De littekens blijven, duidelijk zichtbaar

2e zondag van Pasen       Cyclus B                     2012                           Hand 4,32-35

                                                                                                                 Joh 20,19-31

 

- De littekens blijven, duidelijk zichtbaar -

 

Beste vrienden,

 

De uitdrukking "De vinger op de wonde leggen", is voor ons heel vertrouwd. Het is een uitdrukking die zeer goed weergeeft wat er ons in het evangelie van vandaag wordt voorgehouden. De uitdrukking "De vinger op de wonde leggen" zet ons aan om het gebrek juist aan te wijzen, om de zaak van meer dichtbij bekijken, alles goed te onderzoeken en je niet te laten overtuigen door horen zeggen. Al bij al is dat een houding die we hebben leren kennen bij de apostel Thomas.   "Iemand die steeds weer de vinger op de wonde legt", wordt meestal als lastig aanzien, als kankeraar, als iemand die ervan verdacht wordt dat hij vooral het foutieve en het onafgewerkte wil benadrukken. En dat heeft dan meestal wel een bittere bijsmaak.  En daarbij is het toch niet meer dan logisch, het is zelfs echt te begroeten, dat er mensen zijn die zich vragen stellen, die dieper op iets ingaan en die zich niet met het eerste het beste antwoord laten tevredenstellen.  Alleen op die manier kunnen we onze fouten van alledag ontdekken en ze in de toekomst vermijden. 

En, beste vrienden, onder welke categorie valt nu de apostel Thomas? Is hij een criticaster of is hij een welgekomen helper in het geloof?  

Uit het evangelie blijkt duidelijk dat hij verdere vragen stelt. En juist dat heeft hem in de volksmond die reputatie van de eeuwige twijfelaar bezorgd. “De ongelovige Thomas”. Hij is het die, zowel letterlijk als figuurlijk, de vinger op de wonden legt.  Zo horen we in dit Paasverhaal niet alleen zijn overwegingen, maar in die gedachtengang van Thomas vinden we ook de vragen en de twijfels van ons eigen leven terug. Op de dag van vandaag, nog meer als toen, wordt toch maar alleen datgene als echt en reëel beschouwd wat zichtbaar, bewijsbaar en ook voor iedereen berekenbaar is.  Niemand van ons krijgt graag het verwijt dat hij te lichtgelovig of onkritisch zou zijn. En juist ook daarom wekt de boodschap van de verrijzenis uit de dood zelfs onder Christenen nog altijd vragen en twijfels op. Vooral wanneer we daarbij onze eigen persoonlijke goede vrijdagen in gedachten hebben.  Waar, mag ik u vragen, is dat nieuwe leven na Pasen voelbaar wanneer onze dagdagelijkse zorgen en duisternissen niet veranderen?

Op die momenten voel ik duidelijk sympathie voor die twijfelende Thomas.  In zijn houding brengt hij ons vragen en zoeken, onze gevoelens en onze diepste wensen tot uiting.  En dan vind ik het heel geruststellend als ik voel dat Jezus Thomas niet terechtwijst, of zelfs afwijst, maar dat Hij op die enige twijfelaar, die „ongelovige“, onder zijn leerlingen toegaat en zich door hem laat bevragen en zelfs aanraken. 

Dat geeft mij de moed om ook mijn vragen en twijfels toe te laten.  Want na het leggen van zijn vinger in de wonde wordt Thomas door Jezus niet afgewezen, hij geniet zelfs Jezus’ bijzondere aandacht. Ondanks zijn twijfels wordt die onzekere leerling door Jezus aangenomen.  Voor mij betekent dat niets anders dan dat ook wij liefdevoller moeten leren omgaan met die mensen die twijfels hebben in hun geloof en die in de kerk hun vinger kritisch op de wonde leggen.  En ik voel me zelf ook aangemoedigd om mijn eigen geloofstwijfels onder ogen te zien, om ze toe te laten en om wat barmhartiger te zijn met mezelf en met mijn onvermogen op dit gebied. 

Laten we even bij Jezus’ wonden blijven: voor Thomas zijn dat de kenmerken waaraan hij Jezus herkent en die Hem datgene bevestigen wat de andere leerlingen hebben verteld: De Heer is Verrezen!   En beste vrienden, hoe is dat bij ons?

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de wonden waarop wij vandaag onze vingers leggen juist de oorzaak van onze twijfels en van onze moeilijkheden met het geloof zijn. 

