Ieder die uit God is geboren, overwint de wereld (2012

De liturgie vult de tijd tussen Pasen en Pinksteren met liefde.  Op de paaszondagen lezen we dit jaar uit de eerste brief van Sint Jan.  Deze brief is immers geschreven vanuit de vreugde om het paasgeloof.  De Heer heeft de dood overwonnen.  Zijn Geest is levendig in de christengemeenschap.  Hij houdt ons in herinnering wie Jezus is.  Bijna in elke zin van deze brief ontmoeten we het woord liefde.  Het woord dat de schrijver ervoor gebruikt is “agape”.

Vanuit Pasen lijkt het gemakkelijk om te verklaren dat het geloof de wereld overwint.  Het is nochtans een zware uitspraak.  Al klinkt het zelfzeker, dan heeft de schrijver toch weet van andere meningen.  Zijn brief of dit document zou juist geschreven zijn vanuit de pijn omdat mensen uit hun kring niet meer hetzelfde geloof delen.  Op de achtergrond kijken de tegenstrevers mee, die de menselijkheid en het lijden van Jezus niet aanvaarden en niet erkennen.  Zij behoren bij de gnostici.  Johannes reageert op hun stellingen en hij noemt hen antichristussen.  Zij loochenen de menswording van Jezus en aanvaarden niet dat hij Jezus de Christus  is.  Zij erkennen niet Gods optreden in tijd en ruimte (1 Joh. 2,22).  De tegenstrevers pronken met hun bijzondere kennis van God (1 Joh. 2,4; 4,8), hun nauwe verbondenheid met God (1,6; 2,6.9; 4,20), terwijl zij ondertussen de liefde tot hun broeders en zusters verwaarlozen.

Het fragment dat wij op deze tweede paaszondag beluisteren, geldt als inleiding op de teksten van de volgende zondagen.  Een christen gelooft dat Jezus uit God komt en dat hij zijn leven heeft geschonken en op het kruis is gestorven.  Bloed en water hebben zijn leven getekend.  Het bloed en het water dat uit hem vloeien, wijzen tevens naar de sacramenten, zowel naar het doopsel als naar de eucharistie en naar de gave van de Geest.
 

De brief komt uit de groep, die de gemeenschap van Johannes wordt genoemd.  In deze groep geschriften zouden de tweede en derde Johannesbrief de oudste geschriften zijn van deze gemeenschap.  Later kwam  dan de eerste Johannes brief en tenslotte het vierde evangelie.  Absolute zekerheid bestaat er niet over deze volgorde.  Dezegeschriften putten uit het zelfde gedachtegoed.  De ideeën zijn verwant aan wat in het vierde evangelie staat.  De brief zou geschreven zijn in Klein-Azië of in Syrië aan het begin van de tweede eeuw en gericht naar gemeenten waarvoor de auteur zich verantwoordelijk voelde (NBV).

De eerste brief van Johannes heeft niet helemaal het karakter van een brief.   Hij mist een aantal kenmerken van de klassieke brief.  Wie zijn de geadresseerden?  Hoe stelt de schrijver zich voor?  Het wordt niet in de tekst medegedeeld.  De brief is meer een uiteenzetting over geloof en levenswandel.  Hij is vooral een getuigenis van een ethische theologie, een theologie waarin de ethische implicaties van het geloof een ruime plaats innemen (Udo Schnelle, Die Johannesbriefe).   Week na week krijgen we te horen dat het geloof in God, die ons het eerst bemint, meebrengt dat wij elkander liefhebben en Gods geboden onderhouden.  Geloof en liefde zijn heel nauw verbonden in deze brief.
 

De briefschrijver wil de gemeenten en ook ons nu bevestigen in het geloof, wijzen op zijn kracht en tegelijkertijd op de implicaties om in daden Jezus aanwezig te stellen in zijn grote liefde.  Hij wil zijn lezers sterken in de waarheid en behoeden voor dwaling (1 Joh. 4,6).  Hij dringt er echt op aan dat zij elkander liefhebben en voor elkaar zorgen (1 Joh. 2,10; 3,17; 4,7).

Sint Augustinus heeft als bisschop van Hippo (Noord-Afrika) voor zijn gelovigen tien preken, tien conferenties gehouden over de eerste brief van Johannes.  Hij deed dit tijdens een paasweek, wellicht in het jaar 407.  Prof. T.J. van Bavel heeft een vlotte vertaling gemaakt van deze preken (Eenheid en liefde.  Augustinus preken over de eerste brief van Johannes, 1969).
 

Paus Benedictus XVI heeft, zijn leermeester Augustinus indachtig, de eerste brief van Johannes vaak voor ogen.  Dit was alvast het geval bij het schrijven van zijn eerste encycliek Deus Caritas.  In zijn leven en denken heeft paus Benedictus  een dubbel thema.  Het eerste is Christus als levende tegenwoordige God en het tweede is dat van de liefde, dat in de theologie van Johannes zo centraal staat (Gesprekken met P. Seewald in Licht der Wereld). 

De brief stelt de liefde van God voorop.  Zij is de grond van onze verbondenheid.  Wij zijn familie van elkaar.  Wij zijn kinderen van eenzelfde vader, verenigd in een broederband en zusterband (1 Joh. 5,1-6).  Vanuit dit vertrouwen leven we in de wereld.  Deze wordt in de Johannesbrief niet als vijandig beschouwd.  Al kan het erop lijken dat God er in afwezig is, dan laat de gelovige zich niet afschrikken.  Vincent van Gogh verbleef twee jaar van 1878 tot 1880 in de Borinage.  Vincent, ‘de profeet van Pâturages’, gaf er les, hield preken, ontfermde zich over zieken en vond uiteindelijk zijn bestemming.  Voor zijn vertrek schreef hij aan zijn broer Theo: “Gij weet wel hoe één der wortels of grondwaarheden van het evangelie niet alleen, maar van de gehele bijbel ook, is “Licht dat opgaat in de duisternis.”  Door duisternis tot licht.  Welnu, wij hebben zeer behoefte daaraan, wij zullen er oren voor hebben.  De ervaring heeft geleerd dat degene die in de duisternis in het hart der aarde werken, als de mijnwerkers in de zware kolenmijnen, onder andere, door het woord van het evangelie zeer getroffen worden, en het ook geloven”.  Het licht vond hij gedurende zijn années Boraines in de schilderkunst” (Pascal Verbeken, Arm Wallonië.  Een reis door het beloofde land, p. 197-198).