De kapper en de pastor (2000)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

HAARSPOELING

Een moeder lag in het ziekenhuis. Het ging niet goed met haar. Maar ze was taai. Telkens verrastte ze de doctoren en krabbelde ze weer op. Iedereen nam aan dat ze weer zou opknappen. Zeker toen ze had aangekondigd dat ze naar de kapper wilde. De verpleegster had een afspraak voor haar gemaakt. Ze zou er dinsdagochtend worden heengebracht. “Zou je dat wel doen?” had haar man gevraagd. “Je bent zo ziek; je hebt gister de pastoor gebeld voor de ziekenzalving.” “Jawel”, zei ze met overtuiging, “ik kan zó niet gaan...” Dinsdag kwam de pastoor. Mevrouw was er niet. Die zat bij de kapper. “Doe haar de groeten; ik kom wel terug”, zei de pastoor. Diezelfde nacht stierf moeder. Ze lag er keurig bij. Haar kapsel had nog een kleurspoeling gehad. Ze zag er jaren jonger uit. De pastoor was hals-over-kop uit bed gebeld. Nou ja, de kapper was minstens zo belangrijk als de zalving!
Deze verhalen hoor je vaak. Mensen willen graag in de herinnering van anderen blijven. Ze willen daar graag bemind en gewaardeerd zijn. Op dat verlangen geeft Pasen het meest verregaande antwoord.

JEZUS KOOS VOOR HET LEVEN

“Geloof jij echt in de verrijzenis?”, vroeg iemand. “Ja, u moet wel hè? U bent pastoor!” Ik moest erover nadenken. Want ik geloof wel in de verrijzenis. Maar dat is zo gemakkelijk gezegd. Het gaat om een mysterie dat ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat; het zegt  weinig concreets. Als er gèèn verrijzenis was zou ik evengoed in Jezus geloven, realiseerde ik me.
Christus is God die leven wekt om zich heen. De mens die steeds tegen de dood kiest. Hij stuurt de stenigers weg van een vrouw die gelyncht dreigt te worden. Hij haalt de tollenaar uit zijn isolement waarin hij gevangen zit. Hij wordt boos op degenen die de kinderen niet als volwaardige mensen zien. Hij durft de melaatse aan te raken en strijkt over de ogen van de blinde. Ik kies voor die levensstijl.

DE KEUZE VOOR DE DOOD

Onze tijd heeft deze waarheid broodnodig. Er wordt zo gemakkelijk gekozen voor de dood. Het Joegoslavië-tribunaal maakt gruwelijk duidelijk hoe satanisch het kwaad de kop kan opsteken en mensen tot beesten maken. We verheerlijken geweld bijna 24 uur per dag op tientallen televisiezenders en verbazen ons als een kind een pistool trekt op een speelplaats. De rijke helft van de wereld heeft miljarden te verdelen. Maar ontwikkelingshulp staat niet erg hoog op de internationale agenda. Onze welvaart eist slachtoffers; in het verkeer en wat minder aanwijsbaar door allerlei stoffen in onze leefomgeving. We hebben er mee leren leven. Onze moderne tijd heeft een cynisch gezicht. Het heeft de zachte woorden nodig van het evangelie. De verlokking om te keizen voor het leven.
Dat idee geeft mijn leven zin. Ik moet niet bang zijn mezelf te verliezen. Ik mag me geroepen weten om het leven te beschermen. Dat lijkt mij de eenvoudige waarheid. Ik hoef daar geen beloning voor, net zomin als Jezus dat hoefde. Er was voor hem eenvoudig geen andere weg dan die van het leven.
Ik hoef de verrijzenis niet als beloning. Het ìs ook geen beloning!

GEDRAGEN DOOR GOD

Het is de verwachting dat het leven waarvoor we kiezen, uiteindelijk overwint. Het is de hoop dat God van ons houdt, en dat wij in die goddelijke liefde geborgen zijn, ook als het lichaam ons niet langer meer draagt door de tijd. Het is een gedicht over de onoverwinnelijke kracht van het leven en de liefde.
Naar de kapper gaan voordat je sterft, is zeggen dat je hoopt ook na je dood bemind te zijn, bij God en bij de mensen.

HET EERSTE EI VAN PIEP

Lieve kinderen. Weet je nog van vorig jaar. Kuikentje Piep was uit zijn ei gekropen.
Nu was Kuikentje Piep opgegroeid tot een vlot mooi kippetje. Ongeduldig zag Piep uit naar de lente. Zij zou haar eerste eitje leggen. Ze had gezien hoe tante Jet op zacht het stro was gaan zitten. “Als je een kuikenkindje krijgt moet je het naar mij noemen!” kakelde tante Jet. “Een haantje kan ik toch niet ‘Tante Jet’ noemen!”, protesteerde Piep.
Ze had niet precies gezien hoe het ging: een ei leggen. Begrijpen deed ze het helemaal niet. Op een gegeven moment was tante Jet opgestaan, had tevreden achterom gekeken en was trots gaan kakelen. Dat was dom, want op het gekakel kwam onmiddelijk een mevrouw uit het grote huis en die pakte het ei weg.
Piep werd ongeduldig. Waar bleef haar ei nou? En toen ineens voelde zij iets wegglijden. Het had helemaal geen pijn gedaan. Ze stond nieuwsgierig op en daar lag een ei in het stro. Haar eerste ei, in het voorjaar, op paasochtend. Piep keek er verrukt naar. Het leek wel een ivoren steen. Een ronde gladde kei leek het, helemaal wit.
Piep wist dat ze erop moest gaan zitten. En als ze dat een tijdje volhield, kwam er een kuikentje uit. Deze glanzende harde steen had alles in zich om een zacht lief kuikentje te worden. Ze moest er alleen nog op gaan broeden. Ze moest alleen wat warmte geven. Met de warmte van haar lijf kwam de steen tot leven. “Ik begrijp er niks van. Wat wonderlijk dat ik met warmte leven kan brengen”, zei Piep. “Een beetje warmte kan wonderen doen.” Ze piepte zachtjes om de gulzige mevrouw niet uit het huis te lokken.
Toen ging ze heel, heel voorzichtig met haar warme lijf op haar eerste eitje zitten. Heel voorzichtig, want anders werd het niet ‘Tante Jet’ maar ‘Ome-Let’!