Het bewiojs dat de Heer leeft

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Sommige mensen laten dikwijls sporen achter als ze ergens zijn geweest. Heel karakteristieke, persoonlijke sporen. En dan hoeven we niet alleen te denken aan de rommel die ze achterlaten, of aan de vuile voerstappen omdat ze hun voeten niet geveegd hebben, maar ook aan mooie dingen, zoals een keurig verzorgde tuin, of een schitterend schilderij. Dan valt er niet meer aan te twijfelen: hij of zij is hier geweest. Je kunt het nog zien.

Zo zien wij in de eerste lezing her bewijs dat Jezus verrezen is.

In het evangelie vraagt Tomas om een tastbaar bewijs. Hij wil zijn vinger steken in de plaats waar de spijker heeft gezeten. Hij wil zijn hand leggen in de wond die de lans heeft gemaakt. Dan pas wil hij accepteren dat Jezus verrezen is. Maar eerlijk gezegd geeft de eerste lezing een veel overtuigender bewijs dat Jezus leeft. De manier waarop die eerste christenen met elkaar omgingen, bewijst dat Jezus er geweest is. En het geweldige van dat bewijs is dat her herhaalbaar is. Het zou bij wijze van spreken vandaag nog geleverd kunnen worden. Het moet ook eigenlijk vandaag nog geleverd worden.

Die mensen uit de eerste lezing zijn één van hart en één van ziel. Wat ze bezitten is gewoon van iedereen. Er mag niemand hoe dan ook gebrek hebben. Ze hebben klaarblijkelijk hun ingeworteld egoïsme afgelegd. Geen geldingsdrang, geen ellebogenwerk, geen agressiviteit, geen geroddel, geen zwartmakerij, maar een onverklaarbare eensgezindheid. Een ideale gemeenschap. Zo ideaal dat we geneigd zijn te zeggen: Lucas idealiseert het. Zo kun je inderdaad dit stukje van de Schrift uitleggen, maar dan maken we het meteen ook krachteloos.

Je zou ook, en met meer recht, kunnen zeggen: Jezus is daar aan het werk geweest. De levende, verrezen Jezus. Want mensen spelen dat uit zichzelf niet klaar. Hier hoeven we niet lang over te discussiëren. Wij spelen dat gewoonweg niet klaar.

Maar de Heer kan het wel. En als we zo'n mensengemeenschap zijn als bij die eerste christenen is dat een bewijs dat Hij leeft, dat Hij verrezen is, dat Hij werkzaam is. Wat zou het fijn zijn als wij in onze gemeenschap zo zouden leven met elkaar. Dan waren wij het bewijs van de verrijzenis van de Heer. Laten we dit hieraan toevoegen: als wij nog geen bewijs zijn voor de wereld rondom ons van Zijn verrijzenis, ligt dat niet aan Hem, maar aan het feit, dat wij de verrezen Heer te weinig kans geven om m ons werkzaam te zijn.