Hij leeft (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden
Een groepje jonge mensen in onze parochie heeft samen nagedacht over de betekenis van de woorden, die hier achter ons op de muur staan: ‘gaan waar geen wegen gaan'. En ze zijn toen aan de slag gegaan om dit uit te beelden op onze paaskaars. Ze zijn stenen gaan bakken om een muur te bouwen, een ogenschijnlijk ondoordringbare muur - denk aan de Berlijnse of de muur tussen Israël en Palestina - maar in die muur hebben zij een wig geslagen, een opening, en op die plek het lichtend kruis. De betekenis zal u duidelijk zijn: Met God aan onze zijde, is dat, wat onmogelijk leek, toch mogelijk. Of om het anders te zeggen: in het voetspoor van Jezus kunnen wij gaan waar geen wegen gaan.

En vannacht heeft een groep parochianen en anderen een tocht gelopen door de stilte, door het donker, de nieuwe dag tegemoet, het licht tegemoet. Het is eenzelfde beeld van wat Pasen betekent: uit het donker (wat het leven soms is) te voorschijn komen naar het licht dat altijd wenkt; tegen alles in geloven in licht, levenskracht, levensmoed, leven.

Eenzelfde geloof in het licht heeft het volkje van gastarbeiders in Egypte op de been gehouden, toen ze in een donkere uitzichtloze situatie werden gedwongen om ook stenen te bakken en als vreemdelingen onderdrukt wer­den. En gedreven door een zelfde levenskracht hebben zij zich uiteindelijk uit die donkere situatie kunnen bevrijden, en ze hebben hierin ervaren dat God aan hun zijde staat.

Dat is wat Jezus' hele leven tekende. Hij was er constant op uit om mensen, die geen leven hadden, hoop te geven, perspectief te bieden, het licht te laten zien. Hij bleef het constant opnemen voor die mensen, tegen starre gewoontes in, tegen een verkild wettisch godsdienstig sys­teem in. Daarom raakte Hij in conflict met de godsdienstige en politieke leiders van zijn tijd. Hij geloofde in een God, die om mensen geeft en Hij was zelf zo goed als God voor mensen. Dat conflict kostte Hem het leven. Hij werd veroordeeld en gedood, zoals het in de geschiedenis steeds gebeurt met hen die het opnemen voor mensen die geen leven hebben. Het kan vaak zo stikkedonker lijken.

Waar het met Pasen om gaat, is dat dit donker niet (nooit) het laatste woord krijgt. Hij is niet dood! Hij leeft! Zo is het begonnen bij vrouwen, die als eersten bij het graf aankwamen, en later bij de andere leerlingen. "Vrouwenpraat", hebben die eerst wel gezegd; ze konden het niet geloven. Maar heel langzaam en vol aar­zeling begon zich het besef te verspreiden als een lopend vuurtje, dat Jezus' manier van leven niet klein te krijgen is. Het zou door­gaan en het ging door. Het licht won het van de duisternis. Hij heeft het ons voorgeleefd: er is altijd hoop, hoe stikkedonker het soms ook mag lijken in de wereld, in het leven.

Dat klinkt ook door in de verhalen, die in de eerste christentijd verteld werden en die opgetekend zijn door de vier evangelisten. De verhalen over wat er precies gebeurd is na zijn dood, rondom het graf en erna, mogen dan onderling verschillen, in een ding stemmen ze overeen: Hij leeft, hoe dan ook. En de eerste christenen werden opnieuw geboren; ze werden andere mensen, paas­mensen, die in het donker opstaan, en ondanks het donker verder­gaan. En wanneer ze elkaar ontmoetten, bemoedigden ze elkaar met de groet: 'Hij is niet dood! Hij leeft!'

Dit is het paasgeloof in de verrezen Heer! Dit is de paasvreugde die wij met elkaar delen op deze paasmorgen. Hij leeft! Hij is niet stuk te krijgen. Ik wens ons toe dat ook wij dit in onze tijd als Andreaskerk met verve beleven en uitdragen.