Onomstotelijk bewezen (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DAT DE ZON NIET WARM IS....

Ibn Tufayl was in de twaalfde eeuw een van de grootste geleerden in het Islamitische Spanje. Ik was een verhaal van hem aan het lezen toen ik hardop in een lach schoot. Niet vanwege de humor, maar omdat ik onverwacht een spiegel voorgehouden kreeg. Er stond dit: ‘In de natuurwetenschappen wordt onomstotelijk bewezen dat de zon van zichzelf niet warm is.’ Het zinnetje is in mijn hoofd blijven hangen als een ongewenst melodietje. ‘Onomstotelijk bewezen dat de zon niet warm is.’

EEN THOMAS GEBOREN

Een dag later las ik een rapport over dag-opvang van twee-jarigen en ik hoorde een stemmetje: ‘de wetenschap heeft onomstotelijk bewezen dat het goed is als de zorg voor kinderen wordt uitbesteed... en dat de zon niet warm is.’ In de krant las ik over ouderen, dat ze zo lang mogelijk in de thuis-situatie verzorgd moeten worden. Weer zong het in mijn hoofd: ‘de wetenschap heeft onomstotelijk bewezen dat de zorg voor ouderen nìet moet worden uitbesteed... en dat de zon niet warm is.’ De wetenschap lijkt steeds te bewijzen wat de economie nodig heeft. Een ongelovige Thomas is geboren.
Ibn Tufayl wist dat licht warmte kan veroorzaken. In een holle spiegel kan het brand stichten. Maar hij merkte ook dat het kouder werd als je bergopwaarts in de richting van de zon liep. Hij achtte het onomstotelijk bewezen dat de zon niet warm was.

WEER EEN THOMAS GEBOREN

Hoe erg kun je je vergissen?! Hoe erg vergis ik me elke dag?
Als twaalfjarige jongen heb ik ooit een rondreis door Nederland gemaakt. In Staveren logeerde ik in een heus hotel. De bijbel en de po in het nachtkastje zal ik nooit vergeten. Ook niet het standbeeld aan de haven, ‘de vrouwe van Staveren’. Een zwierige vrouw van bijna twee meter hoog die met een expressief gebaar haar ring in de golven wierp. Althans, zo was mijn herinnering. Ik had er een eed op gezworen als het nodig was geweest. Toen ik jaren later opnieuw in Staveren kwam stond het hotel er nog steeds, met bijbels maar zonder po’s. Tot mijn verbijstering ontdekte ik echter dat mijn herinnering me totaal misleid had. Waarschijnlijk had een tekening uit een of ander sprookjesboek mijn waarneming vervangen. Het had onomstotelijk vastgestaan voor mij, maar het klopte niet! In de haven stond een klein bescheiden beeldje van een ingetogen vrouwtje en het had er altijd al gestaan. Opnieuw was een ongelovige Thomas geboren. Een die zichzelf niet vertrouwt.

HET GELIJK VAN THOMAS

Feiten zijn bedrieglijk. Menselijke kennis is altijd onvolmaakt.
Thomas had ook zo zijn ervaringen in het leven. Hij gelooft niet meer alles. Hij gunt zichzelf de twijfel. Hij onderzoekt kritisch. Als zijn vrienden opgewonden vertellen dat ze de vermoorde Jezus hebben ervaren dan is hij zeer gereserveerd.

KRITISCHE CHRISTENEN


De kerk heeft leergeld betaald. Ooit was twijfel verboden. Onze ouders en grootouders hebben menigmaal gebiecht dat ze hun twijfels hadden, over Adam en Eva, over de Paus, over de bruiloft van Kana. Onderdrukking van alle twijfel heeft enkele generaties lang rust in de schaapsstal gebracht, maar toen het eerste schaap begon te mekkeren, viel de geloofsgemeenschap als een kaartenhuis in elkaar. De gelovigen hadden zich niet ontwikkeld tot zelfstandig denkende christenen.
Laten we dus samen met Thomas kritisch zijn. Het is immers erg heet op de zon, naar het schijnt. Nimmer is onomstotelijk bewezen dat God niet bestaat. In elk geval voel ik mij Zijn schepsel!

TENSLOTTE OVERGAVE

En dan, na alle twijfel, achter de grenzen van ons kennen, rest slechts dit: overgave. De laatste waarheid is er niet om te begrijpen. Wij zijn daar zelf door begrepen. De laatste waarheid eist overgave!
‘Mijn Heer en mijn God...’

HEERLIJK ONGELOOF

Lieve kinderen.
Er was feest op school. Op het sportveld was een grote wedstrijd met prachtige prijzen: een splinternieuw spel voor de playstation.
Kai deed zijn uiterste best. Eerst moest hij naar het andere eind van het sprotveld rennen om een enveloppe te halen. Dat viel niet mee. Vorige week had hij nog zijn enkel verstuikt. Daar kreeg hij een opdracht, een heel moeilijke rekensom. Moest-ie uit zijn hoofd uitrekenen. En toen moest hij naar de juffrouw rennen en het antwoord in het Engels geven. Engels! Had hij nog helemaal niet gehad. ‘Thirteen!’ En raad eens: hij had warempel de eerste prijs! Vanmiddag werd die uitgereikt.
Kai rende naar huis. Wat zouden ze opkijken! Ze zouden hem vast niet geloven! Hoofdrekenen, de enkel verstuikt..., nee ze zouden denken dat hij ze wat wijs maakte. Misschien kwamen ze wel mee naar de uitreiking om te zien of het wel waar was!
Opgewonden begon hij zijn relaas aan mamma te vertellen.
‘Fijn Kai!’, zei mamma, ‘en was nu je handen maar en ga aan tafel.’ En mijn broertje zei alleen maar: 'Leuk voor je.’ Ze geloofden het meteen. Kai zuchtte diep en zei:
‘Er is niks aan als iedereen alles meteen gelooft...’
‘God’, dacht ik, ‘wat zal Jezus blij zijn geweest met Thomas, die geloofde tenminste niet direct.’