Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid (2009)

Inleiding

Vandaag vieren we de zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. We vieren God als de Barmhartige. God die het goede beloont en het kwade straft, wordt: God die het goede beloont en de kwaden barmhartig tegemoet treedt. En wat is er een kwaad in de wereld! De mensen zijn er vertwijfeld onder, zien uit naar het einde. Doemdenken. Dromend over het laatste oordeel sluiten zij zich aan bij sektes, plegen zelfmoord. Het kwaad neemt planetaire vormen aan. Onze maatschappij is diabolisch in plaats van symbolisch, stelde een onderwijsdeskundige eens. Door elkaar schoppend, diabolisch, in plaats van samenbrengend, symbolisch. Het aantal middelen om te vernietigen, om geweld te plegen, wordt door de groei van de technologie met de dag groter. Criminelen maken gretig gebruik van de moderne technologie, ze worden steeds ingenieuzer, de steeds ingenieuzer wordende technologie wordt misbruikt.
Maar de Kerk zegt: Hoe groot het kwaad ook is - wassend als een vloed, een zondvloed - Gods barmhartigheid is altijd groter. Goddelijk groot! Het goed van Gods liefdevolle Hart komt gemakkelijk op tegen al het kwaad in zijn vele vormen. In dat geloof zijn wij gedoopt, ondergedompeld, laten wij dat nu vieren met het 'Vidi aquam'.

Homilie  

"Acht dagen later." Zoals traditiegetrouw op de tweede zondag van Pasen het 'Quasi modo geniti infantes' wordt  gezongen, zo lezen we, eveneens traditiegetrouw, dit evangelie omdat het precies zoals in het evangelie, de achtste dag na Pasen is. Thomas, één van de twaalf, was er niet bij toen Jezus de eerste keer kwam. Dat zou toevallig kunnen zijn, maar je kunt je ook afvragen: waarom was er maar één ongelovige Thomas? Zoiets komt eigenlijk maar zelden voor. Thomas was een moeilijk mens, voor zichzelf misschien nog wel meer dan voor de anderen. Wanneer Jezus terugkeert naar Judea, waar Hij bedreigd werd, zodat Hij naar Galilea uitweek, zijn zijn leerlingen ontsteld. Hoe kunt U dat nu doen? Zo pas wilden de Joden U nog stenigen! Maar dan is het Thomas die zegt: "Laten we maar met Hem meegaan om met Hem te sterven" (Joh 11,16). Het loopt toch slecht af, moet hij gedacht hebben.

We noemen Thomas 'de ongelovige', maar misschien is hij veel meer de hopeloze Thomas, de moedeloze en, zoals dat gewoonlijk het geval is, kan hij dat niet voor zichzelf houden. Daarom verbaast het me dat er maar één ongelovige Thomas is. Want mensen die negatief zijn, een negatieve instelling hebben, alles door een donkere bril zien, werken in de groep aanstekelijk. Hun negatieve instelling slaat op anderen over.

Thomas is met Jezus begonnen, één van de twaalf, maar innerlijk is hij als het ware al uitgevallen. "Laten we maar met Hem meegaan om met Hem te sterven."  Ik zie er toch niets meer in. Het loopt verkeerd af.
Ook aan het Laatste Avondmaal spreekt hij Jezus tegen. Als Jezus zegt: "Gij weet waar Ik heenga, en ook de weg is u bekend (Joh 14,4), dan valt Thomas uit: "Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?" (Joh 14,5)

Later zegt Jezus ook nog: Ik heb jullie nu alles verteld en daarom noem Ik jullie mijn vrienden. "Ik noem u geen dienaars meer ...  maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld ... (Joh 15,15). En we weten hoe het dan verder gaat. Jezus zegt: "Ik ben de weg" (Joh 14,6). Het staat er wel niet met zoveel woorden, maar het is bijna zeker dat Thomas toen bij zichzelf gedacht moet hebben: Mooie weg is dat; een doodlopende weg. Het leven loopt uit op de dood. Ook Jezus kan daar niets aan veranderen. Maar Hij kan wel iets anders doen. "Hoewel de deuren gesloten waren," staat er. De leerlingen komen er niet uit, ze zien het niet zitten. Als je reëel bent, zie je er geen gat in. Maar "hoewel de deuren gesloten waren ... kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u." Hij kan iets wat wij niet kunnen. Een mens kan zichzelf niet redden; hij kan geen licht maken in zijn duisternis. En mensen kunnen ook elkaar niet redden. Maar Jezus zegt: Kijk eens. En dan volgt er een meditatie, een korte beschouwing: "Bezie mijn handen." Jezus laat Zichzelf zien. Wat is er dan aan die handen te zien? Alle liefde die Hij ermee gedaan heeft, alle liefde waarmee Hij heeft geleden, is te zien in zijn doorwonde handen, in zijn van liefde doorwonde handen. Daarom laat Hij ook zijn zijde zien. Dan mag Thomas zijn hand steken in zijn zijde, in zijn Hart, in zijn doorwonde Hart. Het is Jezus' liefde die bij machte is een hopeloze mens tot een hoopvolle te maken, een ongelovige tot een gelovige, want Thomas zegt: "Mijn Heer en mijn God!" Van niemand in het evangelie is zulk een eenduidige geloofsbelijdenis overgeleverd.

Het evangelie van vandaag mag ons uitnodigen met een groot vertrouwen al onze hopeloosheid, onszelf, en allen voor wie wij de hoop hebben verloren, toe te vertrouwen aan Hem. Misschien zelfs voor een hele streek, waarvoor wij het niet meer zien zitten, een stad, een land, een wereld.
Het evangelie van vandaag mag voor ons een uitnodiging zijn de hoop van deze wereld te zijn, omdat wij bij alle hopeloosheid, bij alle hopeloze zaken, ons oog gericht mogen houden op de liefde die straalt uit de wonden van Jezus.

Onze hoop ligt niet bij een gunstige wending van de omstandigheden. Onze hoop ligt niet in verborgen talenten of in de gelukkige groei van mensen. Maar in het feit dat wij weten dat Gods liefde zich in het lijden van Jezus heeft geopenbaard en hoe die liefde door een hermetisch gesloten wereld kan binnendringen om mensen te redden.

Het begon ermee dat mensen, ook de eerste mens, geloofden in de liefde van God, daar zozeer in geloofden dat zij in alles God konden zien, in alles de liefde van God konden ervaren. Dat was hun geluk. Dat geluk werd bedorven door ongeloof, doordat ze dachten dat er een verkeerde bedoeling achter zat, zoiets van: God houdt niet van ons, God is bang voor ons. Maar God heeft ons een nieuwe schepping en een nieuwe geest geschonken. Hij heeft Jezus gezonden voor zijn nieuwe schepping en voor die nieuwe geest. "Hij blies over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest." Ontvangt de liefde van God die stroomt uit het geopende Hart van Jezus. "Hij toonde hun zijn handen en zijn zijde." Zijn doorwonde handen en zijn door liefde doorwonde Hart. Én Hij opende het hart van Thomas. Hij opende de ongelovige harten van de mensen voor een nieuw geloof, voor een nieuw geloof in Gods liefde. Achter alles zit liefde. In het midden van de Kerk staat Jezus temidden van zijn leerlingen, en in het midden van Jezus is zijn Hart, zijn liefde. Geopend, opdat wij ons hart zouden openen om zijn liefde te ontvangen.