Ik bedoel de vele wonden van vandaag: terreur en geweld tegen mens en natuur, egoïsme en meedogenloosheid ook onder christenen en in christelijke gemeenten en samenlevingen. Zijn dat niet allemaal dingen die ingaan tegen het Paasgeloof, tegen het nieuwe leven?   Wij moeten ons er goed van bewust zijn dat het lichaam van de verrezen Heer nog altijd de wonden van de gekruisigde draagt. En dat lichaam van Christus, dat zijn wij Christenen!  Dat zijn wij als kerk!  En die wonden van de kerk?  Zijn dat tekenen van geloof en hoop?   Voor veel mensen blijkbaar niet, want zij liggen met deze kerk overhoop! Zij lijden aan en in deze kerk. Ze voelen zich buitengesloten omdat ze, dikwijls geheel zonder schuld, niet meer voldoen aan de kerkelijke wetten en voorschriften of omdat ze al worstelend met hun geloof ook vragen hebben.

Dat zijn allemaal wonden die het voor veel mensen soms moeilijk maken om die blije Paasboodschap van nieuw leven uit te dragen. 

Littekens heeft ieder van ons te beklagen: zo zijn er ziekten, die je leven en je persoonlijke toekomst in vraag stellen. Velen zien hun toekomst, zowel privé als in hun beroep, met bange blikken tegemoet. Anderen gaan kapot aan eenzaamheid of aan een voortdurende eeuwige vete met hun levensgezel. En dan zijn er ook nog velen die zich zorgen maken over de kinderen, die toch allemaal heel andere wegen gaan – zeker dan meestal geen geloofswegen meer – en juist dat had men hen toch zo graag willen meegeven.  Allemaal noodlottigheden, die dikwijls genoeg de oorzaak zijn van ernstige eigen twijfels en vragen: Is dat Paasgeloof van mij hier nog dragend? Kunnen Gods woord en het verhaal van Thomas mij hier nog helpen?

Op het eerste gezicht zou de ontmoeting van Thomas met de verrezen Heer onze reeds bestaande twijfels eerder nog kunnen versterken als ze werkelijk wegnemen: Want tenslotte is Hij,  die de dood door het kruis zou hebben overwonnen, nog altijd getekend door de diepe wonden van het geweld. Maar het is juist dat beeld dat mij verder helpt.  Want nu kan ik geloven dat deze Jezus mij nabij is, ook in mijn donkerste uren. Ik geloof Hem wanneer Hij me zegt dat Hij overal daar is, waar mensen lijden en sterven, waar ze met hun leven worstelen en daar ook dikwijls wanhopig van worden.  

Zelfs als Verrezene is Hij niet die „onberispelijke supermens“ voor wie Hij door sommigen misschien wordt aanzien; neen, Hij heeft de sporen van lijden en dood niet van zich afgeschud!  Integendeel, Hij heeft die tekenen van tegenspraak tegen al wat leven is mee in zijn nieuwe bestaan geïntegreerd. De door wonden getekende en toch levende Christus zegt mij: De sporen van de pijn, van het geweld, van de dood en van al het andere zinloze leed kunnen ons nooit scheiden van de liefde van God.

God’s liefde is sterk genoeg om al het vergankelijke en pijnlijke om te zetten in een nieuw leven, en wel zodanig dat de wonden van mijn vroegere leven geen pijn meer veroorzaken en ik met Paulus kan zeggen: „Ik ben ervan overtuigd dat het leed dat ons in dit leven wordt aangedaan tot niets wordt herleid vergeleken met de Heerlijkheid die ons hierna zal worden geopenbaard“. 

Ik hou van dat beeld van de door wonden getekende en toch verrezen Christus. Want ik moet tegenover Hem noch lijden en dood, noch ziekte en onrecht uit mijn gedachten bannen. Integendeel, in zijn wonden kan ik mijn eigen kwetsbaarheid en mijn eigen vergankelijkheid zien en accepteren. Ik zie het Hem aan dat Hij mijn leven in zich draagt, en daarom geloof ik in Hem.  Amen.

 

  

ZEGEN

Hou me vast, goede God, wanneer ik twijfel, en neem me in Uw armen wanneer de weerstand in mij zich uitbreidt. 

Leidt Gij mij, goede God, voor ik verloren loop en draag mij als ik niet verder geraak. 

Zegen mij, goede God, met verrijzenis en nieuwe hoop, opdat ik mij in Uw leven opgenomen en gedragen voel.