Pasen B (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Een gymnasiast. Achttien jaar oud. Uit Friesland. Uit Blauwhuis - bij Bolsward. Maar het gedicht kent hij níet. Een week of wat geleden, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk, een week of wat geleden kreeg ik via onze web-site een e-mail van die gymnasiast, David. Hij had gelezen over de nachtelijke wake die wij ons hadden voorgenomen te gaan houden in de nacht van afgelopen Witte Donderdag op Goede Vrijdag. Hij schreef: Wij zijn die dag en avond met onze klas in Amsterdam. Samen met een klasgenoot zou ik de Witte Donderdag-viering bij U in de kerk en het eerste stukje van die nachtwake wel mee willen maken - want om half twaalf gaan we met de bus weer terug naar Friesland. Hij schreef: Hier in Friesland zijn er niet zoveel katholieken maar dat is misschien bij U in Amsterdam wel anders ... Het is bij U misschien wel heel vol in de kerk. Dus bij deze willen wij graag vast een plaatsje reserveren ... Ik heb, veelgeliefden, David gerust kunnen stellen. Ik heb hem teruggeschreven: De Vredeskerk is héél groot en hoewel het kerkbezoek bij ons best enthousiast is, is het nu ook weer niet zo dat de mensen er met armen en benen buítensteken ... David en zijn klasgenoot, Eimer, zij gekómen. Ze hebben zelfs voorgelezen. Kort heb ik maar met ze kunnen praten. En zo hoorde ik dat David van Blauwhuis kwam. Maar dat hij het gedicht niet kende ...

Welk gedicht bedóel je zult U zich afvragen ... Ik bedoel, veelgeliefden, één van de beroemdste en wat mij betreft ook mooiste gedichten van Gerard Reve, van wie gisteren, paaszaterdag, in het Vlaamse Machelen aan de Leie de stoffelijke resten aan de aarde zijn toevertrouwd ... Ik lees U dat gedicht "Graf te Blauwhuis" voor: voor buurvrouw H., te G." staat er boven

                            Hij rende weg, maar ontkwam niet,

                            en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.

                            Een strijdbaar opschrift roept van alles,

                            maar uit een bruin geëmailleerd portret

                            kijkt een bedrukt en stil gezicht.

                            Een kind nog. Dag lieve jongen.

                            Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,

                            Gij weet waarom het is, ik niet.

                            Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Gerard Reve die Onze Lieve Heer herinnert aan Zijn belofte van "dat Koninkrijk" waar we af en toe zo verdomde weinig van merken. Want waarom moeten jongens van achttien jaar sneuvelen op allerlei slagvelden, waarom moeten mensen, klein en groot, oud en jong, het leven laten vanwege terreur-aanslagen en nare ziektes? Waarom is dat? Hé! Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Jezus van Nazareth, een jonge vent nog, is met al z'n dromen en idealen van dat Koninkrijk aan een kruis gespijkerd. Een loser zeggen ze tegenwoordig. Dat Koninkrijk heeft ie op z'n buik moeten schrijven dus ... Dat wil zeggen: In de afgelopen hebben we die kruisdood wèl weer herdacht wereldwijd ... De kruisverering op Goede Vrijdag is ook in onze kerk altijd een aangrijpend en ontroerend gebeuren - onder andere vanwege de kinderen die dit jaar het grote door Maui Reple gemaakte houten kruis hebben rondgedragen. Vorig jaar was er nog veel protest tegen dat kruis. Maar inmiddels is het "toch geaccepteerd" zoals één van onze oudere parochianen opmerkte die ná afloop van de plechtigheid even opbelde. Het kruis van Maui Reple is toch een beetje óns kruis geworden - precies zoals Jezus' kruis ons kruis is geworden; wij onze eigen kruizen, die wij in het leven te dragen hebben, in het Zijne herkennen ...

Jezus' project, dat van "het Koninkrijk" lijkt te zijn mislukt. Tòch gedenken wij Hem. Waarom? Omdat, veelgeliefden, dat project slechts ogenschijnlijk mislukt is. Het is namelijk níet mislukt. Want God is voor Hem opgekomen. God heeft Hem door de dood heengehaald. En daarmee heeft Hij, God zelf, Jezus' project, dat Koninkrijk, alsnog doen slagen. En dat is, veelgeliefden, goed nieuws voor ons allemaal. Goed nieuws voor de jongen uit Blauwhuis, voor de anonieme dode èn voor de springlevende David. Het is goed nieuws voor álle mensen die in hun leven door Jezus' droom omtrent dat Koninkrijk zijn aangeraakt, voor allen die er zich in de loop van hun leven steeds weer aan hebben opgetrokken, voor allen die op hun manier steeds hebben trachten vast te houden aan die droom en die er trouw aan hebben willen blijven ... Dat is dus ook goed nieuws voor ons hier, veelgeliefden, want als wij niets met die droom van Jezus' Koninkrijk zouden hebben, dan zaten wij hier nu niet ...

