Vinger op de zere plek (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

"LIEVER GEEN BEZOEK"

“Toen de deuren gesloten waren uit angst voor de mensen”, zo begint het evangelie. Je ziet het vaak. Iemand is dood. De treurende achterblijvers hebben de neiging zich terug te trekken. Ze vermijden voorbijgangers op straat. Ze winkelen in naburige dorpen, ze kerken in Wittem. Ze kunnen het niet aan dat weer iemand vraagt: “Hoe is het met je?” Alle verdriet welt weer omhoog. Nee, even niet. Liever geen bezoek. En dan is er dat knagende schuldgevoel. Dat zullen de anderen nooit begrijpen. “Jij hebt toch alles voor je man gedaan!” roepen ze lichtzinnig  als goedbedoelde troost. Maar het schuldgevoel knaagt. Je had meer kunnen doen. Meer geduld moeten opbrengen. Duidelijker je genegenheid uitzeggen. De leerlingen ook. Het zit ze niet lekker dat ze die vrijdag in paniek waren geraakt, doodsbang om ook gepakt te worden. Ze hadden hem alleen gelaten. Toen dus de harten en de ramen van de leerlingen gesloten waren, uit angst en schuldgevoel, toen was er onverwacht die beleving van Jezus. Vrede, klonk het. Alles is vergeven en vergeten. We gaan door met onze dromen en plannen. Gooi de deuren open! Kunt u dit paasverhaal geloven?
Thomas niet. Thomas legt zijn vinger op de zere plek. Het was niet genoeg om met eigen ogen te zien, hij wilde het aan den lijve voelen. Thomas gelooft de andere leerlingen niet. Hun opgewonden verhalen over Jezus’ come-back komen hem hysterisch voor.

KRITIEK NOODZAKELIJK

Het gesprek ging over de kerk. “Vind je al die uitspraken van hogerhand over geboorteregeling en zo, vind je dat geen keurslijf? Je kunt jezelf toch niet meer zijn!” Ik bestreed dat. In al de jaren dat ik een ambt bekleed, heb ik me vrij gevoeld in denken en spreken. “Als ik in een groot concern zou werken”, antwoorddde ik, “zou ik niet zoveel vrijheid hebben; zou ik veel meer mijn baas naar de mond moeten praten.” Hier was mijn gesprekspartner het niet mee eens. Hij zat zelf in het bedrijfsleven. “Een zaak waar alle medewerkers slaafs de leiding napraten is ten dode opgeschreven”, zei hij. “Om te overleven moeten we het juist hebben van de eigenzinnige, kritische mensen. Ze zijn soms lastig, maar zonder hen raak je snel uit de markt.”
Een organisatie heeft ongelovige Thomassen nodig. Anders wordt het een club dwepers, een organisatie zonder voeling met de samenleving.
Het is natuurlijk mooi dat de apostelen geloven dat Jezus een levende stuwende kracht in hun midden is gebleven, maar het is ook goed dat iemand vraagt: “Hoe werkt dat dan precies?” Dat houdt de zaak levend.
Als de kerk ooit verdroogt omdat alleen nog maar de dominante stem van Petrus klinkt, dan is het niet Petrus die verkeerd doet. Het zijn de Thomassen die hun mond hielden, die hun twijfel niet meer als een bevruchtende gedachte hebben geopperd, die niet telkens opnieuw een knuppel in het hoenderhok hebben gegooid. Het is goed dat mensen hun vinger op de zere wond leggen. Als er geen bisschoppen meer zijn die grote vraagtekens durven zetten bij uitspraken en beleid, dan verdwijnt het leven uit de kerk. Als de gelovigen geen lastige vragen meer stellen, dan is de dood in de pot.

DE GORDEL VAN MARIA

Thomas is daarom altijd een geliefde apostel geweest. Zijn twijfel leverde tenminste wat op. Nieuwe inzichten, nieuwe bewijzen. Het mooiste van die bewijzen is een relikwie die in het Spaanse Prato wordt bewaard. Het is een gordel van Maria. De legende vertelt dat Maria op sterven lag. Ze wilden alle leerlingen rondom haar bed. Die kregen op miraculeuze wijze bericht van haar sterven en spoedden zich naar Jeruzalem. Thomas echter, de apostel van het Oosten, moest uit het verre Indië komen en was niet op tijd. De Geest voerde hem door het luchtruim naar Jeruzalem en zijn baan kruiste die van Maria-ten-hemelopneming. Maria reikt in het voorbijgaan de ongelovige Thomas een bewijs aan, dat zij het werkelijk is. Ze overhandigt hem haar gordel. Elk jaar wordt de gordel vanaf een speciaal gebouwd balkonnetje aan het juichende volk getoond. Toen na het concilie van Trente het gerucht ging dat de verlichte prelaten de “cintolo” wilde vernietigen brak er een opstand uit. De kerk werd bestormd, de bisschopszetel eruit gegooid en de boeken uit de sacrtistie verbrand. Het leidde tot het ontslag van de bisschop. (Kees Bak in Inzet)
Ik zou de heilige Thomas willen zien als de beschermheilige van alle kritische mensen, die door hun vragen en commentaren, door hun zoeken en zeuren, de vaart erin houden en de machthehbbers niet laten indommelen. De heilige Thomas heeft de moed om de vinger op de zere plek te leggen. Hij inspireert om boos te worden als er op de werkvloer onrecht geschiedt. Hij insireert om desnoods uit de school te klappen en de vriendjespolitiek van de euro-bestuurders aan te klagen. Hij inspireert om te blijven vragen: Waarom? Waarom zijn er zo weinig priesters? Wat kun je doen om dat te veranderen? Waarom... Dan gaan de gesloten ramen en deuren weer open.

WIJSNEUZEN

Lieve kinderen. “Ik word gek van die jongen. Die houd niet op met vragen.” Dat zei de moeder van Ruben. “Waarom zeg je dat?”, vroeg Ruben. “Gewoon, ik vertel meneer pastoor dat jij altijd vraagt waarom.” “Waarom vertel je dat aan meneer pastoor?”, wilde Ruben weten. “Dan weet meneer pastoor wat jij voor wijsneus bent.”, zuchtte moeder. “Waarom moet pastoor weten dat ik een wijsneus ben?”, vroeg Ruben. Moeder hief haar armen hulpeloos in de lucht. “Meneer pastoor weet graag alles.” Ik voelde de volgende vraag al komen. Daar kwam hij ook. “Waarom weet meneer pastoor graag alles?” Nu vond ik het tijd om in te grijpen. Ik zei: “Omdat meneer pastoor een beetje lijkt op jou. Alles hangt samen met elkaar, dieren en dingen, mensen en sterren, muziek en kleur, en daar zorgt het woordje “waarom” voor. “Maak ze maar gek met je vragen Ruben!”