Beloken Pasen (2006)

Acht dagen geleden hebben we goede wensen uitgewisseld: Vrolijk Pasen, want er is reden tot blijheid als je met velen het geloof en de overtuiging deelt dat de fysieke dood het einde niet is; Gelukkig Pasen, want het is toch puur geluk als we in het spoor van Jezus Christus aan een eeuwige dood kunnen ontsnappen; Zalig Pasen, het geeft een zalig gevoel als we de zorg over onze eindbestemming kunnen laten varen.

Vrolijk Pasen, Gelukkig Paasfeest, en Zalig Pasen dat zijn de bekende wensen, maar er bestaat nog een mooiere met een diepe betekenis. In de Oosterse kerken zijn ze nog wat directer in hun wensen; zij zeggen: "De heer is verrezen" en de aangesprokene antwoordt: "Ja, Hij is opgestaan uit de dood, alleluja( God zij geprezen)".
Het lijkt een wens die rechtstreeks is overgenomen uit de mond van de apostelen, die een boodschap doorgeven aan Thomas en aan ieder ander die het zelf niet gezien heeft. Weken tevoren hebben ze de mensen horen zeggen: kreupelen lopen, blinden zien; Dat was een tekst overgenomen van een der profeten, maar nu zeggen ze zelf:  De Heer leeft. Ze hebben het zelf ondervonden.

Stel u voor dat we dat ook zoiets zouden doen: elkaar een hand geven en zeggen: "De doden leven, je grootouders, je ouders, je overleden dierbaren ze leven!" 
Ontken je dan alle ellende? Je weet toch dat er in veel gevallen geen weg terug is? Je kunt toch niet over alle rampspoed die we hebben meegemaakt zomaar heen stappen alsof er niets is gebeurd. Iets wat is, kan toch niet meer tot niets worden. Zelfs de ongelovige  fysicus zal bevestigen: iets wat is kan niet tot niets worden. Dat geldt voor aangebrachte wonden, maar wellicht ook voor het leven zelf.
Soms stapt iemand zo maar ineens uit dit leven, maar menigeen heeft ook aan moeten zien dat het einde pas kwam na een moeilijk en pijnlijk proces. Er ging een geweldige strijd aan vooraf, waarna een  enorme rust intrad en kom me nu niet vertellen dat ik dat niet goed heb gezien.

Er zit een soort antwoord op deze vragen in de evangelietekst van vandaag. De uitdrukking "De Heer leeft " heeft een diepere betekenis voor ons en voor mensen van alle tijden: kruisiging, kreupelgang, slechte ogen, diepe wonden, de dood zijn niet het einde.  Jezus leeft, maar hij heeft geen gave handen meer. Diepe groeven herinneren aan de plaats waar ze spijkers door hebben geslagen. In zijn zijde heeft hij een lidteken alsof hij aan zijn hart is geopereerd. Het verleden is niet weggepoetst. Jezus is getekend door wat hij heeft meegemaakt. De leerlingen herkennen Hem aan zijn boodschap, aan zijn uitnodiging tot het delen van je leven, in het gebaar van het breken van het brood. Thomas herkent Hem speciaal aan de lidtekens, de sprekende bewijzen van de doodstrijd die Hij heeft doorgemaakt. Hij had het zelf gezien: die geseling en die wonden, die kruiswonden en die soldaat met zijn lans. Dat was bij hem niet meer weg te praten en hij had gelijk. Als Jezus ergens aan te herkennen was dan was het wel aan wat Hij had moeten doorstaan ten gevolge van zijn geloof in God die Hij  "Vader" noemde en zijn opkomen voor de minsten en tegen de gevestigde orde.
Thomas en de andere leerlingen zijn er uiteindelijk van overtuigd, dat deze Jezus leeft en Hij is dezelfde persoon, die zieken heeft bezocht, hij is de leraar met dezelfde boodschap van voorheen met een opdracht voor de apostelen en voor ieder van ons: ga de wijde wereld in en verkondig het van de daken: Voor ieder die wil breken met ellende van het verleden ligt er een nieuwe weg open om goedheid uit te stralen zoals Hijzelf  dat heeft gedaan. We worden uitgenodigd Hem tot leven te brengen te midden van ons.
Als wijzelf leven overeenkomstig die boodschap, dan past die mooie wens ook in deze tijd, ook in onze mond:
De Heer leeft
Ja, Hij is waarlijk opgestaan,
Alleluia