Gelovige Thomas (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* Na Jezus’ verrijzenis kwamen de apostelen samen in gebed en eucharistieviering telkens op de eerste dag van de week, op zondag, de dag van de Verrijzenis. De verrezen Heer was telkens bij hen. Dit zondagsritme is in de Joods-christelijke middens vaste gewoonte geworden en liep over naar de kerken van Paulus, naar heel die groeiende Kerk: het begin van de zondagspraktijk.

1. Zo waren de leerlingen die eerste zondag na de Verrijzenis bijeen, met dichtgegrendelde deuren: ze hadden schrik voor de Joden. De Heer drong binnen met zijn woord “Vrede zij u”, en Hij gaf hun een zending van verzoening en vergeving. Thomas was afwezig, had zich uitgesloten en kon nadien het verhaal niet geloven. Hij heette ook Didymus of tweeling; we zouden kunnen zeggen: dubbel, gespleten, bengelend tussen geloof en ongeloof. Die zoekende twijfel was kenmerkend voor hem, die ook zo sceptisch deed toen Jezus het had over de opstanding van Lazarus (Joh 11,16), en bij het afscheid: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat.” (Joh 14,15)

* Hij is het beeld van de onzekere mens in deze tijd. De mens die geen raad weet met het lijden en met al wat mysterie is. Onbewust is hij nog steeds getekend door de erfenis van de Verlichting: eerst moet mijn verstand bewijzen hebben. Hij stelt alles in vraag, en verwerpt wat verstandelijk onverklaarbaar lijkt. Intussen bouwt hij zelf zijn vooroordelen op: Wonderen kunnen gewoon niet. Daarom gaat hij het evangelie aan het menselijk begripsvermogen zo aanpassen, dat de rijkdom van het mysterie helemaal verdampt. Niets is zo onwetenschappelijk als een vooroordeel. Ware wetenschappers staan meer open voor het onverklaarde, en voor het mysterie, dan liefhebbers in de wetenschap. Indien we God echt konden begrijpen, zou God God niet meer zijn. - In een TV-gesprek kon een ongelovige de verrijzenis niet aanvaarden. Vooral omdat hij niet geloofde in een persoonlijke goede God, die het lijden toelaat en dan weer op zulke wijze zou ingrijpen. Zijn stelling was gewoon dat de apostelen na Jezus’ dood hun gezicht hebben willen redden door de verrijzenis uit te vinden. Ofwel geloofden ze zo sterk dat ze Hem bij illusie weer begonnen te zien.

2. Zulke beweringen gaan echter voorbij aan het feit dat toen niemand nog op de verrijzenis hoopte. Iedereen had het opgegeven. Men verzette zich tegen beuzelarijen. Zo wilde Petrus eerst niet ingaan op wat vrouwen hem over de Verrezene kwamen vertellen; de twee Emmaüsgangers keerden uitzichtloos naar huis terug. Vandaag hoorden we hoe ook Thomas weerstand bood om tot geloof te komen. Sterker nog: later heeft Paulus de christenen vervolgd; hij had zijn gezicht helemaal niet te verliezen. Jezus’ verschijningen waren dus geen uitvindingen noch projecties.

* Maar zij en anderen werden bij herhaling onverwacht geconfronteerd met een ervaring, een werkelijkheid die hen oversteeg. Aan de Korinthiërs zal Paulus schrijven: “Christus verscheen het eerst aan Petrus, dan aan de twaalf, daarna weer aan meer dan 500 tegelijk, en waarvan de meesten nog in leven zijn (u kunt het nog verifiëren), en het laatst van al aan mij…” (1 Kor 15,6-8). Een wolk van getuigen. – Daar is ook nog het lege graf, door de vier evangelisten vermeld. Volgens gerenommeerde schriftkenners zijn hier - bij literaire ontleding - alle elementen aanwezig die teruggaan op een ooggetuigenverslag: de détails, de concrete beschrijving; Johannes “zag en geloofde”. Geen mythe. Het lege graf werd nooit gebruikt als bewijs van de verrijzenis, maar het is onverklaarbaar zonder de verrijzenis. Juist omdat het graf leeg was (!) beschuldigden de Joden de leerlingen ervan dat ze het lichaam gestolen hadden.

3. De volgende zondag was Thomas erbij. De verschijning aan hem had iets uitzonderlijks. Zijn ervaring van de wonden van de Verrezene onthulde een ongemene diepte, die hem bracht tot de grootste geloofsuitspraak van heel het evangelie: “Mijn Heer en mijn God”. Juist in de tegenspraak van de “Gekruisigde - Opgestane” erkent Thomas niet alleen de gefolterde mens Jezus, maar een werkelijkheid die hem totaal overstijgt, de aanwezigheid van de grote Onzichtbare: de Heer. Zijn wonden ontsieren niet, maar versieren zijn lichaam (A.Louf). Zij zijn bronnen van warmte, bundels licht van barmhartigheid. Livia Canestraro ontwierp een bronzen kruis: enkel een omlijning met een geperforeerde Christus, die de volle zon doorlaat. Pasen heeft Goede Vrijdag nodig om Pasen te zijn. Pasen is niet een goedkope vreugde. Goede Vrijdag maakt Pasen waarachtig.

* Thomas is daarom ook het beeld van de mens die doorheen zijn geloofscrisis het geloof ontdekt. Zuiverder en dieper dan ooit. Deze geloofsuitspraak van Thomas is het orgelpunt van heel het Johannesevangelie. Het unieke en het wezenlijke van Pasen is niet alleen dat Christus de dood heeft overwonnen, maar vooral dat Hij onder ons blijft, ook vandaag, niet als een verre herinnering, maar werkelijk als de verrezen Heer met de stigmata van zijn mateloze liefde en barmhartigheid (barmhartigheidszondag). Op zondag in de Heilige Eucharistie mogen wij deelgenoten zijn van dit groot geheim, dat tegelijk zijn sterven en zijn leven omhult. Daar mogen wij worden zoals Hij. Zijn dynamiek omvormt de wereld, daar waar de wereld Hem in geloof ontvangen wil. Amen.