultaat, veel ontgoocheling en berusting?

Kijken we toch even naar onszelf: Kerstmis, Pasen, Dopen, Communies, Vieringen, gemeenschap vormen met andere gelovigen – allemaal toezeggingen van God aan ons. Hoe dikwijls hebben wij Hem reeds mogen ontmoeten, en dan ook nog in mensen die ons de mooiste uren van ons leven hebben bezorgd; mensen die ons hebben laten ervaren wat een gelukt en gevuld leven kan beduiden. En toch vinden we ons altijd weer terug in die zelfde boot als de leerlingen van Jezus: terug naar de dagelijkse sleur, terug aan het vissen. En dan dikwijls ook nog in troebel water, waar niets te vangen is. Ik geef toe, we zijn in die boot niet in slecht gezelschap. Er bevinden zich grote namen aan boord, de reeds genoemde Petrus en Thomas, Nathanael en ook de leerling waarvan gezegd wordt dat Jezus hem graag mocht. Zij ervaren allemaal juist hetzelfde. “Geloof tot daar toe, maar je moet je tenslotte ook om het dagelijkse brood bekommeren!” Maar of die zienswijze ons naar ons levensdoel brengt valt te betwijfelen.   

Met de vraag: “Hebben jullie iets te eten?” duikt de verrezen Heer heel onverwacht en niet herkend terug op. Maar juist dat is de beslissende vraag, toen aan de leerlingen en vandaag ook aan ons. Hebben jullie iets bij waarvan je kan leven? Zeker, jullie hebben jullie werk, jullie inkomen, jullie welstand. Maar kunnen jullie daarvan leven? Is dat voldoende om van te leven? Op het eerste gezicht zeker ja. Maar ontbreekt er jullie niets? En omdat de leerlingen moeten bekennen dat ze met lege handen, en meer nog, ook met lege harten voor Hem staan, stuurt Hij hen, tegen alle deskundigheid in, terug het meer op. Vissen is nu geen tijdverdrijf meer maar een zending! En plots verandert het harde labeur in overvloed.

Versta me niet verkeerd, Jezus staat niet garant voor verhoging van het rendement naar het motto: “Vissen met Jezus brengt succes, hoge vangsten gegarandeerd!” Neen, wat Jezus hier met de leerlingen deelt, wat Hij hen mededeelt wanneer ze Hem herkennen, dat is al aanwezig.

“Toen ze aan land gingen zagen ze op de grond een houtskoolvuur met vis en brood erop.”   

Misschien vraagt u zich nu af: waarom toch dat alles? Waarom stuurt Hij de leerlingen terug het meer op en waarom laat Hij hen dat zware net aan land brengen, wanneer Hij op de oever toch zelf reeds alles bereid heeft?   

 

Lieve mensen, die tweede tocht op het meer verschilt enorm van de eerste.

De leerlingen weten nu dat het Jezus is die daar staat. Ze hebben de samenhang tussen het Rijk Gods en hun eigen dagelijkse handelen begrepen. Ze hebben begrepen dat zij, net zoals wij, elke dag weer vanuit het geloof moeten leven en dat leven ook vorm geven.  Maar in dat leven van elke dag wordt niet alles met succes bekroond. Maar Jezus staat garant voor het feit dat niets, maar dan ook helemaal niets wat uit liefde gebeurt vergeefs is. Hoe zei Hij het ook weer? “Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben!” Voor mij betekent dat niets anders dan dat alles wat wij doen, of het nu veel is of weinig, succesvol of niet,  - dat gewoon alles wat we in de geest van Jezus’ blijde boodschap doen, mee bijdraagt tot het Rijk Gods,  dat we dat met elkaar moeten delen en aan elkaar meedelen. Ieder van ons draagt daar zijn steentje toe bij, en zo vormen wij een dragende gemeenschap met Hem en met elkaar.    

Het Paasgeloof leeft van dergelijke ervaringen. Van de ervaring dat God aanwezig is en dat Hij ons telkens weer nieuwe kracht geeft, ook wanneer we weer eens van een kale reis terugkeren. Kracht om opnieuw te beginnen en het ook te wagen om opnieuw uit te varen met zijn boodschap.   

-          In Pasen geloven betekent de treurigheid en de berusting, die ons maar al te vlug en te dikwijls lamleggen, doorbreken. 

-          In Pasen geloven betekent ook dat ik naar die medemensen moet leren luisteren die me kunnen helpen wanneer ik de Heer even niet kan zien.

-          In Pasen geloven betekent ook: genoeg zelfvertrouwen hebben om ook mezelf ertoe in staat te achten om succes te hebben en om ook een vol net binnen te brengen. 

Beste vrienden, wanneer we over ons geloof en over de grote gemeenschap van gelovigen spreken, dan moeten we ook aan het hoofd van die grote gemeenschap denken. Aan Paus Franciscus, wiens pontificaat nu een goed jaar oud is. Net als Jezus roept ook hij ons op om ons leven in dienst te stellen van de zwakken en de minderbedeelden, en dat we dat, ook net als hij, zouden doen met een liefdevol blij en vrolijk hart. 

Herinnert u zich nog wie van de leerlingen Jezus het eerst heeft herkend?  Het was niet Petrus, maar de leerling die Jezus liefhad. Niet de functie, niet het ambt, laat ons Jezus gemakkelijker zien, maar alleen de liefde. Daartoe is ieder van ons geroepen. Petrus vindt zich niet te goed om naar de anderen te luisteren en een nieuwe richting in te slaan. Daarom ben ik blij met Paus Franciscus. Hij is niet alleen in staat om mensen in hun geloof te bevestigen, maar Hij is ook bereid om naar de Geest uit de gemeenschappen te luisteren, om aandacht te schenken aan datgene wat de mensen ter plaatse bezig houdt, hoe ze hun geloof beleven, en hoe zij aan de toekomst van de Kerk willen meewerken.

Op zijn vraag kunnen ook wij dan terug uitvaren, vol vertrouwen dat ook wij ons net met succes zullen kunnen vullen.    A­men.