Op de rand van de tijd (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

OVER KLOKKEN EN BOMMENWERPERS

Tijdens het gloria kwamen de klokken vroeger van een raadselachtige missie uit Rome terug. Ze klepperden een tapijt eieren over het land uit. Toen ik klein was, vond ik het niet slim om ze alleen in de achtertuin te zoeken. In het open veld moest meer te halen zijn, dacht ik.
Iemand merkte op: ‘In Zeeuws Vlaanderen zeiden wij ‘klok’ tegen een ‘kip’, tegen een ‘kloek’. Hier ligt misschien de oorsprong van een misverstand. Dat een kloek uit Rome hier en daar een ei verliest, laat zich immers beter denken dan dat klokken dit doen. Pasen zindert zo van oeroude tradities die de heiligheid van lente-kriebels aangeven.
Ik ben geen kind meer. De dagen voor Pasen waren vol oorlog. Geen klokken maar bommenwerpers. Geen eieren maar projectielen. Helse beelden hebben we gezien. Brandende huizen, smeulende kraters, vluchtende soldaten, grootspraak, huilende mensen op zoek naar familie, kinderen in een ziekenhuisbed, plundering, woede, haat.

DE GOD VAN MOZES EN MOHAMMED

Er werd ook gebeden. Leiders wisten God aan hun zijde. De God van Mohammed en de God van Mozes hadden hun eigen kamp gekozen. De Goden riepen wraak. Gelovigen waanden zich martelaar. Het eeuwig leven werd beloofd aan wie gedreven werd door haat.
De oorlogsbeelden doen pijn, maar ze vormen het juiste decor voor het paasverhaal. Jezus was een man van een vernederd volk. Hij werd het slachtoffer van bange bezetters en laffe landgenoten. Maar zijn God roept geen wraak. Hij zegt: ‘Hebt uw vijand lief.’ Met die boodschap werd Jezus martelaar.
Het verhaal van de verrijzenis is het gelovig antwoord op Jezus’ dood. Het zegt dat de toekomst is aan de liefde.

OP DE RAND VAN DE TIJD

De paasverhalen zijn wel eens genoemd: verhalen op de rand van de geschiedenis. Ze zijn een dubbeltje op hun kant. Ze bestaan in het ijle grensgebied van tijd en eeuwigheid. Ze vertellen over gebeurtenissen alsof je ze had kunnen filmen maar ineens ontsnappen ze aan je begrip. Lees maar, er staat niet wat er staat. Ze beschrijven hoe Jezus thuiskomt bij de Eeuwige.
Ik moet denken aan oude lessen filosofie. De vraag was of het heelal een grens had. Zo’n grenst moet twee eigenschappen hebben die elkaar tegenspreken. Aan de binnenkant moet ze ruimtelijk zijn en aan de buitenkant niet-ruimtelijk. Iets wat tegelijk is en niet is, is ondenkbaar.
Wij kunnen Jezus volgen tot waar hij ruimte en tijd verlaat.

ACHTER MARIA AAN

Maria van Magdala loopt ons voorop. Ze heeft geen oog dicht gedaan sinds haar meester vermoord was. Op vrijdagavond, vlak voor het begin van de sabbat was Jezus van het kruis gehaald. Nu had Maria kostbare oliën gekocht. Ze spoedde zich naar het graf. Het was nog donker. Weldra zou de zon gaan stralen op de eerste ochtend van de week.
Maria wilde Jezus balsemen. Het zou haar goeddoen. Nog even met haar handen liefdevol over zijn gezicht wrijven. Een kus op het koude voorhoofd. Maria bleef hem trouw, ook in zijn dood. God, wat deed dat pijn!
Een verhaal op de rand van de geschiedenis, in de geheime schemer, waar de eeuwigheid het overneemt van de tijd. Daar komt het moment waarop ze hem niet meer volgen kan. De steen is weggerold, witte gewaden liggen opgevouwen. Alles demonstreert afwezigheid. Ze zocht de nabijheid van de dode maar die vond ze niet. Niet hier. De kleren liggen op een stoel. Een kast vol herinneringen, mooie bloemen op een graf, maar de lieve dode is er niet.

DE GOD VAN HEB-JE-VIJAND-LIEF

De waarneming moet het opgeven. Het geloof kan verder helpen.
Maria eiste niets en verwachtte niet. Ze wilde afscheid nemen, nog een keer strelen. Ze kwam bij de grens van dood en leven en ze is verrast door leegte en door licht. Er ontstaat hoop op gerechtigheid in haar hart.
We kunnen de God van Mohammed en van Abraham niet tegen elkaar uitspelen. Er is maar een God. Ook in de oorlog. In de strijd is er maar een martelaar. God heet ‘Heb je vijand lief’. De martelaar sterft zonder haat. Hij sterft uit liefde. Hij wordt onverwacht en onverhoopt verrast met licht en eeuwig leven.

GELOOF IN DE EIEREN

Lieve kinderen. Het was vier uur op paasochtend. Hoogste tijd voor Henk, de paashaas, om op te staan. Hij sprong op. Hazen zijn meteen als ze de ogen opendoen klaarwakker. Dat begrijp je wel. Er was veel werk te doen. Al wekenlang had hij eieren geverfd. Dat is geen leuk werk. Ja, de eerste tweehonderd eieren dat gaat nog wel, maar daarna wordt het saai. Dan ga je wat slordiger schilderen. Er breekt er al eens een eitje. Maar vannacht zou het leuk worden. Hij mocht de eieren gaan verstoppen. Hij bond een mand op zijn rug en begon ze te verstoppen in de tuin van Elze. Het rode ei kwam tussen de takken van een meidoorn. Een geel ei legde hij tussen drie bloeiende narcissen. De chocolade eieren kregen een bijzonder plekje. Eentje in de vuilcontainer en een ander in de dakgoot van het schuurtje. Er was veel werk te doen, maar Henk was een snelle jongen.
Elze werd die ochtend langzaam wakker. Elze werd elke ochtend langzaam wakker. Als de wekker was gegaan dan draaide ze zich nog eens om. Ze stopte haar duim diep in mond. Dan kwam mamma: ‘Toe Elze, opstaan, de paashaas is geweest.’ Ineens bedacht Elze dat ze vrij had. Het was Pasen. Ze deed haar slippers aan en rende als een haas naar beneden, de tuin in. ‘Ik geloof niet in de paashaas!’,  riep ze. ‘Hoe kan een haas eieren verven? Welke kip zou een ei aan een haas geven?’ Toch rende Else de tuin in. Ze vond een paars ei in de meidoornhaag. Tussen de narcissen lagen enkele gele eieren. Ze klom op het dak van het schuurtje. Enkele minuten later had ze een mandje vol.
‘Zie je wel dat de paashaas bestaat’, riep mamma blij. ‘Helemaal niet’, zei Else. ‘Ik zie geen paashaas. Ik zie alleen verstopte eieren. Die bestaan!’ ‘En, hoe komen die daar dan?’, vroeg mamma bijna dreigend. Elze haalde de schouders op. ‘Dat boeit me niet’, zei ze.
Nu is Else groot. Ze geloof in eieren en in eieren verven. Ze verstopt eieren en ze tietsjt ermee. Elze weet nu dat de paashaas wel degelijk bestaat. Erger nog. Ze weet dat ze zelf de paashaas is. En Henk dan?, zul je me vragen. Met Henk is ze getrouwd!