De zon gaat onder, maar niet uit (2006)

Onze tijd is jachtig. Alles raast snel voorbij. Pasen hebben wij nu ook al weer achter de rug. De laatste eieren zijn verorberd. De Kerk leeft in haar eredienst een stuk rustiger. Zij gunt zich de tijd. Vijftig dagen blijft zij Pasen vieren. Tot Pinksteren. Een groot feest moet je uitgebreid vieren, langer ervan nagenieten!
Vijftig dagen vertelt de Kerk ons de Paasverhalen. Op Beloken Pasen bijvoorbeeld over de apostel Thomas. Hij is -misschien wel ten onrechte - als de "ongelovige Thomas" de geschiedenis ingegaan. Hij zou zich overigens in onze tijd best thuis gevoeld hebben. Want, zoals wij, zag hij graag alles bewezen. Eerst zien, dan geloven, was zijn parool.
Openhartig spreekt hij zijn twijfel uit. Maar even eerlijk ook zijn geloofsbelijdenis. "Mijn Heer en mijn God", bidt hij tenslotte. Thomas wilde per se zijn handen leggen op de plaats van de spijkers. Hij wilde zien dat de Verrezene Dezelfde was als de Gekruisigde.
Ogen van geloof herkennen Hem. Deze Heer en God draagt nog steeds de sporen van zijn gewelddadige dood. Hem aangedaan omdat de Liefde, die God is, niet in deze wereld wordt geaccepteerd.
Wij zijn met Thomas twijfelaars geworden. Eerst zien, dan geloven! Komen wij met hem ook door de twijfel heen? Tot geloof? Door crisis heen tot een oplossing. Door lijden heen tot verheerlijking.
Eerst zien, dan geloven! Thomas ontdekt dat je het beter kunt omdraaien. Eerst geloven, en dan zul je zien. Als je gelooft, zie je anders tegen het leven aan. Dankbaar en hoopvol, Je ziet méér. Je leert kijken met de ogen van het geloof.
Toon Hermans zong over licht en leven. Hij kon dat goed: kijken met de ogen van het geloof. Toen zijn vrouw Rietje gestorven was, zei hij in interview: "Rietje is dood, maar niet weg", en terwijl hij de kamer rondkeek: "Ze is hier nog. Alleen, jullie zien haar niet, ik wel". En kon diezelfde Toon ook zingen: "De zon gaat op en de zon gaat onder, maar niet uit".