Dat Koninkrijk, wat houdt dat in? Wat is de inhoud, wat is de substantie van Jezus' droom? Hoe heeft die droom voor Hem handen en voeten gekregen? En hoe krijgt die droom handen en voeten in óns leven? De apostel Petrus, in de toespraak die wij van hem gehoord hebben in de eerste lezing vandaag, uit het boek der Handelingen; Petrus karakteriseert Jezus daarin als "weldoener". Hij "trok als weldoender door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij." Waar Jezus kwam - daar vluchtten de boze geesten in mensen weg ... Alle naargeestigheid verdween in het contact met Jezus. Zo stel ik mij dat voor. En dat begrijp ik uit de evangeliën. En gelukkig, veelgeliefden, mag ik keer op keer meemaken dat hetzelfde gebeurt met mensen die ook in deze tijd met Jezus Christus in aanraking komen - op welke manier dan ook, door de Kerk of anderszins ... Als Christus jou aanraakt. Als Hij jou werkelijk aanraakt, dan knap je daar gewoon van op, steeds weer.

Op onze door Piet Visschers met de hand beschilderde paaskaars van de abdij van Egmond is dit jaar Christus afgebeeld die het graf "verwonnen", overwonnen heeft, die er uit opstijgt. En vóór het graf zien we één van de bewakers van het graf op apegapen liggen. In de evangelie-tekst die we zoëven gehoord hebben, van Johannes, is van bewakers geen sprake. Maar bij andere evangelisten komen ze wèl voor. Marcus bijvoorbeeld schrijft in zijn evangelie: "De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer." Geen macht ter wereld houdt Jezus, die door de macht van God verrijst uit de dood; geen macht ter wéreld houdt Jezus in het graf ... Jezus is trouw geweest aan Zijn verlangen, aan Zijn verlangen naar dat Koninkrijk van God waar mensen, zoals Jezus dat zelf gedaan heeft in Zijn leven, alleen maar wéldoen, elkaar goed doen, goed voor elkaar zijn. Dat Koninkrijk is het land waar de mensen wonen die zich door Jezus hebben laten genezen van duivelse machten.

Hoe zit dat in ons leven mensen? Waar zien we in ons leven duivelse machten die aan het werk zijn? En waar en hoe werkt de macht van God in ons? Kom ik even terug op Gerard Reve. Een vreemde vogel. Een héle vreemde vogel. Maar wel iemand die de ongelooflijke moed heeft gehad om zijn verlangen (en dat was in zijn geval een homosexueel verlangen èn een religieus verlangen - en in zijn leven hingen die twee vormen van verlangen ten diepste samen); Gerard Reve heeft de ongelooflijke moed gehad om dat verlangen van hem uit te spreken en gewoon te leven. En daarmee heeft hij enorm veel voor mensen betekend. Daarmee is hij voor vele homosexuele mannen en vrouwen met name een bevrijder geweest. Hij heeft hen wélgedaan en hen genezen van duivelse machten in henzelf en buiten hen die het hen eerder beletten en onmogelijk maakten om hun verlangen uit te spreken en te leven. Rudi van Dantzig, de choreograaf, zei: "Ik ben hem heel dankbaar. Want hij, Gerard Reve, heeft ons ons op de kaart gezet. Hij heeft duidelijk gemaakt dat wij bestaan." In de jaren zestig heeft Gerard Reve heel burgerlijk-beschaafd Nederland over zich heen gekregen dat hem van vanalles en nog wat beticht heeft; - dat in hem precies een soort duivel zag ... Maar hij heeft ál die tegenkrachten moedig en onverstoorbaar getrotseerd. Hij is zijn diepste, authentieke, oprechte en ook pure verlangen waarvan dat gedicht "Graf te Blauwhuis" getuigt - daar spreekt werkelijk echt wat je noemt líefde uit voor die gesneuvelde achttienjarige soldaat; Gerard Reve is dat verlangen trouw gebleven. Wat een man derhalve - Gerard Reve! Je zou de mensen eens de kost moeten geven die juist het omgekeerde doen in hun leven. Sommige mensen beknotten alleen maar hun diepste verlangen en dat van andere mensen. Ze knijpen het af. Ze vermoorden het. Ze sluiten het op als in een graf. Een grote steen ervoor. Grote sloten erop. En als cipiers bewaken ze dat graf van het verlangen angstvallig. Want het zou eens naar buiten kunnen komen!

