Tweede zondag van Pasen (2006)

Beste dorpsgenoten,

In het evangelie horen we Jezus driemaal zeggen: "Vrede zij u."

Je kunt denken aan oude liedjes als "Een karretje op de zandweg reed" of: " Op de grote

stille heide dwaalt de herder eenzaam rond." Die roepen de stemming van vrede op, in elk

geval het ontbreken van wapengeweld. En we spreken over " huiselijke vrede" als er rust heerst in huis. Toch lijkt het er op dat Jezus iets anders, iets meer, iets extra's bedoelt.

Op de eerste plaats al omdat hij het drie keer zegt. In de bijbel wijst het woord drie dikwijls op een bijzondere situatie. Denk maar aan: "Op de derde dag is de Heer verrezen," De drie Koningen, de twee Emmaüsgangers die met zijn drieën zijn als de "vreemdeling" zich bij hen aansluit. En drie verwijst naar een aanpak die boven ons uitgaat. Denk aan "Een, twee, drie," als iets zwaars moet worden opgetild!

Maar ook qua inhoud bedoelde Jezus meer te zeggen dan de vrede die spreekt uit de liedjes die ik aangehaald heb. In zijn mond slaat het woord " vrede" op iets dat ons te boven gaat, een gunst die ons alleen maar geschonken kan worden.

In de eerste lezing hebben we gehoord hoe de eerste christenen leefden: gemeenschappelijk leven, gemeenschappelijk bezit, hun bezittingen verdelen naar ieders behoefte, samen hun voedsel genieten in blijdschap en eenvoud van hart. "En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden."

Mensen, die zo leven, genieten een vrede waar we uit onszelf niet toe in staat zijn. In zo'n gemeenschap wordt het woord "vrede" verwerkelijkt zoals Jezus het bedoelde.

Maar in zo'n gemeenschap leven wij niet, kunnen we niet leven, willen we misschien niet eens leven: "Bezittingen en goederen verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte." Dat is onze wereld nu eenmaal niet.

Toch kan die vrede die Jezus zijn vrienden, en daarmee ook ons toewenst, ons leven op twee manieren tekenen..

De eerste is: " Wat gij wilt dat anderen u doen, doe dat ook aan hen, gun hen dat ook." Dat kunt u zelf het beste invullen!

De tweede manier om die vrede, die driemaal uitgesproken vrede, juist geen kans te geven in ons leven vinden we in een verhaal van Maarten Toonder: Heer Bommel en de Wraakgieren. Deze zure vogels voelden zich altijd verongelijkt en tekort gedaan en ze hielden een soort huishoudboekje bij: wie hen te kort gedaan had , wie hen pijn gedaan had, wie hen over het hoofd had gezien. Al die rekeningen wilden ze vereffenen. In feite kwamen ze niet verder dan weerstand bieden, zich verzetten, wraakgevoelens koesteren, alles vervloeken. En daarmee zetten ze hun eigen leven op slot. Op hun hart lag een hele zware steen. Ze leefden vol rancunes, dat wil zeggen: hun binnenste rook als ranzige, bedorven boter of zo iets.

Die tweede manier bestaat kort gezegd in vergeten en vergeven: accepteren dat kleine en grote dingen mislopen, juist niet je kaken op elkaar houden, je eigen kruis aanvaarden - soms ben je zelf je grootste kruis - en erkennen dat je niet tegen alles bent opgewassen. "Je zegeningen tellen", zoals ze op zijn Engels zeggen. "Als gij niet wordt als een kind," zo omschrijft Jezus die houding.

Zo kan die vrede, die boven ons vermogen ligt, toch heersen in ons binnenste en vandaar uit kan hij overstromen naar anderen zoals je een kopje inschenkt tot het overloopt, niet zuinig, maar heel royaal.

Dat het zo moge worden.