Pasen (2009)

 Zalig Pasen 2009

            Het meest stralende feit uit Jezus' leven is zijn opstanding uit de dood en zijn verheerlijking in het eeuwig leven. Hij heeft de dood overwonnen ! Voor Paulus is dit heilsfeit het fundament en het middelpunt van ons geloof. Het Christendom staat of valt met dit geloof in de verrijzenis van Jezus. Geen enkel getuigenis van de apostelen is sterker en meer bezieling brengend. Het is de kern van hun boodschap, de kern van het Evangelie. Zo vast zijn zij ervan overtuigd dat ze voor die waarheid hun leven zullen geven. Alle verhalen van de apostelen en van Paulus bevestigen: "Hij werd gekruisigd, Hij is gestorven en begraven; Hij is verrezen en aan ons verschenen"... Op Pinksteren zegt Petrus in zijn toespraak tot de menigte: "Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen"(Hand.2, 32).

            Jezus had aan zijn apostelen en aan de Farizeeën voorzegd dat Hij de derde dag zou verrijzen, dat Hij op die dag de tempel van zijn lichaam zou heroprichten. Thomas was blijkbaar niet bereid erin te geloven, maar Jezus verscheen hem: "Steek uw hand uit en leg ze in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig". En als Jezus niet moest verrezen zijn - wat sommigen beweren of als onmogelijk houden -  hoe kwamen de apostelen dan aan die ongelooflijke moed om van de verrijzenis overal en openlijk te getuigen ?

            Wel was Jezus' nieuwe bestaanswijze anders dan voorheen. Hij had een echt lichaam, maar het was een verheerlijkt en  vergeestelijkt lichaam. In de geloofsbelijdenis zeggen wij dat Hij zetelt aan de rechterhand van de Vader. Dat is beeldspraak die zeggen wil dat Hij deelt in de glorie van zijn Vader, dat Hij verheerlijkt is. Van daaruit maakt Hij zich gedurende 40 dagen kenbaar en zichtbaar om zijn apostelen te sterken in het geloof en hen zijn zending toe te vertrouwen in de wereld.

            Wat betekent voor ons zijn opstanding uit de dood?  Als eersteling van de doden is Hij verrezen. Paulus schrijft: "Zoals allen sterven in Adam, zo zullen wij allen in Christus herleven(Kor.15, 20-22). Nog tijdens zijn leven had Jezus zelf doden opgewekt. Als Hij bij het graf van zijn vriend Lazarus komt, roept Hij : "Lazarus kom naar buiten!" en zo geweldig was dit wonder, dat vele Joden, die zagen wat Hij gedaan had, in Hem begonnen te geloven. Kort daarvoor nog had Hij gezegd tot Martha, de zus van Lazarus: "Uw broer zal verrijzen. Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven"... En wij, zullen ook wij herleven na de dood? Jezus heeft daarover gezegd :

  • In het huis van mijn Vader is plaats voor velen. Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.(Joh.14, 2)
  • Dit is de wil van mijn Vader dat ieder, die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven bezit. Joh.6,40
  • De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes de slang omhoog hief in de woestijn, opdat ieder die in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben. (Joh. 3, 14-15)
  • Tot zijn apostelen zei Jezus:  "Ik verzeker u, er is niemand die zijn huis, vrouw, broers, zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, of hij krijgt dat in deze tijd veelvoudig vergoed, en in de komende wereld krijgt hij eeuwig leven. (Luc. 18, 29-30) 

            Hoe en wanneer zullen wij herleven, eeuwig leven ontvangen ? De Heilige Schrift hult dit alles in mysterie, maar Jezus zal zijn belofte gestand doen. Wellicht krijgt men, aanstonds na de dood, een vergeestelijkt lichaam, los van de aarde, los van iedere stoffelijke gebondenheid. Men ondergaat een metamorfose en ontwaakt als nieuwe mens, bekleed met de heerlijkheid die aan Jezus eigen is. Men begint te leven bij God, een leven dat eeuwig zal zijn zoals God eeuwig is, een leven waarin de Zaligmaker ons zal binnenleiden met de woorden: "Goede en getrouwe dienaar/dienares, treed binnen in de vreugde van uw Heer".

            Paulus schrijft hierover : "Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid, wat  gezaaid wordt in geringheid en zwakte verrijst in heerlijkheid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst (Kor. 15, 42-44). En nog in zijn brief aan de Filippenzen: "De Heer zal ons armzalig lichaam herscheppen om het gelijkvormig te maken aan zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen (Fil. 3, 21).

            In de Eucharistieviering, juist voor de communie, toont de priester de hostie en de kelk aan het volk en zegt:  'lichaam en bloed van Christus die wij ontvangen tot eeuwig leven', en de gelovigen antwoorden: 'Amen' (het zij zo).

André Loyson             

___________________________________________________________________________________________________