Eén van mijn grote leermeesters, de priester Joop Streng zaliger gedachtenis, heeft wel eens gezegd: "Voor veel priesters is het een zegen geweest dat hun moeder vroeg is gestorven." Wat bedoelde Joop met die woorden? Hij bedoelde daarmee dat er nogal wat moeders van priesters zijn geweest die hun priesterzoon ontzettend geclaimd en gecontroleerd en in de weg gezeten hebben - wat zo'n zoon dan nillens-willens, tegen heug en meug natuurlijk ook, líet gebeuren ... Maar bij de dood van moeder slaakte hij een zucht van verlichting: Nu hoef ik niet langer voor mijn moeder te leven. Nu kan ik eindelijk zélf leven en ten volle leven voor mijn priesterlijke taak zoals de Geest Gods mij ingeeft om daar vorm aan te geven - en niet zoals mijn moeder wil dat ik het doe ... In huwelijken kan trouwens hetzelfde gebeuren mensen. Pas stond er in het Volkskrant-magazine een artikel over vrouwen die gescheiden zijn van hun man of van wie de echtgenoot gestorven is en die nu eindelijk hun eigen leven kunnen leven onder het motto: "nooit meer afhankelijkheid. Nooit meer de rol van verpleegster en huishoudster." Eén van de geïnterviewde vrouwen, Corrie Boers, vertelt dat ze een keer in een winkel stond en zich realiseerde: "Ik weet wat mijn kinderen leuk vinden, ik weet wat mijn man leuk vindt. Ik weet zelfs van welke vrouwen hij houdt. Maar ik heb geen idee wat ik zelf leuk vindt." Haar huwelijk was achteraf gezien "veel te zwaar" zegt ze. 's Ochtends maakte ze het ontbijt klaar, 's middags smeerde ze de boterhammen, om vier kwam de thee met koekjes en stipt om zes uur kwam het avondeten op tafel - dat door haar man meestal niet lekker werd gevonden. Corrie heette in haar huwelijk geen Corrie, ze heette "mam" vertelt ze. "Mam", zei haar ex-man altijd, als hij de deur achter zich dichttrok, "let jij op de telefoon en zorg je dat dat stuk vanavond uitgetypt voor me klaarligt?" Hij stak geen vinger uit in het huishouden. Hij zei wel kleinerend: "Dat huishouden, dat stelt helemaal niks voor. Dat doe ik in een uur." Dus op een dag is Corrie weggegaan. " 's Ochtends om negen uur dacht ze ineens: "Ik schei ermee uit met het hele gedoe." Om tien uur stapte ze in de auto. In haar tas zaten twee broeken en twee truien, een nachtjapon en een tandenborstel. "Ik reed de oprit af en wist: hier kom ik nooit meer terug." De laatste scène uit een 35-jarig huwelijk. Inmiddels is haar leven heel erg veranderd. Ze zegt nu: "Hier staat Corrie Boers. Ik ben ik. Ik ben geen aanhangsel meer van iemand, geen schaduwfiguur meer." Niemand die haar nog langer overheerst. " 's Ochtends loop ik te dansen door de kamer, met een lekker muziekje op. Hé, mijn leven, zeg ik dan tegen mezelf."

Begrijp me goed mensen: ik wil hier op Eerste Paasdag geen pleidooi houden voor echtscheiding zoals ik eerder in verband met Gerard Reve ook geen pleidooi heb willen houden voor de herenliefde. Beide, herenliefde en echtscheiding, kunnen natuurlijk ook problematisch zijn. Beide kunnen goed zijn, goed gelééfd worden, maar ook minder goed of verkeerd. En zo geldt dat voor alle vormen van leven, ook voor het huwelijk en voor het priesterschap. Leven in het licht van Christus' verrijzenis betekent denk ik: Zó met je eigen verlangen en dat van andere mensen omgaan dat je het diepste en zuiverste verlangen van jezelf en anderen dient - en dus niet beknot, afknijpt en vermoordt. Het lichaam van Gerard Reve ligt nu op het ereveld van Machelen aan de Leie. Daar is nog één ander graf: dat van een jongen van tweeëntwintig jaar die in het water is gesprongen om iemand te redden, maar daarbij zelf het leven liet. Dat Gerard naast zo'n jongen terecht is gekomen ... "Het heeft zo moeten zijn" zeggen we dan ... "Toch goed dat er een God is" zou Gerard zelf misschien hebben gezegd ... De lichamen van de doden rusten in hoop. En wij die leven, léven in diezelfde hoop. Christus is verrezen. Alleluia! Zalig Pasen.