Ik zie, ik zie (2000)

Er is een bekend kinderspel dat als volgt begint: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Door te vragen naar allerlei kenmerken en eigenschappen moet je er dan achter zien te komen wat of wie die ander in gedachten heeft. Als die aan een klok gedacht heeft en je komt meteen met de vraag: hangt ’t aan de muur en tikt ‘t, dan is het niet moeilijk meer. Volwassenen verplaatsen dat spel naar het dagelijks leven:

Raad eens wie ik vanmorgen ben tegengekomen? -Kan ik dat weten? -Ja het is een goede vriend van je? -Woont ie hier in de buurt? -Nee. -Heeft ie een boerderij? -Ja. -Kees toch niet, Kees uit Australië? -Jazeker, vanmorgen bij de bushalte, met dezelfde brede lach van vroeger...

Het lijkt er op dat het ongeveer zo gegaan is toen de eerste leerlingen van Jezus met de schrik in de benen bij elkaar zaten. Ene Tomas, eentje uit de kerngroep van 12, komt wat later binnen.

-Weet je wie hier vanmorgen plotseling in ons midden stond? -Hoezo, hadden jullie dan de deuren niet meer gebarricadeerd? -Jawel, maar toch. Het is een goede vriend van je en hij begroette ons met een zegenwens. -Kan ik ’t weten? - Ja, we zullen je helpen. Hij heeft veel zieken genezen en uitgestoten mensen er weer bij gehaald, hij heeft geleerd dat God als een goede vader zorg voor mensen heeft. Hij heeft ons ook zijn handen en zijn zijde laten zien.

“Geen idee”, moet Tomas gezegd hebben. “Ja ik denk wel dat ik weet wie jullie bedoelen, maar dat zegt mij allemaal niks”. Sommigen van die eerste leerlingen van Jezus veronderstelden dat Tomas het nu wel zou weten dat zij Jezus bedoelden. Er zijn inderdaad heel wat mensen die terecht aan Jezus van Nazareth denken als het gaat over mensen die zich uitsloven voor de gebrekkige en noodlijdenden medemens. Maar dat is lang niet voor iedereen zo, voor Tomas in elk geval niet. Er waren andere kenmerken en eigenschappen die bij hem diepere sporen in zijn geheugen hadden achtergelaten. Hij was de enige die manmoedig had gezegd mee te gaan naar Jeruzalem toen Jezus zonder twijfel daarmee zijn ondergang tegemoet ging. Voor hem was Jezus degene die tenslotte getekend was door de nagels en de lanssteek van de kruisdood, hij die deelgenoot was geworden van alle mensen die miskend worden, mensen die gemarteld worden en omgebracht omdat ze het goede willen voor hun medemens. Dat was Jezus voor hem, terwijl anderen vooral andere kenmerken en eigenschappen in hun hoofd hadden.

Dan komt het moment waarop ook Tomas Jezus nabijheid ervaart zoals hij hem vooral kent, met wonden en al en dan weet hij ook meer dan de anderen: Hij ervaart hiermee God zelf in hun midden. Op de TV worden wel eens mensen naar voren gehaald die zeggen de Heer te hebben ontmoet. Wanneer hebben mensen een Godservaring? Sommigen zeggen dat te hebben als ze naar een overvolle sterrenhemel kijken en overweldigd worden door de oneindigheid van het heelal, anderen worden op dat spoor gezet bij het kijken naar de Victoriawatervallen of bij de geboorte van een kind. De een ziet het hier de ander daar; ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Er zijn ook mensen die helemaal niets zien. Jammer, kunnen misschien niks aan doen. Maar heel bijzonder is toch dat zien zoals die Thomas, want hoeveel mensen hebben juist niet de tegenovergestelde ervaring. Bij het doormaken van verdriet, van een verlies of hopeloze ziekte komt bij menigeen eerder de vraag op: waar is God nu? Bij Tomas niet en die zijn er meer. Juist in de ellende kan de warmte van Gods nabijheid heel sterk ervaren worden via het beeld van de lijdende Jezus naar een God die Hem uiteindelijk toch niet verlaten heeft. Die ervaringen zijn nauwelijks of niet over te dragen. Veronderstel dat u zegt : Raad eens wie ik vanmorgen heel even heb ontmoet? Moet ik dan beginnen met vragen naar een natuurverschijnsel, naar de geboorte van een kind of naar verdriet en ellende? Heel zeker is dat er veel verdriet is en dat geen mens dat helemaal bespaard blijft. Dan is het toch een geweldige (genade)gave als we daarin Gods nabijheid kunnen ervaren. Tomas kan ons niet vertellen hoe dat mogelijk is. Om een gave moet je vragen. Amen