Rijp voor de waarheid (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ZWAK EGO

Tijdens mijn opleiding kregen we colleges van een psycholoog, Sjef Huijts. Hij wilde iets duidelijk maken over het ‘ik', over mensen met een zwak en met een sterk ego. Hij voerde iemand ten tonele die bij zijn entree op iedereen indruk maakt. Iemand die grote gebaren maakt en goed in het pak zit. Midden in de discussie smijt hij plotseling zijn tas op tafel en roept uit: ‘dit kan ik niet accepteren....' ‘Besef dan', ging de psychologiedocent verder, ‘dat dit iemand is met een heel klein ego.' De grote mond is camouflage. In werkelijkheid is de man door en door onzeker. Hij zegt het letterlijk: ‘ik kan het niet accepteren.' Hij is iemand die maar heel weinig kan, die maar weinig ruimte heeft, die maar weinig kan aanvaarden. Hij kan het niet. En dat onvermogen probeert hij te verbergen achter stoere gebaren en ferme uitroepen.
Als iemand fanatiek over God begint te praten, luide dogmatische stellingen poneert en boos wordt bij tegenspraak, dan denk ik: waarom ben je zo onzeker? Je probeert je twijfel te overschreeuwen maar dat zal je niet lukken.

FANATICI

De ware gelovige is voor mij Thomas. Thomas heeft vrijheid genoeg om vragen te stellen. Hij kan nuanceren, hij is rijp voor de waarheid. Als mij gevraagd werd om met een van de apostelen samen te werken, dan zou ik met Thomas meegaan, mee naar Indië trouwens, ook niet gek! Hij lijkt me de sympathiekste. Zeker-weters zijn er genoeg in de kerk; kritische twijfelaars zijn schaars geworden.
De laatste jaren hebben we de rokende puinhopen gezien die fanatiekelingen hadden aangericht. Fundamentalisten maken slachtoffers, of ze nu atheïsten zijn zoals Pol Pot, Stalin en Hitler, of gelovigen zoals kruisridders en inquisiteurs. Menigeen denkt dat fundamentalisme eigen is aan godsdiensten, maar dat is helemaal onjuist. Dogmatici zijn mensen met weinig ruimte, veel angst en ze zijn levensgevaarlijk. Ze komen voor onder wetenschappers, gelovigen en ongelovigen.

FUNDAMENTALISTEN

Toen wij enkele jaren geleden te maken kregen met zelfmoordaanslagen door moslims, hoorde ik een Franse socioloog iets interessants uitleggen. Hij wees erop dat veel zelfmoordenaars rustige studenten waren van de tweede generatie immigranten. Vaak waren ze van huis uit niet erg gelovig opgevoed en zeker niet fanatiek, maar ze hadden zich bekeerd. En door die bekering was hun geloof iets abstracts geworden, een pakket waarheden zonder vlees en bloed, zonder humor en zang, zonder relativiteit, zonder kinderlied en jeugdsentiment. Wij zoals we hier zitten, wij zijn niet alleen rooms katholiek, maar wij zijn Limburgse katholieken van de 21ste eeuw. Dat wil zeggen dat we al generaties sommige dingen met de nodige korrels zout nemen en op onze eigen manier uitleggen. Er zijn dingen die we niet zo belangrijk vinden en andere die dat juist wel zijn. We hebben een tante die solo zingt in het kerkkoor en een Ave Maria ontroert ons dieper dan het dogma van de onbevlekte ontvangenis. Zo'n geloof dat in een cultuur is ingebed, is levend, warm en menselijk. Het heeft niet de dodelijke ernst die het soms bij een bekeerling krijgt die het geloof soms nodig heeft om een zwak ik te versterken.
Thomas twijfelt. Dat heeft hem geliefd gemaakt. Men herkende zich in hem. Als geloven een móeten is, dan is twijfel een gúnst.

THOMAS BOUWT EEN KASTEEL

De traditie vertelde in de derde eeuw dat de apostelen de wereld hadden verdeeld. Thomas kreeg India en kwam in het koninkrijk van Gundaphorus. De Indische koning bewonderde de apostel die van alle markten thuis was en gaf hem een groot geldbedrag om er een paleis van te bouwen. Thomas neemt het geld dankbaar in ontvangst en verdeelt het onder de armen. Als de koning deze corruptie ontdekt laat hij Thomas in de kerker smijten. Diezelfde nacht echter heeft de koning een droom. Zijn overleden broer verschijnt hem en die vertelt dat Thomas zijn belofte wel degelijk gehouden had. In het hiernamaals stond voor Gundaphorus een prachtig paleis klaar! Thomas is geen fanatiekeling maar een mens die Jezus' weg van de liefde gaat.

IEMAND GELOVEN

Lieve kinderen. ‘Lekker geslapen?', vroeg mamma toen Lucie beneden kwam. ‘Nee hoor, ik heb over het dak gelopen; ik heb de hele nacht geslaapwandeld!' ‘Oh wat leuk!', reageerde mamma rustig. Want Lucie verzon altijd van alles. Het was nooit waar wat ze zei! ‘Wat wil je op je brood?' ‘Aardbeienijs!' ‘Nee, nu effe serieus, straks eet je de boterham niet op. Zal ik er kaas opdoen?' Lucie haalde de schouders op. ‘Ik kom wat later thuis; ik heb de hoofdrol; we treden met ballet op in Amsterdam!' Zo ging het de hele dag. ‘Juffrouw, ik moet eerder naar huis want ik heb bloedvergiftiging.' Op de speelplaats zat Lucie naar Thomas te kijken. Ze vond Thomas leuk. Hij was stoer. Ineens kwam Thomas naar Lucie toe. ‘Ha Luus!' ‘Ha Thomas.' ‘Wat ik je nog wilde vragen. Ik heb woensdag een feestje. Wil je ook komen?' Nou en of Lucie wilde! Toen de school uit was, rende zo op een draf naar huis. ‘Mamma, mamma, Thomas heeft me op zijn feestje gevraagd!' ‘Mooi', zei mamma. ‘Komt Maxima ook?' ‘Doe niet zo flauw. Hij heeft met echt gevraagd!' ‘Ja en hij stuurt zeker een taxie!' ‘Hou op!' Lucie werd boos. ‘Het is echt waar. Ik mag naar Thomas zijn feestje.' ‘En wanneer ga je trouwen?' Lucie begon te snikken. ‘Waarom geloof niemand mij? Tussen twee snikken door dacht ze: ‘Dat ze het zich maar uitzoeken; ik ga zaterdag lekker naar Thomas. Die gelooft me tenminste.'