Pasen (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Verwarring, verbijstering, schrik, ongeloof. Dat zijn de eerste gevoelens van de vrouwen die naar het graf van Jezus waren gegaan. De steen voor het graf was weggerold Het graf was leeg. Jezus was er niet.
Dit verrijzenisverhaal vertolkt het paasgeloof van de eerste christenen: Jezus is wel dood en begraven maar Hij is niet te vinden in het graf, je moet Hem niet bij de doden zoeken maar bij de levenden.  Zijn vrienden van toen waren diep geschokt door wat op Goede Vrijdag gebeurd was. Jezus, hun voorman en leider, was vermoord. Het was allemaal afgelopen. Maar langzaam maar zeker kwamen ze tot het besef dat het helemaal niet afgelopen was.
Alles wat Jezus betekende, zijn idealen, zijn overtuigingen, het was niet afgelopen. Het leefde verder, het ging door, in hen en door hen. Zoals Hij hen vroeger de weg wees, zo bleef Hij ook nu voor hen uitgaat.
In de verrijzenisverhalen is dit geloof is gekoppeld aan één dag, de paasmorgen. in feite is het een proces dat een hele tijd in beslag nam, een proces vol verwarring, vol vragen en twijfels. Maar in dat proces zijn Jezus' leerlingen tot het geloof gekomen: dat ze Jezus niet moesten zoeken op het kerkhof maar in het volle leven, niet in het graf maar in mensen, in zichzelf, in de manier waarop zij omgingen met elkaar en anderen. En vanuit dat geloof zijn ze toen zelf in beweging gekomen om Jezus in leven te houden, om zijn idealen verder te dragen.
We zeggen met Pasen: de Heer is opgestaan uit de dood. Misschien mag je ook zeggen: zijn leerlingen zijn opgestaan uit de dodelijke verlamming van hun ontreddering en wanhoop.
We zeggen: Jezus kwam op de paasmorgen weer tot leven. Maar je kunt ook zeggen: zijn leerlingen kwamen weer tot leven toen ze met Pasen gingen beseffen dat Jezus geen verleden tijd was, dat Hij voortleefde in het heden en de weg wees naar de toekomst.
En als wij Pasen vieren, dan moeten ook in ons die beide aspecten van Pasen tot uitdrukking komen. We vieren dat Jezus is opgestaan uit de dood, maar staan ook wij steeds weer op uit de dood van sleur en gewenning?
Laten wij Jezus ook opstaan uit het graf zodat hij kan voortleven in ons midden of laten we Hem op het kerkhof, de plek waar mensen verleden tijd worden, en niet meer van het heden zijn?
Geven we Hem de kans verder te leven in ons, of begraven we Hem opnieuw op het kerkhof van onze goede voornemens die een vroegtijdige dood gestorven zijn?
Pasen is het feest van het nieuwe leven, het is een echte lentefeest: de natuur komt weer tot leven.
Voor ons moet Pasen zijn: Jezus, zijn boodschap, zijn idealen komen weer tot leven in ons. En juist zoals in de natuur dat nieuwe leven zichtbaar wordt in het frisse groen dat overal verschijnt, zo wordt het pas echt Pasen als die levende Jezus ook zichtbaar worden in onze manier van leven.