Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben (2009)

Ernst Barlach - Das Wiedersehen (1926)

Doorheen alle liturgiehervormingen heeft het ontmoetingsverhaal van Jezus met Thomas stand gehouden en zijn vaste plaats bewaard.  Wij horen het jaar na jaar acht dagen na Pasen, op de tweede paaszondag (Beloken Pasen) in elk leesjaar. 

De avond van Pasen komt Jezus bij zijn leerlingen.  Hij bevestigt als de ‘Verheven' Heer wat hij in zijn afscheidsrede heeft gezegd.  Hij schept een nieuwe presentie.  De apostelen vertellen aan Thomas die er niet bij was dat de Heer verrezen is.  Zij brengen de paasboodschap en stoten daarbij op het onbegrip van hun metgezel.  We zijn een beetje jaloers op de apostelen die de aardse Jezus hebben gekend  en hem als Verrezen mochten ontmoeten.

Wij sympathiseren evenzeer met Thomas en willen, zoals die man van de achtste dag, tekenen zien om in de Verrijzenis te geloven.  Maar is dit wel een goede vraag?  Betekent ze niet dat wij God op ons niveau willen trekken, zo tastbaar dat hij geen God meer is?  Een geloof dat ziet, is geen geloof meer.

De achtste dag (een zondag!) volgt een nieuwe ontmoeting met de elf.  Thomas is er die keer bij.  Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie ten opzichte van de apostelen.  "Het gaat over de christenen die noch de historische Jezus  noch de generatie van de leerlingen hebben gekend.  De verschijningen van de Verrezen behoren tot het verleden.  Zoals Thomas moeten de christenen van de volgende generaties zich toevertrouwen aan het kerugma van Pasen, verkondigd in de kerk.  Hun geloof steunt uitsluitend op het woord van de eerste getuigen.  Hun geloof is veroordeeld tot het niet-zien.  Het rust alleen op het kerugma" (Jean Zumstein, Saint Jean, p. 290).  De leerlingen uit de kring van Johannes, de evangelist Johannes stellen in de verzen 24-29 de vraag of "dit gebrek aan ervaring een fatale handicap is of is het een voordeel?"

Thomas behoudt zijn voorsprong op ons.  Hij heeft immers de aardse Jezus gekend en ontmoet hem de achtste dag als de Verrezen.  Deze richt zich langs Thomas om tot ons allen.  Hij prijst hem en ons gelukkig als wij in hem geloven zonder te zien.  Wij echter zijn helemaal aangewezen op dit getuigenis van de kerk.  Dit wordt voortdurend doorgegeven.  Maar soms zo zwak.  Het leeft niet altijd sterk en vurig.  Zijn we nog de kerk van de Verrijzenis?  Een afstand van 20/21 eeuwen scheidt ons van de historische Jezus.  De brug wordt steeds maar langer.  Jezus' tijd ligt zo ver af.  Met het verhaal over Thomas wordt ons gevraagd te geloven zonder te zien.  Onze vraag om tekenen te zien houdt niet op.  Wij moeten aanvaarden dat God ons hierom terechtwijst, want door hem te willen vatten en hem te plaatsen tussen al het andere dat wij waarnemen, perken wij hem in en begrenzen wij hem. 

Heeft Thomas zijn hand toch in de wonden gestoken?  Gegrepen door het woord van Jezus spreekt hij zijn geloof uit.  Hij erkent dat God in Jezus present is.  "De relatie van de gelovige met Christus en uiteindelijk met God is niet gebonden aan een punctueel gebeuren, maar ligt in het zich herinneren  (anamnèse) en steeds heropnemen van de geschiedenis van de aardse Jezus, onder de leiding van de Geest, de Paracleet.  Het paasgeloof is het fundament van de kerk. Het berust niet allereerst op een verschijning, maar op het woord van de Heer, geleid door de paracleet.  De gemeenschap van de gelovigen moet niet toegeven aan ontmoediging.  Het gebrek aan ervaring kan een voordeel zijn om in een gepaste verhouding tegenover de Heer te staan" (Jean Zumstein).

Wij willen de Heer ontmoeten.  Dit lukt langs het contact met de Schriften en met de hulp van Thomas.  Hij wou de wonden van Jezus zien.  Die zijn elke dag aanwezig.  Ze vallen nog het meest op in de paastijd, waarin we verwachten dat zij er niet meer zouden zijn.  Een ziekenbezoek op Pasen kan lastig zijn.  Je wil de paasvreugde uitdragen en je merkt dat Goede Vrijdag aanhoudt.  De man met de gekwetste handen treedt ons tegemoet.  Hij zegt ons dat waar wonden helen, het wonder doorbreekt.  "Als je pijn en lijden ziet, dan moet je geloven in de verrijzenis" (Frans Van Steenbergen).

Op deze achtste dag kunnen we mediteren bij het kunstwerk van Ernst Barlach (1870 - 1938 ), Das Wiedersehen.  Een sober, eenvoudig beeld in brons.  Het is niet de neergeknielde Thomas, maar de opgetilde, die Jezus mag aanraken en omarmen.  Twee rechtopstaande figuren, die mekaar nodig hebben om te blijven staan.  De Thomasuitbeelding van deze Duitse kunstenaar uit het jaar 1926 kreeg van bij het begin kritiek.  De nazi's verfoeiden dit beeld en andere kunstwerken van deze man.  Ze hekelenden zijn werk in de tentoonstelling ‘Entartete (ontaarde) Kunst'.  In de beeldengroep van de ontmoeting van Thomas en Jezus steekt warmte.  Er is beweging van handen en voeten, er is de wederzijdse blik.  Ontmoeting bevordert leven.  Dorothea Rapp (1920) behandelde in haar voordracht Der Berg des Alters het probleem van de hulpverlening bij het ouder worden.  Daarin stelt zij dit kunstwerk Das Wiedersehen tegenover een ander beeld van E. Barlach met name "Die Frierende Alte", "de verkleumde vrouw". De oude vrouw zit in zichzelf opgesloten, opgerold als een bal.  Een blije ontmoeting verandert een mens. 

Het contact met Jezus langs de Schrift, in de kerk, langs de diakonie, door luisterende zorgende aandacht ontdooit.  Je ongeloof verkleint.  Je geloof groeit.  Thomas sluit Pasen niet af, hij doet de luiken niet toe.  Hij spoort ons aan te groeien in geloof, hoop en liefde, te groeien in de gemeenschap van medechristenen, solidair met wie is gewond.